Trombose en longembolie bij ongeneeslijke kanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Bij kanker is het risico op trombose en een longembolie groter. Je hebt dan een bloedprop of stolsel die een ader of slagader kan blokkeren. Lees op deze pagina hoe je trombose en longembolie kunt voorkomen. En welke behandelingen er zijn als je toch trombose of een longembolie krijgt.

Lees op deze pagina over:

Wat is trombose? 

Bij trombose is een ader (of soms een slagader) verstopt door een bloedpropje. Trombose komt het vaakst voor in de benen, maar kan ook op andere plaatsen ontstaan. Bijvoorbeeld in je arm of in een bloedvat in je buik.

Een beroerte kan het gevolg zijn van een trombose van een bloedvat in de hersenen. Dat wordt hier verder niet besproken. Meer over een beroerte lees je op de website van de Hartstichting.

Diepe veneuze trombose

Ligt de verstopte ader diep (ver onder de huid)? Dan heet dat diepe veneuze trombose. Bij een diepe veneuze trombose heb je meestal last van: 

  • zwelling (dik worden) van je been of je arm
  • pijn  
  • warmte en roodheid 

Een trombosebeen geeft niet altijd klachten. Je ziet het meestal wel. Ga altijd naar de huisarts als je denkt dat je misschien een trombosebeen hebt. 

Lees meer over de risicofactoren van trombose.

Wat is een longembolie?

Het kan gebeuren dat er een bloedprop losraakt, die naar de longen gaat. Daar kan het stolsel dan een longslagader afsluiten. Dat heet een longembolie.  

Bij een longembolie kun je last hebben van: 

  • kortademigheid: buiten adem zijn
  • pijn aan één kant van je borst, vaak bij het inademen 
  • hoesten en/of bloed ophoesten 

In het ergste geval kan een longembolie dodelijk zijn, omdat het lichaam niet genoeg zuurstof meer krijgt.

Trombose en longembolie bij ongeneeslijke kanker: wat is eraan te doen?

Heb je klachten die passen bij trombose of een longembolie? Bespreek het met je arts. Die kan je verder onderzoeken.

Onderzoeken 

De arts onderzoekt je en schat in hoe groot de kans is dat je een diepe veneuze trombose of een longembolie hebt. Het kan zijn dat je arts meer onderzoeken voorstelt, zoals: 

  • Bloedonderzoek. 
  • Echo van je been of arm: om te bepalen of er sprake is van een trombose.
  • Röntgenfoto van de borstkas: om mogelijke andere oorzaken van je kortademigheid te bekijken. 
  • CT-angiografie: als de arts denkt dat je misschien een longembolie hebt. Bij een CT-angiogram krijg je een vloeistof met jodium ingespoten. Daarna wordt er een scan gemaakt met röntgenstralen. Omdat jodium röntgenstralen tegenhoudt, zijn je bloedvaten goed te zien op de scan. Zo is vast te stellen of je een longembolie hebt. 

Behandelingen bij trombose en longembolie

Het kan soms even duren voordat de arts zeker weet dat je een veneuze trombose of longembolie hebt, omdat er meer onderzoek nodig is. Dan kan het zijn dat de arts toch alvast met de behandeling wil beginnen, omdat wachten je leven in gevaar kan brengen.  

Mogelijke behandelingen zijn: 

Oplossen van het bloedpropje: Alteplase of trombolyse 

Heb je trombose van je slagader, bijvoorbeeld in je long, je been of je hersenen? Dan kan de arts een behandeling voorstellen die het bloedpropje laat verdwijnen. Je krijgt dan het medicijn Alteplase via een slangetje dat via de lies wordt opgeschoven in de slagader tot dicht bij de trombose. Hierdoor lost het bloedpropje op. Dit heet ook wel trombolyse.

Deze behandeling vindt plaats in het ziekenhuis op de afdeling Radiologie. Je hebt door de behandeling een grotere kans op bloedingen in je lichaam. Mogelijke bijwerkingen zijn: misselijkheid, braken, koorts, koude rillingen en allergische reactie.

Bloedverdunners: antistollingsmedicijnen

Vaak stelt de arts bloedverdunners voor als je trombose hebt. Deze maken je bloed niet echt dunner, maar zorgen dat je bloed minder snel stolt. Je krijgt ze om de kans kleiner te maken dat het bloedpropje groeit, er een nieuwe ontstaat of dat je een longembolie krijgt. Mensen met ongeneeslijke kanker moeten de bloedverdunners in principe levenslang gebruiken.

Stelt de arts heparine voor? Dan krijg je dit meestal via een klein prikje in de buik. 

Er zijn ook bloedverdunners in de vorm van pillen. Bijvoorbeeld acenocoumarol (Sintrom) of DOAC’s. Als je acenocoumarol gebruikt, is regelmatige controle bij de Trombosedienst nodig.

Soms schrijft de arts bloedverdunners voor om een trombose of longembolie te voorkomen. Je krijgt dan  heparine of pillen.

Zwachtelen van je trombosebeen

Bij trombose van je onderbeen is je been dikker dan normaal. Zwachtelen van het been kan helpen om de zwelling weg te krijgen. De verpleegkundige of een andere zorgverlener zwachtelt je been in. Lees verder over trombosebeen op thuisarts.nl

Plaatsen van een filter in de onderste holle ader: vena-cava-filter

Werken de antistollingsmedicijnen niet voldoende? Of mag je die niet nemen? Dan kan de arts voorstellen een filter te plaatsen in de onderste holle ader. In die ader stroomt het bloed uit je hele lichaam samen, waarna het naar je hart gaat. 

Het filter houdt grote stolsels tegen en breekt stolsels in kleine stukjes op. Hierdoor kunnen ze geen longembolie veroorzaken. 

Behandeling van de klachten (vooral pijn en benauwdheid)

Bij pijn en benauwdheid door trombose of een longembolie kun je medicijnen krijgen. Daardoor kunnen dit soort klachten minder worden.  

Wat kun je zelf doen om trombose te voorkomen?  

Als je een bloedpropje hebt, kun je daar zelf weinig aan doen. Maar je kunt wel iets doen om bloedpropjes te voorkomen. Zoals: 

  • Regelmatig bewegen. Een kleine, rustige wandeling zorgt er al voor dat je bloed weer iets sneller gaat stromen. En dat maakt de kans op bloedpropjes veel kleiner. 
  • Geen knellende kleding dragen en niet met je benen over elkaar zitten. Zo zorg je ervoor dat je geen bloedvaten afknelt. En kan je bloed makkelijker door je lichaam stromen. 
  • Je benen een beetje hoger leggen. Dan kan het bloed makkelijker van je voeten naar je hart stromen. 
  • Afvallen, als je te zwaar bent. Je kunt daar hulp bij krijgen. Vind hulp bij afvallen.
  • Stoppen met roken, als je rookt. Je kunt daar hulp bij krijgen. Vind hulp bij stoppen met roken

Wat wil je en wat vind je belangrijk?

Als je arts je een behandeling voorstelt, hoef je daar geen ‘ja’ op te zeggen. Het is erg belangrijk om goed na te denken over wat jij zelf wil. Vraag gerust naar de voordelen en de nadelen van de behandelingen. Wat weegt voor jou het zwaarst? Wat wil je wel, en wat wil je niet?

Bespreek je wensen met je arts, zorgverleners en naasten. Vertel hun duidelijk wat je wilt. Dan kunnen zij jou de zorg bieden die bij jou past. 

Colofon

Met medewerking van:

illustratie-verpleegkundige-vrouw

Dianne Boxman

Verpleegkundig adviseur palliatieve zorg, Palliatieve Zorg Nederland (PZNL)

LinkedIn

illustratie-arts-man

Dr. Alexander de Graeff

Internist-oncoloog, UMC Utrecht

Illustratie mensen

Ervaringsdeskundigen

logo Over Palliatieve Zorg

Palliatieve Zorg Nederland

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: augustus 2022