Een blaaskatheter kan verschillende klachten geven. Hier lees je welke problemen voorkomen, en wat daarvan de oorzaken kunnen zijn.
Moeilijkheden bij het inbrengen
Bijvoorbeeld door:
- een vernauwde voorhuid (bij mannen)
- een vergrote prostaat (bij mannen)
- vernauwing van het plasgaatje of de plasbuis
- een tumor
Meer dan twee tot drie liter plassen per dag na het inbrengen
Dit gaat meestal binnen 24 uur weer over.
Urine die langs de katheter naar buiten lekt
Dit kan komen door:
- Te groot of te klein volume van het ballonnetje. Aan het eind van een katheter zit een ballonnetje. Als de katheter in de blaas zit, wordt het ballonnetje opgeblazen, zodat de katheter niet naar buiten kan glijden.
- Verstopping van de katheter.
- Het niet precies goed zitten van de katheter.
- Een knik in het slangetje van de katheter.
- Blaaskramp.
- Urineweginfecties.
- Blaasstenen.
Bloed en stolsels in je urine
Bloed en stolsels in de urine kunnen het gevolg zijn van:
- beschadiging van de blaaswand door de katheter
- blaasstenen
- een beschadiging van de blaas, bijvoorbeeld door chemotherapie
- verstopping van de katheter
- een tumor in de blaas
Gebruik je antistollingsmiddelen? Dan kan door deze oorzaken een bloeding ontstaan of verergeren.
Infectie van de urinewegen
Een infectie van de urinewegen komt vaker voor als een blaaskatheter langer dan 5 dagen zit. Zo’n infectie wordt meestal veroorzaakt door bacteriën. Je kunt dan last hebben van koorts, pijn, je ziek voelen.
Blaaskatheter-problemen: wat is eraan te doen?
De arts onderzoekt hoe de problemen met de katheter zijn ontstaan. Als bekend is waardoor de problemen met de katheter zijn ontstaan, kan de oorzaak worden aangepakt.
Hier lees je wat de arts of verpleegkundige kan doen in verschillende situaties:
Als de katheter moeilijk in te brengen is
- Je doorverwijzen naar een uroloog.
- Een katheter door de buikwand gebruiken in plaats van een katheter door de plasbuis.
Als er urine langs de katheter naar buiten lekt
- De grootte van het ballonnetje aanpassen.
- De katheter doorspoelen.
- De katheter weer op de juiste plaats brengen.
- Een nieuwe katheter inbrengen.
- Medicijnen tegen blaaskramp.
- Antibiotica bij een urineweginfectie.
Als er bloed en stolsels in de urine zitten
- Stoppen van antistollingsmiddelen.
- Veel drinken of extra vocht geven via een infuus.
- De katheter en de blaas spoelen.
Als je een infectie van je urinewegen hebt
Als je urineweginfectie hebt, kan de arts antibiotica voorschrijven. Dit gebeurt alleen als je klachten hebt, zoals koorts, pijn, urinelekkage of een ziek gevoel (algehele malaise). Soms wordt ook de katheter verwisseld.
Wat kun je zelf doen bij problemen met blaaskatheter?
Het is belangrijk om goed met je katheter om te gaan:
- Zorg dat er geen knik in het slangetje komt.
- Verwissel de zak op tijd.
- Werk goed en schoon als je jezelf katheteriseert.
Gebied rond plasbuis goed schoonhouden
Verder is het belangrijk om het gebied rond de plasbuis goed schoon te houden. Hier lees je hoe dat moet:
Mannen
- Schuif de voorhuid terug en was de eikel zorgvuldig met lauw water, zonder zeep.
Vrouwen
- Was rond het plasgaatje met lauw water, zonder zeep. Spreid de schaamlippen goed voor het wassen.
- Zit er wat afscheiding aan de katheter? Dan kun je die verwijderen met water en een beetje zeep.
- Veeg van voor naar achter af na de ontlasting (poep) .
Als je klachten hebt
Als je klachten hebt, blijf er dan niet mee rondlopen. Heb je bijvoorbeeld pijn en/of krampen in je urinewegen? Heb je koorts? Of loopt er urine langs de katheter? Praat er over met je arts of verpleegkundige.
Wat wil je en wat vind je belangrijk?
Als je arts je een blaaskatheter voorstelt, hoef je daar geen ‘ja’ op te zeggen. Het is erg belangrijk om goed na te denken over wat jij zelf wil. Vraag gerust naar de voordelen en de nadelen van de blaaskatheter. Wat weegt voor jou het zwaarst? Wat wil je wel, en wat wil je niet?
Bespreek je wensen met je arts, zorgverleners en naasten. Vertel hun duidelijk wat je wilt. Dan kunnen zij jou de zorg bieden die bij jou past.