Droge mond bij ongeneeslijke kanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Deze tekst gaat over droge mond bij mensen met kanker in de palliatieve fase (als genezen niet meer mogelijk is).

Lees op deze pagina over:

Droge mond

 Een droge mond ontstaat door te weinig speeksel. Het kan zijn dat je te weinig speeksel maakt, bijvoorbeeld door uitdroging, een ontstoken speekselklier of door bepaalde medicijnen.  

Het kan ook zijn dat het speeksel te snel uit je mond verdwijnt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je veel door je mond ademt of als je zuurstof krijgt. 

Als je weinig speeksel hebt, kun je minder goed proeven en heb je moeite met kauwen en slikken. Dan is het moeilijk om goed te eten. En goed eten is erg belangrijk om je weerstand op peil te houden. Bij te weinig speeksel kun je ook last krijgen van je tanden. 

Klachten door een droge mond

Als je een droge mond hebt, kun je last hebben van:

  • taai, draderig speeksel
  • smaakproblemen
  • pijn
  • problemen met eten, kauwen en slikken
  • infecties van de slijmvliezen in je mond
  • gaatjes in je mond en tanderosie (oplossen van tandglazuur door inwerking van zuur)
  • problemen met je kunstgebit
  • minder voedsel binnenkrijgen
  • slechte adem
  • niet goed kunnen spreken en slapen 

Oorzaken van een droge mond

Een droge mond kan verschillende oorzaken hebben. 

Algemene oorzaken, zoals: 

  • met open mond ademen, bijvoorbeeld door een verstopte neus 
  • uitdroging 
  • niet eten of drinken 
  • angst of depressie 

Een ziekte, zoals: 

  • ontstoken speekselklier(en) 
  • een gezwel in een speekselklier 
  • diabetes 
  • een te langzaam werkende schildklier 
  • nierproblemen 
  • aids 
  • een afstotingsreactie na beenmergtransplantatie 
  • aandoeningen van het zenuwstelsel 

Een behandeling, zoals: 

  • bepaalde medicijnen, zoals morfine en andere zeer sterke pijnstillers
  • zuurstof 
  • regelmatig wegzuigen van slijm uit jee keel met een slangetje door de zorgverlener.
  • bestraling van je speekselklieren 

Onderzoek

De arts stelt je vragen en onderzoekt je.

Droge mond bij ongeneeslijke kanker: wat is er aan te doen?

Er zijn veel manieren om een droge mond te voorkomen of te behandelen. Overleg met je arts en/of verpleegkundige wat voor jou het beste werkt. 

Heb je een droge mond door een ziekte? Dan moet die behandeld worden. Komt je droge mond door de behandeling van de ziekte? Dan kan die behandeling aangepast worden. Bijvoorbeeld door het stoppen of veranderen van de medicijnen of de dosering ervan. 

Soms krijg je medicijnen waardoor je meer speeksel aanmaakt, zoals pilocarpine

Wat kun je zelf doen bij een droge mond?  

Je kunt zelf veel doen om een droge mond te voorkomen of tegen te gaan. 

Tips om meer speeksel aan te maken 

  • Kauw of sabbel op (suikervrije) snoepjes, kauwgum of stukjes ananas.
  • Spoel je mond, bijvoorbeeld met Biotene of Zendium.  
  • Drink (suikervrije) dranken met prik. 

Tips om je mond vochtig te houden

Kunnen je speekselklieren niet genoeg speeksel meer aanmaken? Dan kun je je mond op andere manieren vochtig houden. Tips: 

  • Drink kleine slokjes water of zuig op ijsblokjes.
  • Spoel je mond met zout water: één afgestreken theelepel in een glas water.
  • Gebruik namaakspeeksel, zoals Saliva Orthana. Dit is te koop bij de drogist of apotheek.
  • Gebruik speciale producten om je mond vochtig te maken, zoals Biotene Oral Balance gel en spray, BioXtra of Caphosol. 

Mondverzorging

  • Vet lippen en mondhoeken in met vaseline. 
  • Spoel je mond vier tot tien keer per dag met zout water (één afgestreken theelepel zout in een glas water). 
  • Poets je tanden met een zachte tandenborstel of met een elektrische tandenborstel. 
  • Maak één keer per dag de ruimte tussen je tanden en kiezen goed schoon met tandenstokers, ragers en/of flosdraad. 
  • Poets je tong met een zachte tandenborstel, of maak hem schoon met een tongschraper.  
  • Maak je kunstgebit of plaatje goed schoon. 

Heb je vragen over de verzorging van je mond? Praat erover met je arts, tandarts of mondhygiënist. 

Aanpassing van je voeding  

  • Eet geen sterk gekruid, droog en hard eten. 
  • Maak je eten vochtig met jus of vruchtenmoes. 

Heb je vragen over wat je het beste kunt eten? Praat erover met je arts of verpleegkundige. Zij kunnen je advies geven of een diëtist inschakelen. 

Wat wil je en wat vind je belangrijk?  

Het is belangrijk dat je (huis)arts, je verzorgers en je naasten weten wat je voelt. Denk niet: ach, het is maar een droge mond. Zeg gerust waar je last van hebt, en probeer uit wat voor jou de beste en prettigste oplossing is, zodat je meer van je eten kunt genieten. Dat is niet alleen fijn, maar ook beter voor je gezondheid. 
 

Colofon

Met medewerking van:

illustratie-arts-man

Dr. Alexander de Graeff

Internist-oncoloog, UMC Utrecht

illustratie-arts-vrouw

Dr. Manon Boddaert

Arts palliatieve zorg, IKNL

Foto Etje Verhagen

Drs. Etje Verhagen-Krikke

GZ-psycholoog, Praktijk De Beken

LinkedIn

illustratie-deskundige-vrouw

Drs. José van Nus-Stad

Manager informele zorg, Kuria

Illustratie mensen

Ervaringsdeskundigen

illustratie-verpleegkundige-vrouw

Francis Mensink

Verpleegkundig consulent, IKNL

illustratie-verpleegkundige-vrouw

Jeanet van Noord

Verpleegkundig specialist palliatieve zorg, LUMC

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: februari 2022