Lichamelijke klachten

Obstipatie (verstopping)

Opslaan

Deze tekst gaat over obstipatie in de palliatieve fase (als genezen niet meer mogelijk is).

In deze tekst lees je meer over:

Obstipatie

Obstipatie is niet vaak genoeg poepen (minder dan 3 keer per week) en/of moeite hebben met poepen. De ontlasting is meestal hard. Een ander woord voor obstipatie is verstopping.

Bij fecale impactie is de ontlasting zo dik en hard geworden, dat het er niet meer spontaan uit kan via de anus.
 

    Gevolgen van obstipatie

    Obstipatie kan ernstige gevolgen hebben:

    • Aambeien
    • Anusfissuur: een scheurtje in de anus
    • Perianaal abces: ontsteking (abces) in de buurt van de anus
    • Darmperforatie: gaatjes in de darmwand
    • Ileus: gestoorde darmpassage

    Symptomen van obstipatie

    • Pijn in de buik of in het gebied van de endeldarm
    • Opgezette buik
    • Paradoxale diarree: lekkage van dunne ontlasting langs een ingedikte prop ontlasting. Een ander woord hiervoor is overloopdiarree.
    • Gebrek aan eetlust
    • Misselijkheid en overgeven
    • Winderigheid
    • Onrust en/of verwardheid
    • Aambeien
    • Niet (goed) kunnen plassen ondanks een gevulde blaas

    Oorzaken van obstipatie

    Obstipatie in de palliatieve fase van kanker heeft meestal verschillende oorzaken. De meest voorkomende oorzaken zijn:

    • Niet genoeg eten (vooral vezels) of drinken
    • Onvoldoende bewegen
    • Algehele zwakte, geen energie meer hebben, niet goed kunnen persen
    • Uitdroging
    • Ongunstige omstandigheden om te kunnen ontlasten, zoals te weinig privacy
    • Depressie
    • Sufheid
    • (Ernstige) verwardheid
    • Bepaalde medicijnen, zoals morfine

    Obstipatie kan ook veroorzaakt worden door de kanker zelf. Bijvoorbeeld door:

    • Afsluiting of verdrukking van de darm door de tumor
    • Uitzaaiingen in het buikvlies
    • Te veel calcium in het bloed
    • Verdrukking van ruggenmerg en/of zenuwen door de tumor

    Onderzoek en diagnostiek

    De arts stelt je vragen over je medische voorgeschiedenis en je klachten. Ook krijg je een lichamelijk onderzoek. Soms is neurologisch onderzoek nodig. De arts kijkt dan naar reflexen, spierkracht en sensibiliteit.

    Mogelijk vraagt de arts je om een aantal dagen op een lijst bij te houden wanneer en wat voor ontlasting je hebt.

    Heel soms krijg je aanvullend onderzoek (laboratoriumonderzoek, beeldvormend onderzoek)

    Behandeling van obstipatie


    Behandeling van de oorzaak

    De arts bekijkt wat waarschijnlijk de oorzaak is van de obstipatie. Zo nodig behandelt hij of zij de oorzaak.

    Veel voorkomende behandelingen zijn:

    • Operatie of plaatsen van een stent (klein buisje) bij afsluiting van de darm door de tumor
    • Behandeling van teveel calcium in het bloed
    • Aanpassen van de medicijnen
    • Bestraling bij verdrukking van ruggenmerg en/of zenuwen door de tumor
    • Behandeling van de tumor met chemotherapie of antihormonale therapie

    Behandeling van de klachten

    • Zorgen voor goede toiletomstandigheden: zittende houding op toilet of postoel, rust en privacy
    • Voldoende eten (vooral vezels) en drinken. Bekijk ook: Voedingstips bij obstipatie
    • Zo veel mogelijk lichaamsbeweging
    • Behandeling met medicijnen (laxeermiddelen). De meeste laxeermiddelen worden als tablet (magnesiumhydroxide of bisacodyl) of als drankje (macrogol/elektrolyten of lactulose) gegeven. Soms worden laxeermiddelen als zetpil (bisacodyl) of als klysma gegeven.
    • De arts zal zo nodig ook de ernstige gevolgen van de obstipatie zoals anusfissuur of een abces behandelen.

    Controle

    Je bespreekt regelmatig met de arts of verpleegkundige hoe de ontlasting is en of je klachten hebt. Soms vraagt de arts je om bij te houden op een lijst wanneer en wat voor ontlasting je hebt.

    Over deze pagina

    De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

    Laatste update: januari 2016

    Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

    Met medewerking van

    Dr. Graeff, A. de (medisch oncoloog)