Decubitus (doorligplekken) bij ongeneeslijke kanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Als je lang op bed ligt of in een rolstoel zit, kun je last krijgen van rode plekken, blaren en wonden op je huid. Op deze pagina wat er aan te doen is, en hoe je dit soort plekken kunt voorkomen als je ongeneeslijke kanker hebt. 

Lees op deze pagina verder over:

Wat is decubitus (doorligplekken)?

Als je ongeneeslijk ziek bent, lig of zit je vaak stil. Daardoor raakt je lichaam minder goed doorbloed. Dit gebeurt vooral op plekken van de huid waar je lichaam op rust, zoals je billen, stuitje en je hielen.

De doorbloeding kan zó slecht zijn, dat de huid en/of het weefsel daaronder kapot gaat. Je kunt dan last krijgen van pijn of een nare geur. Dit wordt ook wel decubitus genoemd.

Doorligplekken beginnen met een lichtrode plek waarvan de rode kleur niet weggaat als je erop drukt. Na een tijdje wordt de plek roder, ontstaan er blaren en kan de huid kan stuk gaan. Als er niets aan gedaan wordt, kan er een wond ontstaan die groter en dieper wordt.

Goed om te weten: bij een getinte of donkere huid is een rode plek minder goed te zien. Let dan op andere tekenen, zoals een warme, gevoelige plek of een zwelling of verharding onder de huid.

Wanneer heb je een grotere kans op doorligplekken?

Je hebt een grotere kans op doorligplekken: 

  • Als je lang in een bed ligt of in een (rol)stoel zit. 
  • Als je moeilijk zelf van houding kunt veranderen, bijvoorbeeld door pijn of zwakte.
  • Als je een minder goede bloedsomloop hebt, bijvoorbeeld door diabetes, lage bloeddruk  of problemen met je hart en/of bloedvaten.
  • Als je te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt.
  • Als je huid dun en droog is. Je huid is dan extra kwetsbaar.
  • Als je huid doorweekt is met zweet, urine en/of ontlasting. Bijvoorbeeld door warmte, koorts, of als je je poep of plas niet kunt ophouden.
  • Als je niet goed kunt voelen dat je huid bekneld raakt. Of niet goed kunt zien dat er plekken op je huid ontstaan.

Als je niet veel kunt bewegen, controleert de arts of (wijk)verpleegkundige regelmatig of je misschien doorligwonden krijgt. Als het nodig is, worden de wonden behandeld.

Doorligplekken bij kanker voorkomen of verminderen

Je kunt veel doen om doorligwonden te voorkomen of te verminderen. Bijvoorbeeld door goed te zitten of liggen en regelmatig je houding (iets) aan te passen. Je huid goed verzorgen is ook belangrijk.

Tips bij het zitten om doorligplekken te voorkomen

  • Zorg dat je goed recht zit. 
  • Gebruik het hele zitvlak van de stoel, niet alleen het randje. 
  • Laat je voeten steunen op de grond of op een voetenbankje. 
  • Ga bij voorkeur zitten op een stoel met armleuningen en gebruik die armleuningen. 
  • Probeer minstens één keer in de twee uur anders te gaan zitten. Zet de rugleuning van je stoel iets naar voren of achteren. Of druk jezelf met je armen even omhoog zodat je van je billen komt. 
  • Als je kunt staan, probeer dan af en toe even op te staan. 

Tips bij het liggen om doorligplekken te voorkomen 

  • Heb je een verstelbaar bed? Zet het hoofdeinde van je bed niet te hoog. Anders zak je naar beneden. Als je lichaam schuift of onderuitzakt, raakt de huid bekneld.
  • Stop je lakens niet in je bed, maar laat ze los hangen aan het voeteneind. Zo komt er minder druk op je voeten.  
  • Zorg voor zo min mogelijk laagjes, denk aan lakens, matjes, kleding en dekens. 
  • Probeer minstens één keer in de 4 uur anders te gaan liggen. Wissel het liggen op je linker- en rechterzijde af. Lukt het niet, dan kun je tussendoor proberen op je buik te liggen.   

Tips voor huidverzorging 

  • Was je huid met lauwwarm water en zonder zeep. Er is ook speciale zeep die niet ontvet. 
  • Een droge huid kun je insmeren met een vette crème of zalf zonder parfum. Zoals vaseline-cetomacrogolcrème, koelzalf of lanettezalf. 
  • Wrijf en masseer je huid niet te vaak. 
  • Een vochtige huid door bijvoorbeeld zweet, plas of poep gaat sneller kapot. Een crème kan dan helpen zoals zinkolie, barrierecrème of siliconencrème. 
  • Zorg dat je kleding schoon, glad en soepel is. Katoen is dan een fijne stof. 
  • Zorg ook dat je bed, stoel of rolstoel schoon en leeg is en dat je niet per ongeluk ergens op zit. Bijvoorbeeld op een infuusslang of op een dekentje. 

Tips voor hulpmiddelen bij doorligplekken
Je kunt hulpmiddelen lenen via de thuiszorg, bijvoorbeeld een speciaal matras of een dekenboog. Deze spullen helpen om geen drukplek te krijgen. Bespreek met je huisarts of de wijkverpleegkundige welke hulpmiddelen bij jou kunnen helpen.

Meer hulpmiddelen bij decubitus vind je in de Vilans Hulpmiddelenwijzer.

Behandeling van doorligwonden
Als je een doorligwond hebt, moet die behandeld worden. De (wijk)verpleegkundige maakt de wond schoon en verbindt de wond. 

Heb je pijn? Dan kun je pijnstillers krijgen of een pijnstillende zalf. Bij een infectie kun je antibiotica krijgen.

Ontstaat er een vervelende geur? Een ontsmettend middel, koolstof of geactiveerd koolstofverband kan helpen.

Misschien heb je last van psychische problemen of voel je je eenzaam. Dan kun je ondersteuning krijgen van een psycholoog, geestelijk verzorger of maatschappelijk werker.

Wat kun je zelf doen bij doorligplekken?

Je kunt zelf helpen decubitus te voorkomen door niet te lang in dezelfde houding te blijven zitten of liggen. Lukt dat niet? Vertel dat dan aan je (huis)arts.

Houd zelf ook je huid goed in de gaten. Heb je een rode plek die niet weggaat als je erop duwt? Of heb je pijn als je lang in één houding zit of ligt? Meld het dan bij je (huis)arts of verpleegkundige. Of vraag je naasten om dit te doen.

Wat wil je en wat vind je belangrijk?

Je kunt veel doen om decubitus te voorkomen of verminderen. Als er inmiddels een doorligwond is, wordt deze altijd wel behandeld. Je kunt zelf kiezen of je naast de fysieke klachten ook behandeling wilt voor de eventuele sociale klachten van decubitus. 

Het is erg belangrijk om goed na te denken over wat jij zelf wil. Vraag gerust naar de voordelen en de nadelen van de behandelingen. Wat weegt voor jou het zwaarst? Wat wil je wel, en wat wil je niet? Bespreek je wensen met je arts, zorgverleners en naasten. Vertel hun duidelijk wat je wilt. Dan kunnen zij jou de zorg bieden die bij jou past. 

Colofon

Met medewerking van:

illustratie-arts-man

Dr. Alexander de Graeff

Internist-oncoloog, UMC Utrecht

illustratie-arts-vrouw

Dr. Manon Boddaert

Arts palliatieve zorg, IKNL

Foto Etje Verhagen

Drs. Etje Verhagen-Krikke

GZ-psycholoog, Praktijk De Beken

LinkedIn

illustratie-deskundige-vrouw

Drs. José van Nus-Stad

Manager informele zorg, Kuria

Illustratie mensen

Ervaringsdeskundigen

illustratie-verpleegkundige-vrouw

Francis Mensink

Verpleegkundig consulent, IKNL

illustratie-verpleegkundige-vrouw

Jeanet van Noord

Verpleegkundig specialist palliatieve zorg, LUMC

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: maart 2022