Lichamelijke klachten

Vermoeidheid

Opslaan

De tekst hieronder gaat over vermoeidheid in de palliatieve fase (als genezen niet meer mogelijk is).

Mensen met kanker krijgen in de palliatieve fase vaak te maken met vermoeidheid. Hoe iemand de vermoeidheid ervaart en ermee omgaat, is voor iedereen anders. Ook de ernst van de vermoeidheid verschilt van persoon tot persoon. 

Ben je vaak moe of uitgeput, vertel dit dan aan je arts of verpleegkundige. Misschien kan er iets aan de vermoeidheid gedaan worden.

Lees verder over:

Moe zijn kan verschillende oorzaken hebben

Dat je moe bent kan door je ziekte komen, maar ook door andere dingen. Bijvoorbeeld de behandeling, andere ziektes die je hebt, de medicijnen die je gebruikt, pijn, benauwdheid of slecht slapen.

Van emotionele problemen en verlies van zingeving (‘Waar doe ik het nog allemaal voor?’) kun je ook moe worden.

Vermoeidheid gaat vaak samen met andere klachten

Je kunt tegelijk met de vermoeidheid ook andere klachten hebben, zoals:

  • gevoel van zwakte
  • een minder goede concentratie
  • niet helder kunnen denken
  • vergeetachtigheid
  • moeite hebben met beslissingen nemen
  • prikkelbaarheid 
  • snel geïrriteerd zijn
  • moeite hebben om je emoties onder controle te houden, snel huilen

Misschien heb je ook minder interesse in de mensen of dingen om je heen.

Steeds erg moe zijn heeft grote invloed op je leven

Wanneer je steeds maar moe bent, heeft dat veel gevolgen voor je leven. Wat je vroeger kon, kun je niet meer en dat is soms moeilijk te accepteren. Mogelijk voel je je schuldig over de vermoeidheid. Of voel je je afhankelijk, of boos en opstandig.

De vermoeidheid kan ook gevolgen hebben voor het leven vuwjean partner en/of je gezin. Zij moeten misschien meer in het huishouden doen, of accepteren dat daarvoor iemand in huis komt. Het contact met vrienden en kennissen kan ook anders worden.

Misschien beseffen je partner, kinderen, familieleden of vrienden onvoldoende wat de vermoeidheid met je doet. Probeer dit dan uit te leggen. Maak ook duidelijk dat je daardoor minder aankunt, zodat ze hier rekening mee kunnen houden. Bijvoorbeeld bij het maken van afspraken of het plannen van activiteiten.

Bespreek je klachten altijd met je (huis)arts of verpleegkundige

Vertel je arts of verpleegkundige dat je moe bent, wat dat voor je betekent en welke gevolgen dat heeft voor je leven.

Om een goed beeld te krijgen van je vermoeidheid, zal de arts je vragen stellen over je vermoeidheid en andere dingen die meespelen. Ook zal hij je lichamelijk onderzoeken.

Mogelijk vraagt hij je een of meer vragenlijsten in te vullen over de klachten die je hebt. Soms is ook nog extra onderzoek nodig, zoals bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje), longfunctieonderzoek of een röntgenfoto.

Wat kan de arts doen bij vermoeidheid?

Vaak wordt geprobeerd op meerdere manieren iets aan de vermoeidheid te doen. Je arts kan daarbij hulp vragen van andere zorgverleners, zoals een fysiotherapeut, diëtist, geestelijk verzorger, maatschappelijk werker of psycholoog.

Heb je naast chronische vermoeidheid ook andere problemen op verschillende gebieden van je leven, dan kan de arts je doorsturen naar een revalidatiearts met deskundigheid op het gebied van kanker.

Lichamelijke oorzaken en klachten aanpakken

Is de ziekte de oorzaak van de vermoeidheid, dan kan de arts de kanker behandelen. Bijvoorbeeld met chemotherapie, bestraling of immunotherapie. Je kiest zelf of je dit wilt.

Is de behandeling de oorzaak van de vermoeidheid, dan zal de arts met je bespreken of stoppen of aanpassen van de behandeling een optie is.

Is de vermoeidheid te wijten aan (ernstige) gevolgen van de ziekte, dan kan de arts de gevolgen behandelen. Heb je bijvoorbeeld ernstige bloedarmoede, dan kun je misschien bloedtransfusies krijgen. Bij een infectie of hoge koorts kan het soms zinvol zijn om antibiotica te gebruiken.

Andere klachten zoals benauwdheid, pijn, jeuk en hoesten worden ook behandeld als dat mogelijk is. Die kunnen de vermoeidheid immers beïnvloeden.

Stoppen met medicijnen of het aanpassen van medicijnen kan ook een manier zijn om vermoeidheid te verminderen. De arts zal dit met je bespreken.

Andere oorzaken van vermoeidheid aanpakken

Angstige en depressieve gevoelens kunnen meespelen bij vermoeidheid. De arts kan dan misschien medicijnen voorschrijven. Praten met een geestelijk verzorger, maatschappelijk werker of psycholoog over je vermoeidheid en de invloed ervan op je leven, kan ook helpen om je beter te voelen.

Mogelijk raadt de arts je cognitieve gedragstherapie aan. Tijdens deze behandeling leer je anders denken en je leert je anders te gedragen in reactie op je moeheid. Vaak wordt de vermoeidheid hierdoor minder.

Ook beweging (bijvoorbeeld wandelen, fietsen) en mind-body therapieën zoals mindfulness of yoga kunnen helpen bij vermoeidheid.

Vermoeidheid in de allerlaatste fase

In de allerlaatste fase (terminale fase) kunnen mensen erg moe zijn. Soms schrijft de arts dan medicijnen voor om de vermoeidheid te verminderen.

Wat kun je zelf doen bij vermoeidheid?

De volgende tips kunnen misschien helpen als je vaak (erg) moe bent:

  • Plan niet te veel dingen op een dag. Neem tussendoor regelmatig even rust.
  • Verdeel de dingen die je wilt doen over de week.
  • Kies bewust wat je zelf wilt of moet doen. Vraag hulp van anderen of van de thuiszorg bij andere activiteiten (bijvoorbeeld het huishouden).
  • Houd een vast dagritme aan en zorg voor goede nachtrust.
  • Probeer dagelijks te bewegen voor zover mogelijk. Mogelijk kan een oncologiefysiotherapeut je daarbij begeleiden.
  • Probeer zo gezond mogelijk te eten, zeker als eten geen probleem voor je is. Het kan zijn dat je extra calorieën, eiwit of andere voedingsstoffen nodig hebt. Een diëtist oncologie kan je advies geven over goede voeding.
  • Zoek afleiding.
  • Stel jezelf (nieuwe) doelen. Iets doen wat zinvol of betekenisvol is, kan je energie geven.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2019

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Multidisciplinaire richtlijnwerkgroep Vermoeidheid in de palliatieve fase