Lichamelijke klachten

Diarree

Opslaan

Deze tekst gaat over diarree in de palliatieve fase (als genezen niet meer mogelijk is).

Diarree is een dunne ontlasting, die varieert van brijig tot waterdun. De patiënt heeft deze ontlasting minstens 3 keer per 24 uur en moet vaak acuut naar het toilet.

Diarree komt vaak vrij plotseling opzetten en duurt meestal kort (acute diarree). Houdt de diarree langer dan 2 tot 3 weken aan, dan is er sprake van chronische diarree.

Heeft u langer dan 2 tot 3 dagen diarree en krijgt u te weinig vocht binnen, dan kunt u uitdrogen. Vooral als u wat ouder bent. U kunt ook een te laag kaliumgehalte van het bloed krijgen doordat er veel kalium verloren gaat met de ontlasting.

Een vorm van ontlasting die erg op diaree lijkt is paradoxale diarree of overloopdiarree. Dit komt voor bij obstipatie (niet vaak genoeg of moeilijk kunnen poepen). Er lekt dan dunne ontlasting langs een ingedikte prop ontlasting. 

Klachten door diarree

Dor diarree kunnen lichamelijke of psychosociale klachten ontstaan:

Lichamelijke klachten:

  • Pijnlijke buikkrampen en/of pijnlijke krampen vóór het poepen
  • Ongewild verlies van ontlasting of het niet kunnen ophouden van ontlasting
  • Pijnlijke anus
  • Dorst als gevolg van uitdroging (vooral bij oudere patiënten)
  • Gewichtsverlies

Psychosociale problemen:

  • Schaamte
  • Zich vies voelen
  • Angst om kleren en bed vuil te maken

Oorzaken van diarree


Acute diarree

  • Door ziekte: gedeeltelijke afsluiting van de darm
  • Door behandeling: radiotherapie, chemotherapie, blokkade van zenuwen in de buik om pijn te bestrijden (plexus coeliacusblokkade)
  • Door medicijnen (onder andere antibiotica, laxeermiddelen, ijzerpreparaten)
  • Andere oorzaken: obstipatie (paradoxale diarree), infecties van het maagdarmkanaal, voedingsfactoren (onder andere sondevoeding)

Chronische diarree 


Door ziekte:

  • Bij alvleesklierkanker: onvoldoende opname van voedingstoffen
  • Afsluiting van de galwegen
  • Productie van stoffen door bepaalde tumoren (endocriene tumoren van de alvleesklier, carcinoïde tumoren, medullair schildkliercarcinoom)
  • Fistels in het maag-darmkanaal. Een fistel is een abnormale verbinding tussen verschillende delen van de darm of tussen de darm en de huid of de vagina
  • Chronische darminfecties (vooral bij aids)

Door behandeling:

  • Na chirurgie (na resectie van maag of ileum; short bowel syndroom na colectomie en/of ileostoma) 
  • Afstotingsreactie na beenmergtransplantatie met beenmerg afkomstig van een donor 

Andere oorzaken:  

  • Teveel bacteriën in de dunne darm
  • Bijkomende aandoeningen, zoals diabetes, darmaandoeningen, te snel werkende schildklier en chronische ontsteking van de alvleesklier.

Acute diarree door infecties, obstipatie en bijwerkingen van medicijnen komt het meest voor.

Onderzoek en diagnostiek

De arts zal u vragen stellen over uw voorgeschiedenis en klachten. Daarna zal hij u lichamelijk onderzoeken.

Mogelijk stekt de arts ook extra onderzoek voor, zoals:

  • Laboratoriumonderzoek (bloedonderzoek)
  • Onderzoek van uw ontlasting
  • Een röntgenfoto van uw buik
  • Een CT-scan
  • Endoscopie (kijkonderzoek van de darm)

Behandeling van diarree

De arts kan verschillende behandelingen voorstellen. Deze zijn onder te verdelen in:

  • Behandeling van de oorzaak
  • Behandeling van de klachten

Behandeling van de oorzaak

  • Aanpassing van de medicijnen die u gebruikt
  • Laxeermiddelen voorschrijven bij paradoxale diarree
  • Aanpassing van (sonde)voeding
  • Antibiotica bij ontsteking van de dikke darm door bepaalde bacteriën of een teveel aan bacteriën
  • Behandeling van chronische darminfecties bij aids
  • Geven van alvleesklierenzymen ter verbetering van absorptie van voedingsmiddelen
  • Stent (buisje in galweg of darm) of operatie bij aandoeningen die de galwegen of darm afsluiten
  • Behandeling van bijkomende aandoeningen

Behandeling van de klachten


Aanpassen van het voedingspatroon:

  • Voldoende vocht innemen, zoals bouillon, 'plat' mineraalwater, thee.
  • Vaak kleine maaltijden eten in plaats een paar keer een grote maaltijd.
  • Eten en drinken vernijden dat de darm prikkelt of de peristaltiek bevordert, zoals koffie, alcohol, koolzuurhoudende dranken, ui, prei, koolsoorten en scherpe specerijen.

Een echt stoppend dieet bestaat niet. Wat bij de ene patiënt helpt tegen diarree, werkt niet bij de andere.

Lees voor meer voedingstips: Ik heb diarree, wat nu? en Voedingstips bij diarree

En verder:

  • Gebruik van incontinentiemateriaal 
  • Bescherming van de huid rond de anus met bijvoorbeeld zinkolie, barrièrecrème of Cavilon® swabs of spray
  • Eventueel opvangzakken voor de ontlasting of een anaaltampon gebruiken
  • Behandeling van geuroverlast
  • Eventueel vochttekort en elektrolytenstoornissen herstellen met ORS of via een infuusmedicijnen, meestal loperamide (Imodium®)

Controle

De arts of verpleegkundige controleert:

  • Hoe vaak u ontlasting heeft
  • Hoe de ontlasting eruit ziet
  • Of er sprake is van uitdroging

Eventueel controleert hij/zij ook het kaliumgehalte in uw bloed en uw nierfunctie.

Bij ernstige diarree is de controle minstens 1 keer per dag.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: januari 2016

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Graeff, A. de (medisch oncoloog)