Bestraling bij borstkanker

Tmc over deze informatie

Bestraling is de behandeling van kanker met straling. Het doel is kankercellen te vernietigen en tegelijk gezonde cellen zo veel mogelijk te sparen. Bestraling is een plaatselijke behandeling: het deel van uw lichaam waar de tumor zit wordt bestraald.  Een ander woord voor bestraling is radiotherapie.

De straling komt uit een bestralingstoestel. U krijgt de straling van buitenaf, door de huid heen. De radiotherapeut en laborant bepalen nauwkeurig op welke plek hoeveel straling gaat komen.

Inwendige bestraling wordt bij borstkanker bijna niet gegeven.

Aantal bestralingssessies

Een in opzet genezende en aanvullende bestralingsbehandeling bestaat meestal uit 16 tot 23 bestralingen. U krijgt ze in 3 tot 5 weken elke werkdag. Palliatieve bestraling is korter: meestal 1 tot een paar keer.

Duur van de behandeling

Voorheen werd er bij borstkanker meestal 5 tot 7 weken bestraald. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat met een hogere dosis straling per dag (hypofractionering) en daardoor minder weken in totaal vergelijkbare resultaten worden behaald. Dat betekent dus dat u een kortere behandeling krijgt dan voorheen. Hierdoor kunnen ook eventuele andere aanvullende therapieën eerder starten.

In Nederland zijn ziekenhuizen in de meeste situaties overgegaan op hypofractionering, maar er zijn nog onderlinge verschillen. Met andere woorden: dezelfde soort behandeling kan in het ene ziekenhuis meer weken in beslag nemen dan in het andere.

Wanneer bestraling?

Bestraling kan worden gegeven:
  • na een borstsparende operatie
  • tijdens een borstoperatie (IORT, intra-operatief bestraling)
  • na een borstamputatie, ook na een borstreconstructie
  • na een okselkliertoilet, of in plaats van een okselkliertoilet
  • bij een recidief (teruggekeerde tumor)
  • bij uitzaaiingen

Bestraling na een borstsparende operatie

Na een borstsparende operatie wordt de borst altijd bestraald. Vaak in 16 tot 23 keer verdeeld over 3 tot 5 weken. Afhankelijk van onder andere uw leeftijd en de tumorkenmerken wordt een zogenoemde boost gegeven (spreek uit als boest). Dit is een extra dosis bestraling op de plek waar de tumor heeft gezeten: de boost-bestraling. Een andere naam hiervoor is surdosage.

Het doel is kankercellen die misschien in de borst zijn achtergebleven te vernietigen. Bestraling verlaagt de kans op terugkeer van tumor. Hoeveel de kans verlaagd wordt verschilt per persoon.

Boost-bestraling

In Nederland wordt na bestraling van de gehele borst soms nog een boost gegeven op het tumorbed (het gebied waar de tumor heeft gezeten). Boost-bestraling levert vooral grote winst op naarmate vrouwen jonger zijn dan 50 jaar, of bij bepaalde eigenschappen van de tumor. Een extra boost dosis geeft een verdere verkleining in de kans op terugkeer van kanker in de borst. Dit levert dus vooral winst op als de kans op terugkeer wat hoger dan gemiddeld ingeschat wordt. Factoren die hier een rol spelen zijn relatief jonge leeftijd, eigenschappen van de tumor, en hoe compleet de operatieve verwijdering is.

Een boost-bestraling kan een minder mooi cosmetisch resultaat geven, maar dit betekent niet dat een plastisch chirurgische ingreep noodzakelijk is. Plastische chirurgische correctie helpt voor sommige patiënten op termijn wel om het resultaat mooier te maken.

De boost-bestraling kan op 3 manieren gegeven worden:
  • na de borstbestraling een extra serie uitwendige bestralingen met een hogere dosis en op een kleiner gebied. Meestal gaat het om 8 bestralingen, dus 1,5 à 2 weken extra.
  • gelijktijdig met de borstbestraling. Er wordt dan een geïntegreerd bestralingsplan gemaakt met een bepaalde stralingsdosis voor de borst en een hogere dagelijkse dosis (boost) in het tumorgebied. Dit heet ‘simultaneous integrated boost’ (SIB)
  • een inwendige bestraling met radioactieve stof via holle naalden op de plaats waar de tumor heeft gezeten. Inwendige bestraling komt bij borstkanker minder vaak voor.

Soms worden ook de lymfeklierstations in de oksel, langs het borstbeen of langs het sleutelbeen bestraald. Lymfeklierstations zijn plekken waar veel lymfeklieren samenkomen. Of bestraling daar nodig is, hangt af van de aanwezigheid van eventuele lymfeklieruitzaaiingen.

Bestraling tijdens een borstoperatie (IORT)

Bij IORT krijgt u nadat de borsttumor is verwijderd, één inwendige bestraling. Dat gebeurt dus tijdens deze operatie. De behandeling is geschikt voor patiënten met een tumor met een laag risico op terugkeer in de borst. Dit wordt bepaald op basis van factoren zoals leeftijd (vaak 60 jaar of hoger); tumor type en grootte, en geen uitzaaiingen in de lymfeklieren.

IORT is de afkorting van Intra-Operatieve RadioTherapie: bestraling tijdens een operatie. De chirurg verwijdert eerst de tumor. Daarna bestraalt de bestralingsarts tijdens dezelfde operatie de plek waar de tumor heeft gezeten. Dit gebeurt heel nauwkeurig, waarbij de gezonde weefsels buiten het te bestralen gebied worden gehouden. Daardoor is het mogelijk om een hoge dosis straling te geven. Zonder kans op schade van gezond weefsel.

Na de bestraling sluit de chirurg de operatiewond. IORT wordt alleen gegeven in het:
  • Catharinaziekenhuis in Eindhoven
  • Medisch Centrum Haaglanden in Den Haag

IORT bij borstkanker komt in de plaats van de bestraling die normaal volgt na een borstsparende operatie. Het voordeel van IORT is dat u in 1 keer de dosis bestraling krijgt die nodig is. U hoeft niet een aantal weken elke dag naar het ziekenhuis voor elke keer een kleine dosis straling.

IORT is niet bij alle patiënten mogelijk. U kunt de mogelijkheid voor IORT in uw persoonlijke situatie het beste met uw behandelaar bespreken.

Partiële borstbestraling

Patiënten met relatief kleine tumoren kunnen soms in een aantal centra in Nederland partiële borstbestraling krijgen. Dit heet ook wel APBI: accellerated partial breast irradiation. Deze behandeling wordt meestal verricht in studieverband. Binnen 1 of 2 weken krijgt u een geconcentreerde dosis bestraling op het tumor gebied. De lokale bestraling kan gegeven worden voorafgaand op de operatie of na de operatie.

Bestraling na een borstamputatie

Het is een misverstand dat na een borstamputatie nooit bestraling nodig is. Na een borstamputatie wordt soms de borstwand bestraald. Dat gebeurt als:
  • de tumor groot is (>5 cm) en er 4 of meer lymfeklieren in de oksel aangetast zijn, of
  • als er andere redenen zijn die de kans op terugkeer van de ziekte vergroten 

Bestraling kan een probleem opleveren als u een directe borstreconstructie wenst. Door bestraling van de borstwand neemt de kans op complicaties bij een reconstructie namelijk toe. Bestraling kan zorgen voor meer kapselvorming rondom de siliconenprothese, maar dat verschilt erg per persoon.

Kapselvorming betekent dat er zich een laagje bindweefsel rondom de prothese gaat vormen, dit gebeurt altijd in enige maat ook zonder bestraling, maar kan verergerd worden door de bestraling. Dit kan dik worden en samentrekken. Dit kan gevoelig zijn.

Bestraling na een okselkliertoilet

Als na een okselkliertoilet blijkt dat 4 of meer lymfeklieren of andere klieren buiten de oksel aangetast zijn, is daarna ook nog bestraling van lymfeklieren in de oksel, langs het borstbeen en/of sleutelbeen nodig.

Bestraling van de lymfeklieren in plaats van een okselkliertoilet

U krijgt in de meeste ziekenhuizen in Nederland bestraling van de oksel indien de schildwachtklier een tumor bevat. Bestraling van de oksel heeft geen invloed op eventueel aanvullende behandelingen met medicijnen, zoals chemotherapie. Ook patiënten met een beperkte aantasting van de okselklieren bij de diagnose krijgen steeds vaker okselsparende behandelingen, bijvoorbeeld na neo-adjuvante chemotherapie.

Bestraling na terugkeer van de tumor

Als de tumor teruggekomen is, moet soms opnieuw worden bestraald. Dat gebeurt alleen nadat de voor- en nadelen van nieuwe bestraling goed zijn afgewogen. De dosis straling is dan altijd laag, omdat er al eerder bestraald is. Bij nogmaals bestralen is de kans op bijwerkingen groter. Verder wordt de bestraling dan vaak gecombineerd met hyperthermie, een behandeling waarbij het lichaam plaatselijk verhit wordt tijdens de bestraling.

Bestraling bij uitzaaiingen

Zijn er uitzaaiingen in andere delen van het lichaam? Dan wordt u soms palliatief bestraald. De bestraling heeft dan als doel de (pijn)klachten te beperken en de groei van de uitzaaiingen te stabiliseren. Vooral uitzaaiingen in de botten, bij het ruggenmerg of in de hersenen zijn een reden voor bestraling. Bij uitzaaiingen op andere plaatsen, bijvoorbeeld in longen en lever, heeft bestraling soms effect.

Bestraling bij uitzaaiingen in bot

Bij uitzaaiingen in de botten wordt vaak 1 tot 3 keer hogere bestralingsdosis gegeven. Bij de meeste patiënten neemt de pijn af. Bij een derde tot de helft verdwijnt de pijn helemaal. Een botuitzaaiing kan botbreuken of bijna-breuken veroorzaken. Dan is er eerst een operatie nodig om de breuk te herstellen en pijn te verlichten. Daarna volgt vaak alsnog bestraling.

Bestraling bij uitzaaiingen in hersenen of ruggenmerg

Bij uitzaaiingen in de hersenen of bij het ruggenmerg moet snel gehandeld worden, liefst voordat er uitvalsverschijnselen zijn, zoals een verminderde controle over de eigen bewegingen of een afname van gevoel. Beide worden veroorzaakt door zenuwbeschadiging, doordat tumorcellen vanuit de wervelkolom naar de zenuwen in het ruggenmergskanaal groeien. Bij uitzaaiingen in de hersenen volgt een bestraling op de gehele hersenen. Zelden wordt een gerichte bestraling gegeven.

Bestraling bij uitzaaiingen in longen en lever

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden van uitzaaiingen in lever en/of longen, waaronder precisiebestraling (stereotactische radiotherapie) als er slechts enkele uitzaaiingen zijn.

Bestraling bij kanker

Deze video laat zien hoe uitwendige bestraling in zijn werk gaat. U ziet een mannelijke patiënt, maar deze video geldt voor zowel mannen als vrouwen. Bron: KWF.

Bijwerkingen bestraling bij borstkanker

  • Meestal hebben patiënten tijdens de bestralingsperiode last van vermoeidheid. Het is aangetoond dat dagelijks fysieke beweging kan helpen bij deze vermoeidheid.
  • Een andere veelvoorkomende bijwerking is een reactie van de huid. Uw huid kan rood of donker kleuren op de plek waar u bent bestraald. Bij uw bestralingsafdeling krijgt u advies over verzorging van de huid tijdens en na de bestraling. De piekreactie kan een paar weken na de laatste bestraling pas optreden, daarna herstelt de huid zich snel. 
  • Soms laat het bovenste laagje van de huid los, zoals bij een schaafwond. Bijvoorbeeld in een huidplooi. Ook in dit geval kan u bij uw bestralingsafdeling terecht voor verzorging.
  • Er is een kans dat u op lange termijn littekenvorming krijgt in het bindweefsel en de spieren in het bestraalde gebied. De kans hierop verschilt per patiënt en is afhankelijk van de hoogte van de bestralingsdosis ter plekke.
  • Het risico op lymfoedeem van de arm na een okseloperatie wordt groter als de okselklieren na de operatie worden bestraald, vergeleken met alleen een operatie. Maar het risico op lymfoedeem in de arm na alleen bestraling van de oksel is kleiner vergeleken met een okseloperatie. Indien u klachten krijgt van lymfoedeem zijn er goede behandelingen beschikbaar. U kunt hiervoor terecht bij de fysiotherapeut of huidtherapeut (lymfedrainage therapie)
  • Sommige patiënten krijgen last van drukkende pijn op de borstwand of steken in de littekens. Dat is vervelend, maar niet gevaarlijk.
  • Longklachten. De kans op longklachten na bestraling voor borstkanker is minder dan 1%. Indien klachten ontstaan, zijn deze 3-9 maanden na de bestraling meestal weer verdwenen. De klachten bestaan uit kortademigheid en een droge hoest. Bij klachten kunt u het beste contact opnemen met uw arts.
  • Hartklachten. De kans op hartklachten van de bestraling voor borstkanker in de linkerborst is vrij klein, een paar procent na 10-20 jaar. Maar om dit risico zoveel mogelijk te vermijden, wordt in bijna alle centra in Nederland bestraling met een zo genaamde “ breath hold” techniek aangeboden. De bestraling wordt gegeven terwijl u diep inademt en de adem vasthoudt. Zo wordt het hart grotendeels buiten het bestralingsveld gehouden.

Vaak verdwijnen de meeste klachten een paar weken na de behandeling. Maar u kunt nog lang moe blijven. De arts of laborant geeft u advies over hoe u de bijwerkingen kunt beperken.