Behandeling van borstkanker

Borstamputatie

Opslaan

De meeste vrouwen met borstkanker krijgen een operatie. Er zijn 2 soorten operaties mogelijk: een borstamputatie en een borstsparende operatie.

Bij ongeveer 1 op de 3 vrouwen wordt de hele borst verwijderd. Dit heet een borstamputatie.

Wanneer een borstamputatie?

De chirurg zal een borstamputatie voorstellen als:

  • de tumor te groot is in verhouding tot de borst
  • er meerdere tumoren zijn verspreid door de borst
  • de borstkanker is teruggekeerd nadat u eerder een borstsparende operatie en bestraling heeft gehad
  • u jonger dan 30 jaar bent en er geen bestraling hoeft te volgen na borstamputatie

Hoe gaat een borstamputatie?

Bij een borstamputatie verwijdert de chirurg de hele borst. De spier achter de borst blijft zitten. Als er geen directe reconstructie wordt verricht, zal bij de amputatie ook de huid, tepel en tepelhof worden verwijderd.

Na de operatie is de vorm van de borst in dat geval verdwenen.

Reconstructie na de borstamputatie

In de meeste gevallen is het mogelijk om direct na de borstamputatie een reconstructie te verrichten. Dit houdt in dat de buitenkant van de borst (huid, tepelhof en tepel) behouden blijft, en dat de binnenkant van de borst wordt verwijderd en vervangen door een implantaat of door eigen weefsel van de buik of rug.

Ook kunt u kiezen voor een uitgestelde borstreconstructie na de borstamputatie. Hierbij wordt de reconstructie in een tweede operatie verricht. Soms is het mogelijk om in de tussentijd de tepel te bewaren in de lies.

Lees meer over de verschillende technieken voor een borstreconstructie.

Onderzoek na operatie

Na de operatie onderzoekt een patholoog de weggehaalde borst. De uitslag geeft informatie over het stadium van de borstkanker en bepaalt ook welke andere behandelingen nodig zijn.

Behandelingen voor of na de borstamputatie

Na het verwijderen van de borst is soms bestraling nodig. Vaak adviseert de arts ook andere aanvullende behandelingen, zoals chemotherapie, hormonale therapie of doelgerichte therapie.

Is voor de operatie al duidelijk dat een aanvullende behandeling nodig is? Dan kan het ook zijn dat u hiermee start en de operatie pas na afronding van deze therapie volgt.

Wondvocht afvoeren

Tijdens de borstamputatie brengt de chirurg vaak een slangetje aan dat het overtollige wondvocht afvoert. Zo’n slangetje heet een drain. De verpleegkundige of huisarts verwijdert de drain na een of meer dagen, afhankelijk van de operatie.

Hierna kan het wondvocht zich nog ophopen. Heeft u hier erg veel last van, dan kan de verpleegkundige het vocht met een injectienaald opzuigen. Het opzuigen is niet pijnlijk, maar vergroot wel het risico op infecties.

Herstel na de operatie

De eerste weken na de operatie kan de wond pijn doen en een trekkend gevoel geven. De huid rond de wond kan verkleurd zijn. Soms is het gebied rondom het litteken gezwollen. Deze klachten worden minder naarmate de wond geneest.

Veel patiënten zien er tegenop om naar de wond te kijken. Het kan prettig zijn om de eerste keer samen met de verpleegkundige en eventueel uw partner naar de wond te kijken. De verpleegkundige kan uitleggen wat u ziet.

De meeste vrouwen kunnen een paar dagen na de operatie zichzelf weer verzorgen en vrij bewegen. Bewegen is goed voor het herstel.

Bijwerkingen van de borstamputatie

Een borstamputatie kan complicaties met zich meebrengen, zoals een nabloeding, infectie of littekenvorming.

Bij de operatie moet de chirurg vaak de gevoelszenuwen doorsnijden. Dit kan leiden tot een doof gevoel aan de binnenkant van de arm. Dit heet fantoompijn. Ook kunt u last krijgen van zenuwpijn. Lees verder over pijn na borstkanker en behandelingen hiervoor.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: december 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Borstkankervereniging Nederland