Anti-hormonale therapie bij borstkanker

Opslaan

Anti-hormonale therapie werkt bij borstkanker alleen bij een hormoongevoelige tumor. Anti-hormonale therapie kan onderdeel zijn van de genezende behandeling. Dan zijn er 2 opties: voor de operatie (adjuvant), of erna (neo-adjuvant).

Ook bij teruggekeerde borstkanker kun je anti-hormonale therapie krijgen. En bij uitzaaiingen kunnen de medicijnen helpen om de kankercellen af te remmen en klachten te verminderen.

Welke soort anti-hormonale therapie de arts voorstelt, hangt af van het stadium van de borstkanker, of je al in de overgang bent en de mogelijke bijwerkingen. De meeste vrouwen verdragen de behandeling goed.

Lees verder over:

Hoe werkt anti-hormonale therapie?

Anti-hormonale therapie is een behandeling tegen hormonen. Je krijgt namelijk medicijnen die de aanmaak van hormonen beperken, of die hun invloed verminderen. De behandeling heeft alleen effect bij hormoongevoelige tumoren. Deze groeien onder invloed van hormonen.

De medicijnen verspreiden zich via het bloed door je lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken.

Anti-hormonale therapie voor of na de borstoperatie

Als onderdeel van de genezende behandeling krijg je anti-hormonale therapie in combinatie met chemotherapie. Meestal start je met de anti-hormonale therapie nadat je klaar bent met de operatie en bestralingen.

In sommige situaties kan de arts voorstellen om de behandeling te beginnen met anti-hormonale therapie. Zo kan de tumor eerst krimpen en kunnen eventuele uitzaaiingen in de lymfeklieren kleiner worden of zelfs verdwijnen. Hierdoor is de operatie aan de borst wellicht minder ingrijpend en is een okselkliertoilet misschien niet nodig.

Anti-hormonale therapie en de overgang (menopauze)

Welke soort anti-hormonale therapie de arts voorstelt, hangt ook af van je leeftijd en of je al in de overgang bent (geweest). De aanmaak van hormonen in het lichaam is voor de overgang namelijk anders dan daarna.

Anti-hormonale therapie bij vrouwen die in de overgang zijn (geweest)

Vrouwen die al in de overgang zijn (geweest), krijgen meestal een paar jaar tamoxifen, gevolgd door een paar jaar een aromataseremmer. Of eerst een aromataseremmer en dan tamoxifen. Hieronder lees je meer over deze medicijnen. De volgorde heeft geen invloed op het resultaat van de behandeling.

Anti-hormonale therapie duurt 5 tot 10 jaar. De duur hangt af van het stadium van de ziekte. Bij meer uitgebreide ziekte wordt een duur van langer dan 5 jaar geadviseerd.

Anti-hormonale therapie bij vrouwen voor de overgang

Vrouwen die nog niet in de overgang zijn, krijgen meestal anti-hormonale therapie met tamoxifen voor 5 jaar. Bij uitzaaiingen in de lymfeklieren kan de arts voorstellen de behandeling met tamoxifen te verlengen tot 10 jaar.

Daarbij is het ook belangrijk dat de eierstokken geen oestrogeen meer aanmaken. Zeker bij vrouwen jonger dan 40 jaar. Daarom krijg je ook een behandeling die de werking van de eierstokken blokkeert. Anders werkt de tamoxifen niet goed.

Je kunt ervoor kiezen om de eierstokken te laten verwijderen, of medicijnen te gebruiken die de werking van de eierstokken stilleggen. Bespreek de mogelijkheden met je arts.

De behandeling schakelt de werking van de eierstokken uit, maar het is geen vervanging voor anticonceptie. Gebruik daarom ook condooms of een koperhoudend spiraaltje. Anticonceptie met hormonen is niet geschikt.

Anti-hormonale therapie bij uitgezaaide borstkanker

Bij uitgezaaide borstkanker is genezing niet meer mogelijk. De behandeling kan wel levensverlengend werken en klachten verminderen. Palliatieve anti-hormonale therapie kan de groei van de uitzaaiingen afremmen.

Welke anti-hormonale therapie je bij uitgezaaide borstkanker krijgt, hangt af van verschillende factoren:

  • of je al in de overgang bent (geweest)
  • voor hoelang je al eerder anti-hormonale therapie hebt gehad
  • hoeveel tijd er zit tussen het eindigen van de anti-hormonale therapie en de diagnose van de uitzaaiingen

Bij hormoongevoelige uitzaaiingen zal de arts een behandeling met anti-hormonale therapie voorstellen. Er zijn verschillende medicijnen beschikbaar, zoals aromataseremmers, fulvestrant en tamoxifen.

Meestal begin je met 1 soort anti-hormonale therapie. Als de ziekte verergert, is dat een teken dat die soort anti-hormonale therapie niet meer goed werkt. De uitzaaiingen zijn dan gegroeid, of er zijn nieuwe uitzaaiingen ontstaan. De kankercellen zijn dan resistent geworden voor dit medicijn. Je kunt dan soms overstappen op een andere soort anti-hormonale therapie. De arts zal dit met je bespreken.

Anti-hormonale therapie samen met doelgerichte therapie

De werking van de anti-hormonale therapie kan soms verbeterd worden met doelgerichte therapie. Daarom krijg je soms ook een doelgericht medicijn:  een MTOR remmer (everolimus) of CDK4/6 remmer (palbociclib, ribociclib of abemaciclib)

Deze medicijnen hebben een vergelijkbare werking, maar geven andere bijwerkingen. Bespreek met de arts welke bijwerkingen je het meest aanvaardbaar vindt. 

Overstappen op chemotherapie

Op een gegeven moment reageren de uitzaaiingen helemaal niet meer op een vorm van anti-hormonale therapie of zijn er teveel uitzaaiingen. Dan kan de arts voorstellen om over te stappen naar een behandeling met chemotherapie.

Soorten anti-hormonale therapie bij borstkanker

Er zijn 2 groepen anti-hormonale therapie; ze werken op verschillende manieren:

Anti-hormonale therapie heeft enige tijd nodig om maximaal tegen de borstkanker te werken. Pas na enkele maanden kan de arts vaststellen of de behandeling aanslaat.

Medicijnen die de aanmaak van de hormonen blokkeren

Er zijn verschillende manieren om de aanmaak van vrouwelijke geslachtshormonen te blokkeren. Mogelijkheden van anti-hormonale therapie zijn anders voor vrouwen die nog niet in de overgang zijn dan voor vrouwen die dat wel al zijn (geweest).

Voor de overgang

Bij vruchtbare vrouwen komen de vrouwelijke geslachtshormonen uit de eierstokken. Het doel van deze soort anti-hormonale therapie is de functie van de eierstokken uit te schakelen.

Dit kan door medicijnen die de werking van de eierstokken tijdelijk stilleggen. Deze medicijnen heten LHRH-agonisten. Je krijgt ze via een injectie. Er zijn meerdere LHRH-agonisten beschikbaar, de bekendste zijn goselerine (Zoladex®), buselerine (Suprefact®), leuproreline (Lucrin®) en triptoreline (Decapeptyl®). De injectie wordt elke 1 tot 3 maanden herhaald.

Een andere optie is de eierstokken met een operatie te verwijderen. De eierstokken verliezen dan definitief hun functie en zwangerschap is niet meer mogelijk.

Na de overgang

Na de overgang komen de vrouwelijke hormonen niet meer uit de eierstokken, maar uit het vetweefsel. Een belangrijk eiwit bij de aanmaak hiervan is aromatase. Je kunt anti-hormonale therapie krijgen die aromatase blokkeert: een aromataseremmer. Een aromataseremmer blokkeert dus de vorming van vrouwelijke hormonen in het vetweefsel.

Voorbeelden van aromataseremmers zijn anastrozol (meerdere merknamen), letrozol (meerdere merknamen) en exemestaan (Aromasin®). Het medicijn is een tablet dat je dagelijks inneemt.

Na verloop van tijd kan de werking van de aromataseremmer afnemen. Je kunt dan een andere soort anti-hormonale therapie krijgen. Of de anti-hormonen combineren met doelgerichte therapie.

Medicijnen die de werking van hormonen remmen

De andere hoofdgroep anti-hormonale therapie remt de werking van de vrouwelijke hormonen op de borstkanker. De anti-hormonale therapie bestaat uit ‘nephormonen’ die voorkomen dat de echte hormonen bij de kankercellen kunnen komen. Een andere naam voor deze soort is anti-oestrogenen.

Bij anti-oestrogenen maakt het niet uit of een vrouw al in de overgang is geweest, of nog niet. Het bekendste medicijn uit deze soort is tamoxifen. Tamoxifen zit in tabletten die je dagelijks inneemt.

Een ander anti-oestrogeen is fulvestrant (Faslodex®). Fulvestrant krijg je via een maandelijkse injectie.

Bijwerkingen en klachten van anti-hormonale therapie bij borstkanker

Anti-hormonale therapie kan bijwerkingen geven. De vrouwelijke hormonen hebben allerlei functies in het lichaam. Van welke bijwerkingen je last krijgt en hoe erg je er last van hebt, verschilt per persoon.

De meest voorkomende klachten van anti-hormonale therapie zijn:

Nieuwe ontwikkelingen hormonale therapie bij uitgezaaide borstkanker

Prof. dr. Koos van der Hoeven over de nieuwe ontwikkelingen in hormonale therapie bij uitgezaaide borstkanker. Bron: Uitgeverij Jaap.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2020

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Aafke Honkoop, internist-oncoloog, Isala, Dr. Rhodé Bijlsma, internist-oncoloog, UMC Utrecht, Werkgroep Voorlichting, Nationaal Borstkanker Overleg Nederland (NABON), Borstkankervereniging Nederland (BVN)