Behandeling en bijwerkingen

Borstamputatie

Opslaan

Bij ongeveer eenderde van de vrouwen is operatieve verwijdering van de gehele borst de beste behandeling. Dit heet een borstamputatie of ablatio. Bij een ablatio verwijdert de chirurg al het borstklierweefsel, ook de tepel en de tepelhof. De borstspier blijft gespaard. De contour van de borst is na de operatie verdwenen. Soms voert een plastisch chirurg tijdens de ingreep een directe borstreconstructie uit.

De opnameduur voor een borstverwijdering is meestal 2 tot 3 dagen. Als er ook een directe borstreconstructie plaatsvindt, varieert de duur van 3 tot 5 dagen.

Wanneer een borstverwijdering?

  • bij een grote kwaadaardige tumor waarbij een borstsparende behandeling niet veilig mogelijk is
  • bij 2 of meer tumoren op verschillende plekken in de borst die verder uit elkaar liggen
  • bij een groot gebied in de borst met voorstadium van borstkanker (ductaal carcinoom in situ: DCIS)
  • bij een voorstadium van borstkanker die verspreid is door de hele borst
  • als bij een poging tot borstsparende operatie de snijranden niet tumorvrij blijken te zijn en een tweede borstsparende operatie niet cosmetisch fraai mogelijk is
  • als de borst eerder bestraald is geweest
  • als iemand er zelf voor kiest de borst weg te laten halen
  • bij terugkeer van een tumor en als er al eerder borstsparend is behandeld en nadien bestraald
  • jonge vrouwen kiezen vaker voor een borstamputatie dan voor een borstsparende operatie, omdat ze door hun leeftijd meer kans hebben dat een tumor in de borst terugkomt. Dat is bijvoorbeeld het geval als er sprake is van erfelijkheid. Jonge vrouwen kunnen ook voor een borstsparende ingreep kiezen en ook bij erfelijkheid.

Bestraling na borstverwijdering

Soms kan het nodig zijn ook na de borstamputatie te bestralen op de wand van de borstkas. Bijvoorbeeld als de tumor agressieve groeikenmerken vertoont.

Borstverwijdering met reconstructie

Soms kan een borstverwijdering gecombineerd worden met een directe borstreconstructie. Bij een huidsparende borstverwijdering wordt al het borstweefsel weggenomen inclusief de tepelhof en de tepel, maar de overliggende huid blijft intact voor het plaatsen van een tissue expander of een prothese. Een tissue expander is een tijdelijk ballonnetje dat regelmatig met vocht wordt gevuld, zodat de spier en de huid voldoende oprekken. In een tweede operatie wordt enkele maanden later de definitieve prothese geplaatst. 

Een directe reconstructie is minder wenselijk wanneer er na de operatie bestraling nodig is. De reden hiervoor is dat bestraling het cosmetische resultaat van een directe reconstructie beïnvloedt. Een borstverwijdering gecombineerd met een directe reconstructie is ingewikkelder en meer belastend dan alleen een borstverwijdering. Zo'n operatie duurt, afhankelijk van de gekozen reconstructietechniek, soms 2 tot 6 uur.

Een plastisch chirurg voert de directe reconstructie tijdens dezelfde ingreep uit als de borstverwijdering. Vraag uw chirurg naar de mogelijkheden voor een directe reconstructie. Vervolgens kunt u ook verder in gesprek gaan met een plastisch chirurg. Soms is het verstandiger en mooier om pas in tweede instantie over te gaan tot een reconstructie.

Er zijn diverse reconstructietechnieken met verschillende gevolgen en cosmetische resultaten. De chirurg maakt gebruik van:

  • lichaamsvreemd materiaal (tissue expander en siliconen prothese)
  • lichaamseigen materiaal (buikvet, billen, bovenbenen) of
  • een combinatie van beide (rugspier met een prothese). 

Het kan zijn dat het ziekenhuis de reconstructietechniek die bij u past, niet kan aanbieden. Vraag dan om een second opinion bij een ziekenhuis waar die mogelijkheid wel bestaat, zodat u een goede afweging kunt maken wat voor u de beste oplossing is.

Er zijn geen aanwijzingen dat een directe reconstructie de kans op terugkeer van de kanker in de borst of ergens anders in het lichaam vergroot.

Bijwerkingen na een operatie

Na de operatie kunt u bijwerkingen hebben, zoals een nabloeding, infectie of littekenvorming. U kunt pijn hebben, soms over de hele borstwand of een doof gevoel, ook wel fantoompijn genoemd. Wat ook voorkomt zijn vochtophopingen. Als de slangetjes die wondvocht afvoeren zijn verwijderd en er ontstaat nieuw vocht, dan moet dat soms weggezogen worden met een holle naald. De slangetjes die wondvocht afvoeren worden ook wel drains genoemd.

Bijwerkingen op de lange termijn komen met name door okselklierverwijdering, zoals minder gevoel in de arm en het okselgebied, moeite met bewegen en te veel vocht (lymfoedeem).

Bij een borstverwijdering of een okselkliertoilet worden vaak gevoelszenuwen doorgesneden. Dit kan leiden tot een doof gevoel aan de binnenkant van de arm, maar ook tot een nare pijn: zenuwpijn. Deze pijn reageert meestal niet op gewone pijnstillers, maar wel op speciale medicatie en andere behandelingen.

Tijdelijke borstprothese

Als u niet direct een reconstructieve operatie hebt gehad, krijgt u in het ziekenhuis een tijdelijke lichtgewicht prothese aangemeten. Voor het aanmeten van deze prothese is het prettig als u 2 comfortabele, goed passende bh's, met verstelbare brede banden meeneemt. Het liefst een al eerder gedragen bh, deze heeft namelijk al een goede pasvorm.

Wondgenezing na een operatie

Tijdens een okselklierverwijdering of een amputatie brengt de arts meestal een slangetje aan, in of bij de wond. Dit voert het overtollige wondvocht af. Zo’n slangetje heet een drain. Er kunnen 2 drains zijn:

  • een drain voor wondvocht uit de oksel
  • een drain voor wondvocht uit het wondgebied van de borst

Na gemiddeld 1 tot 5 dagen verwijdert de arts de drains. Het gebeurt regelmatig dat het wondvocht zich dan toch nog ophoopt. Heeft u hier last van, dan kan de mammacareverpleegkundige het vocht met een injectienaald opzuigen. Deze eenvoudige ingreep is meestal niet pijnlijk.

Zeker de eerste weken kan de wond pijn doen en trekken. De huid rond de wond kan wat verkleurd zijn. En soms is het littekengebied wat gezwollen. Deze verschijnselen worden steeds minder als de wond geneest.

  • Heeft u een complete okselklieroperatie gehad? Dan heeft u geen of veel minder gevoel:
  • in de huid langs de wondranden
  • aan de binnenkant en/of achterkant van de bovenarm

Dit komt doordat een deel van de gevoelszenuwen in het wondgebied is doorgesneden. Bij de meeste patiënten komt het gevoel in het wondgebied na een tijd weer terug.Veel patiënten zien er tegenop om naar de wond te kijken. Het kan daarom prettig zijn om, als u dit wenst, de eerste keer samen met bijvoorbeeld uw partner en een verpleegkundige naar de wond te kijken. De verpleegkundige kan dan zo nodig uitleggen wat u ziet. Hierna mag u gaan douchen. In de dagen na de operatie zult u zich weer vrij snel zelf kunnen verzorgen en vrij bewegen. Bewegen is goed voor het herstel.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: maart 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Borstkankervereniging Nederland, Dr. Koppert, L.B. (chirurg-oncoloog)