Wat is…?

Risicofactoren van borstkanker

Opslaan

In Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen de diagnose borstkanker. Het is vaak moeilijk vast te stellen wat de oorzaak is.

Er zijn persoonlijke factoren die de kans op borstkanker kunnen beïnvloeden. Maar niet iedereen met een bepaalde risicofactor krijgt daadwerkelijk borstkanker. Het gaat altijd om een kans. Verschillende factoren kunnen samen de kans op borstkanker verhogen.

De volgende risicofactoren van borstkanker zijn wetenschappelijk aangetoond:

Erfelijke aanleg voor borstkanker

Bij 5 tot 10% van de vrouwen met borstkanker speelt erfelijkheid een rol. Iemand met een erfelijke aanleg voor borstkanker heeft ook meer risico op het krijgen van deze ziekte.

Eerdere borstaandoening

Bij 15 tot 20% van de vrouwen die zijn genezen van borstkanker ontstaat binnen 20 jaar een tweede keer borstkanker. Na borstkanker is er dus verhoogde kans op kanker in de andere borst.

Sommige goedaardige afwijkingen kunnen een hogere kans op borstkanker geven. De controles in het ziekenhuis worden hier op aangepast.

Vrouwelijke hormonen: oestrogeen en progesteron

Hoe langer de borsten zijn blootgesteld aan de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron, hoe groter de kans op borstkanker. Daarom is er een verhoogde kans op borstkanker voor vrouwen die:

  • jong hun eerste menstruatie hadden (voor het 12e jaar), vooral in combinatie met een late overgang (na het 55e jaar)
  • geen of weinig zwangerschappen hebben
  • na hun 35e een eerste kind krijgen
  • geen of kort borstvoeding geven
  • de anticonceptiepil slikken
  • overgewicht hebben
  • hormoonpreparaten gebruiken tegen overgangsklachten
  • DES-moeder zijn en tussen de 45 en 65 jaar oud

Lees verder over de invloed van vrouwelijke hormonen op het ontstaan van borstkanker.

Dicht borstklierweefsel

Vrouwen met zeer dicht borstweefsel hebben een hoger risico op borstkanker dan vrouwen met gewoon borstklierweefsel. Het borstweefsel bestaat uit melkklieren en vetweefsel. Als u meer melkklieren en minder vetweefsel heeft, heet dit dicht borstklierweefsel.

Algemene risicofactoren

Naast deze specifieke risicofactoren voor borstkanker zijn er ook algemene risicofactoren voor het krijgen van kanker.

Bekijk welke algemene risicofactoren er zijn voor kanker.

Niet wetenschappelijk aangetoond

In de afgelopen jaren zijn er een aantal andere mogelijke oorzaken van borstkanker onderzocht. Van onderstaande factoren is niet wetenschappelijk aangetoond dat ze kunnen bijdragen aan het ontstaan van borstkanker.

Grootte van borsten

Soms wordt gedacht dat vrouwen met grote borsten meer kans hebben op het krijgen van borstkanker. Dat is niet juist: er is geen relatie tussen de grootte van de borsten en het risico op borstkanker.

Deodorant

Er wordt gesuggereerd dat deodorant schadelijk is en borstkanker kan veroorzaken. Specifiek gaat het om de ingrediënten parabenen en aluminiumchloorhydraat.

Er is geen verband aangetoond tussen het aanbrengen van deze stoffen op de huid en het ontstaan van borstkanker. Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze stoffen via de huid het borstweefsel kunnen bereiken.

Daarbij zijn parabenen steeds minder vaak een ingrediënt van verzorgingsproducten.

Zonnebrandcrème

Ook is er geen verband gevonden tussen het smeren van zonnebrandcrème en borstkanker. Het is juist onverstandig om het niet te gebruiken: zonnebrandcrème beschermt tegen huidkanker.

Beugelbeha’s

Beugelbeha’s zijn geen risicofactor voor borstkanker. Deze beha's worden wel eens afgeraden na een borstoperatie, omdat ze de afvoer van de lymfe kunnen belemmeren.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2018

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Borstkankervereniging Nederland, Smit, T. (verpleegkundig specialist), Drs. Felderhof, J. (radiotherapeut)