Bestraling bij borstkanker

Opslaan

Bestraling is bij borstkanker een veelgebruikte behandeling. Vaak krijg je de bestraling samen met andere behandelingen, zoals een operatie, chemotherapie of hormonale therapie. Hoeveel bestralingen nodig zijn, hangt af van de soort borstkanker en van het stadium van de ziekte.

Lees verder over:

Bestraling na de borstsparende operatie

Na een borstsparende operatie volgt bijna altijd een aanvullende behandeling met bestraling. De arts of physician assistant bespreekt met je hoeveel bestralingen nodig zijn.

Het doel van de bestraling is kankercellen te vernietigen die misschien in de borst zijn achtergebleven. Bestraling verlaagt de kans op terugkeer van de borstkanker.

Meestal krijgt de hele borst bestraling. Soms is alleen bestraling nodig op het gedeelte van de borst waar de tumor gezeten heeft. Dit hangt af van verschillende factoren zoals je leeftijd en kenmerken van de tumor.

Soms zal de arts voorstellen om geen aanvullende behandeling met bestraling te doen. Bijvoorbeeld bij oudere vrouwen die een borsttumor hebben die niet zo agressief is en vrij langzaam groeit. Ook zonder bestraling zijn hun vooruitzichten gunstig.

Boost-bestraling van een deel van de borst

Soms krijg je naast bestraling van de hele borst ook een boost-bestraling. Dit is een extra dosis straling op alleen de plek waar de tumor heeft gezeten.

Boost-bestraling zorgt ervoor dat de kans op terugkeer van de kanker nog kleiner wordt. Het levert vooral winst op bij vrouwen jonger dan 40 jaar en bij bepaalde eigenschappen van de tumor.

Bestraling tijdens de borstsparende operatie (IORT)

Soms ie het mogelijk om tijdens de operatie bestraling te geven. Deze techniek heet IORT. Dat is de afkorting van intra-operatieve radiotherapie.

Met IORT is het niet meer nodig om na de operatie nog naar het ziekenhuis te gaan voor de bestraling. Ook kun je sneller starten met andere aanvullende behandelingen, zoals hormonale therapie of doelgerichte therapie.

Bestraling tijdens de operatie is geschikt bij borstkanker met een laag risico op terugkeer. Dit is het geval bij: vrouwen van 50 jaar en ouder die een kleine, niet-agressieve tumor hebben zonder uitzaaiingen in de lymfeklieren. Er zijn nog een aantal andere voorwaarden voor IORT. De arts kan vertellen of je voor deze behandeling in aanmerking komt.

Niet ieder ziekenhuis biedt IORT aan. Bespreek ook met je arts of het daarom nodig is dat de operatie met bestraling in een ander ziekenhuis plaatsvindt. Lees meer over IORT.

Bestraling bij uitzaaiingen in de lymfeklieren

Als er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn gevonden, kan de arts voorstellen om die gebieden te bestralen. Lymfeklieren rondom de borst bevinden zich in de oksel, rondom het sleutelbeen en bij het borstbeen. Meestal zaait borstkanker als eerste uit naar de lymfeklieren in de oksel.

Meestal bestraling, soms een okselkliertoilet

Een alternatief voor bestraling van de lymfklieren in de oksel is het okselkliertoilet. Dit is een operatie waarbij de chirurg alle lymfeklieren uit de oksel verwijdert. Bestraling geeft minder kans op klachten op de lange termijn dan een okselkliertoilet. De arts bespreekt met je welke van deze behandelingen in jouw situatie het meest geschikt is.

Door chemotherapie voor de operatie is bestraling op de lymfeklieren niet altijd nodig

Als je voor de operatie chemotherapie krijgt, lukt het misschien al om alle kankercellen in de lymfeklieren te vernietigen. Hierdoor is een aanvullende behandeling van de oksel (met bestraling of een okselkliertoilet) niet altijd nodig.

Voor de start van de chemotherapie brengt de arts een marker in de lymfeklier(en) waarin de uitzaaiingen zijn gevonden. Tijdens de operatie verwijdert de arts die lymfeklier. De patholoog onderzoekt of de uitzaaiing nog aanwezig is. Dit heet de MARI-procedure.

Als de uitzaaiing verdwenen is, is een aanvullende behandeling van de oksel niet altijd nodig. Zitten er nog kankercellen in de lymfeklier, dan zal de arts voorstellen om de oksel te bestralen, of een okselkliertoilet te doen.

Boost-bestraling van de lymfeklieren

Soms zal de arts een boost-bestraling op de lymfeklieren voorstellen. Dit is een extra dosis straling op het gebied waar de lymfeklieren zitten waarin uitzaaiingen zijn gevonden. Een boost-bestraling op de lymfklieren is nodig als de lymfeklieren waarin kankercellen zitten niet te opereren zijn.

Bestraling na de borstamputatie

Na een borstamputatie is soms bestraling nodig. De arts kan dit voorstellen als de kans op terugkeer groot is. Dat kan het geval zijn als:

Borstreconstructie en bestraling na borstamputatie

Na de borstamputatie is een borstreconstructie mogelijk. Als ook bestraling nodig is, is er en een wat hogere kans op complicaties na de borstreconstructie. De reconstructie kan er dan minder mooi uit komen te zien. Het risico op een minder goed gelukte reconstructie is groter als je rookt of overgewicht hebt.

Ook geeft bestraling een grotere kans op kapselvorming rondom de prothese. Het littekenweefsel rondom de prothese gaat dan samentrekken. Dit heet een kapselcontractuur. Een ernstige kapselcontractuur zorgt ervoor dat de borst vaster en pijnlijk aanvoelt en van vorm verandert. De prothese moet dan vervangen worden.

Lees verder over bestraling en borstreconstructie.

Bestraling bij teruggekeerde borstkanker

Als de borstkanker is teruggekomen, kun je (opnieuw) bestraling krijgen.

Heb je eerder geen bestraling gehad? Dan krijg je nu bestraling, meestal na een operatie waarmee de teruggekeerde tumor wordt weggehaald.

Bestraling met hyperthermie

Heb je al eerder bestraling gehad, dan is een tweede keer bestraling mogelijk. Die krijg je vaak samen met hyperthermie.

Hyperthermie is een behandeling die het deel van het lichaam warmer maakt waar de bestraling gaat komen. Hyperthermie maakt zo de kankercellen gevoeliger voor bestraling. Bespreek met de arts of dit mogelijk is en wat de voor- en nadelen van een tweede keer bestraling zijn.

Lees meer over bestraling met hyperthermie.

Bestraling bij uitgezaaide borstkanker

Bij uitzaaiingen van borstkanker in andere delen van het lichaam is ook bestraling mogelijk. Bestraling kan klachten verminderen en de groei van de uitzaaiingen afremmen. Vooral bij uitzaaiingen in de botten, de wervelkolom en de hersenen wordt bestraling gebruikt.

Bestraling bij uitzaaiingen in de botten

Bij uitzaaiingen in de botten wordt vaak bestraling gegeven. Meestal neemt de pijn in de botten binnen enkele weken af. Soms verdwijnt de pijn zelfs helemaal.

Bestraling bij uitzaaiingen in de hersenen

Bij uitzaaiingen in de hersenen is het belangrijk om te voorkomen dat lichaamsfuncties uitvallen. De uitzaaiingen kunnen bestraling krijgen, of de gehele hersenen. Dit hangt af van hoe uitgebreid de uitzaaiingen zijn.

Bestraling bij uitzaaiingen in de longen en lever

Soms wordt bestraling gebruikt bij uitzaaiingen in de longen en lever. Dit kan wanneer er maar een paar uitzaaiingen zijn (oligo-uitzaaiingen).

Bekijk de uitgebreide informatie over uitgezaaide borstkanker.

Hoe werkt bestraling?

Bestraling is de behandeling van kanker met straling. Het doel is kankercellen te vernietigen en tegelijk gezonde cellen zoveel mogelijk te sparen. Bestraling is een plaatselijke behandeling: het deel van het lichaam waar de tumor zit of eerst zat wordt bestraald. Een ander woord voor bestraling is radiotherapie.

De straling komt uit een bestralingstoestel. De straling gaat van buitenaf door de huid heen. De radiotherapeut bepaalt nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek waar je wordt bestraald. De radiotherapeutisch laborant voert de bestralingen uit.

Bestraling bij kanker

Deze video laat zien hoe uitwendige bestraling in zijn werk gaat.

Bijwerkingen van bestraling bij borstkanker

Door de bestraling kun je last krijgen van bijwerkingen. Bijwerkingen kunnen kort na de bestraling optreden. Andere klachten ontstaan pas maanden of zelfs jaren later.

Bijwerkingen kort na de bestraling

Bestraling kan bijwerkingen geven. Ze kunnen al tijdens de behandeling ontstaan, of in de weken daarna. Meestal gaan deze bijwerkingen vanzelf weer over als het weefsel is genezen van de behandeling.

Vermoeidheid

Door de behandeling en het op en neer reizen naar het ziekenhuis kun je moe worden. Lees meer over vermoeidheid door bestraling.

Irritatie aan de huid

Door bestraling kan de huid van de borst gaan irriteren. Bekijk de uitgebreide informatie over huidklachten door bestraling.

Slikklachten en keelpijn

Als de lymfeklieren rondom het sleutelbeen bestraling krijgen, kun je moeite hebben met het doorslikken van eten. Ook kun je last krijgen van keelpijn. De klachten ontstaan vaak in de tweede helft van de behandeling.

Kortademigheid en kriebelhoest

Er kan ook wat straling op de longen komen. Hierdoor kun je last hebben van kortademigheid en een kriebelhoest.

Bijwerkingen langer na de bestraling

De bestraling kan ook klachten geven die pas maanden of jaren later ontstaan. Ze gaan meestal niet meer over.

Verandering aan de borst

In de maanden tot jaren na de bestraling kan het uiterlijk van de borst nog veranderen. Ook kan de borst gevoelig zijn.

Lymfoedeem

Bestraling kan lymfoedeem veroorzaken. Dan ontstaat er een ophoping van lymfevocht in de borst of in de arm. Hierdoor wordt de borst of arm dikker. Meer informatie over lymfoedeem en borstkanker.

Huidproblemen

De bestraling kan lange-termijnklachten aan de huid geven. Zo kan de huid gaan verkleuren en kunnen bloedvaatjes meer gaan opvallen. Ook kan het litteken in de borst vaster aanvoelen. Dit heet fibrose. Lees verder over huidproblemen bij borstkanker.

Stijve schouder en arm

Na de bestraling kan het zijn dat je de schouder en arm aan die kant minder goed kunt bewegen. Meer over een stijve schouder en arm.

Hartklachten

Bij de bestraling kan er ook straling op het hart komen. Dit kan leiden tot hartschade en hartproblemen. Met de breath-hold techniek en protonentherapie probeert de arts de kans op hartschade zo klein mogelijk te maken. Bekijk de uitgebreide informatie over hartproblemen bij borstkanker.

Breath-hold techniek

Bij sommige behandelingen met bestraling bij borstkanker is er een risico dat er straling op het hart komt. Dat kan het geval zijn bij bestraling op de linkborst, de borstwand aan de linkerkant en bij de lymfeklieren achter het borstbeen. Het hart ligt dan vlak achter het gebied waar de straling op komt.

De straling kan het hart beschadigen. Om de kans op hartschade zo klein mogelijk te maken, helpt het om tijdens de bestraling diep in te ademen en je adem in te houden voor ongeveer 30 seconden. Dit heet de breath-hold techniek.

De inademing vult te longen met lucht. Zo komt het hart verder weg te liggen van het gebied dat de bestraling krijgt. En kan er minder straling op het hart komen.

Iedere keer dat je bestraling krijgt, doe je de breath-hold een aantal keer. Voordat de behandeling met bestraling start, krijg je oefeningen waarmee je leert je adem 30 seconden in te houden.

Protonentherapie bij borstkanker

Sinds 2018 is een nieuwe soort bestraling beschikbaar in Nederland: protonentherapie. Bij borstkanker is deze behandeling mogelijk als duidelijk wordt dat protonentherapie minder schade aan het hart veroorzaakt dan gewone bestraling.

Om dit te bepalen, maakt de arts 2 bestralingsplannen: 1 voor de gewone bestraling en 1 voor de protonentherapie. De arts vergelijkt deze bestralingsplannen met elkaar en bepaalt de kans op hartschade per soort bestraling. Als de arts verwacht dat de protonentherapie minder schade geeft, kan hij of zij deze behandeling voorstellen.

Bekijk de uitgebreide informatie over protonentherapie.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2020

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Corine Veenstra, physician assistant, Antoni van Leeuwenhoek, Dr. Nina Bijker, radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC (locatie VUmc), Drs. Eveline Koiter, radiotherapeut-oncoloog, Medisch Spectrum Twente, John Paulissen, physician assistant, Maastro, Werkgroep Voorlichting, Nationaal Borstkanker Overleg Nederland (NABON), Borstkankervereniging Nederland (BVN)