Behandeling en bijwerkingen

Borstsparende operatie

Opslaan

Bij ongeveer tweederde van de vrouwen met borstkanker is het niet nodig de hele borst te verwijderen, maar is een borstsparende operatie mogelijk. Een borstsparende operatie wordt ook wel een lumpectomie genoemd. 

Via een snede in de huid verwijdert de chirurg de tumor inclusief een hoeveelheid omliggend weefsel. De rest van de borst blijft intact maar kan wel van vorm veranderen. Om de vorm van de borst weer zo goed mogelijk te herstellen is soms plastische chirurgie nodig. Dit heet oncoplastische chirurgie. De borst wordt weer mooi rond.

Voor een borstsparende operatie hoeft u meestal niet in het ziekenhuis te overnachten. In sommige ziekenhuizen, of als u zich niet goed voelt na de ingreep, blijft u 1 nacht. De patholoog-anatoom onderzoekt of de snijvlakken tumorvrij (schoon) zijn. U krijgt alle uitslagen van het weefselonderzoek op de polikliniek tijdens een bezoek.

Bestraling na de operatie

Na een borstsparende operatie is de kans heel klein dat de tumor binnen 10 jaar plaatselijk terugkomt. Maar omdat het altijd mogelijk is dat in de rest van de borst toch nog kwaadaardige cellen zitten, volgt na de operatie altijd radiotherapie. Die bestaat uit 16 tot 25 bestralingen. 

Voordeel borstsparende behandeling

Het grootste voordeel van een borstsparende behandeling is het behoud van de eigen borst, al dan niet met plastische chirurgie. Er zijn vrouwen die tóch voor verwijdering van de hele borst kiezen, ook al is een borstsparende behandeling mogelijk. Zij denken dat verwijdering van de hele borst veiliger is en een betere overlevingskans biedt. Dat is niet zo. Bij een goed uitgevoerde borstsparende operatie is de kans op een goede overleving net zo groot als bij verwijdering van de hele borst.

Wanneer een borstsparende operatie?

Een borstsparende operatie is niet bij elke patiënt mogelijk. Bij de afweging zijn de bevindingen van chirurg, radioloog, patholoog, radiotherapeut en plastisch chirurg bepalend. Bespreek met uw chirurg of u voor deze techniek in aanmerking komt. Uw eigen voorkeur speelt een belangrijke rol. Uiteraard is het wel belangrijk dat u een keuze maakt op basis van de juiste informatie.

Bij de keuze voor wel of geen borstsparende operatie spelen verschillende factoren mee:

  • de grootte van de tumor in verhouding tot uw borst
  • het te verwachten cosmetische resultaat
  • het oppervlak van het gebied met ‘voorstadium van borstkanker’ 
  • het kwadrant van de borst waar de tumor zich bevindt 
  • eerdere bestraling van de borst
  • of bestraling op de borst mogelijk is
  • de kans op plaatselijke terugkeer van de borstkanker
  • de leeftijd van de patiënt (hoe jonger een patiënt is, hoe groter de kans op plaatselijke terugkeer van de borstkanker; jonge patiënten kiezen daarom relatief vaak een volledige verwijdering van de borst bijvoorbeeld met een directe reconstructie)
  • erfelijkheid 
  • wens van de patiënt

Borstsparende operatie bij DCIS

Bij een ‘voorstadium van borstkanker’ (DCIS) wordt een borstsparende operatie overwogen als:

  • er maar één gebied met afwijkende DCIS-cellen wordt gezien en dit gebied klein is
  • de chirurg alle DCIS-cellen kan verwijderen

Om de kans op het terugkeren van DCIS te verkleinen, wordt de sparend behandelde borst na de operatie bestraald. Hierbij worden de resterende DCIS-cellen vernietigd. Bij 10% van de behandelde vrouwen keert de DCIS na 10 jaar in de behandelde borst terug.

Tumor verkleinen door neo-adjuvante chemotherapie

Soms krijgt u bij een grote tumor chemotherapie vóór de operatie om de tumor te verkleinen. Dit heet neo-adjuvante chemotherapie. Als de tumor door deze therapie voldoende is verkleind, is soms een borstsparende operatie mogelijk. De operatie vindt dan dus na de neo-adjuvante chemotherapie plaats.

Tumor zichtbaar maken

Is de tumor goed voelbaar, dan verwijdert de chirurg de tumor aan de hand van wat hij voelt. Is de tumor niet (goed) voelbaar, dan bepaalt de radioloog voorafgaand aan de operatie waar de tumor precies zit aan de hand van een lokalisatie. Dat gebeurt met echografie of mammografie.

Met een lokalisatie kan op verschillende manieren de plek van de tumor in de borst worden gemarkeerd:

  • via het plaatsen van een (of meerdere) radioactief jodiumbronnetje(s). Met een geigerteller wordt de radioactieve tumor opgespoord. Een geigerteller is een meetapparaatje. Op deze manier kan de tumor inclusief een marge van gezond weefsel worden uitgenomen.
  • via draadlokalisatie: de radioloog prikt een draad met een weerhaakje in de borst, op de plaats waar de tumor zit. De chirurg moet dan het gedeelte rondom deze draad verwijderen.
  • door een klein beetje radioactieve vloeistof in de borst te spuiten en tegelijkertijd gebruik te maken van een echo- of mammografie. De radioactieve vloeistof kleurt de tumor. De chirurg kan nu het gemarkeerde borstweefsel verwijderen.

Tumor plus gezond weefsel

Uiteraard is het belangrijk alle tumorcellen te verwijderen tijdens de operatie. Daarom snijdt de chirurg ook een gedeelte gezond weefsel rondom de tumor weg. De patholoog-anatoom onderzoekt het verwijderde weefsel nauwkeurig en onderzoekt of er vrije snijranden zijn. Hij kijkt bij het verwijderde weefsel hoe ver de tumorcellen van het snijvlak afzitten en beoordeelt zo of de snijvlakken ‘schoon’ zijn. Is dat zo, dan is het (bijna) zeker dat de tumor in zijn geheel is verwijderd. Als het snijvlak niet ‘schoon’ is, kunnen er tumorcellen zijn achtergebleven. Dan kan besloten worden tot een nieuwe operatie of extra bestraling om de in de borst achtergebleven tumorcellen te doden.

Oncoplastische chirurgie

Voor uw uiterlijk is een borstsparende operatie minder ingrijpend dan wanneer de chirurg de borst verwijdert. Toch kan het zo zijn dat bij een borstsparende operatie het eindresultaat minder fraai wordt als de chirurg in verhouding een behoorlijk deel van de borst verwijdert. Om dat te voorkomen kan de plastisch chirurg helpen om de vorm van de geopereerde borst te herstellen. Dit gebeurt dan direct nadat de chirurg de tumor heeft verwijderd. Deze ingreep wordt een oncoplastische operatie genoemd. 

Oncologisch chirurgen maken regelmatig gebruik van oncoplastische technieken, ook als ze in verhouding een kleiner gedeelte van de borst verwijderen. Kort gezegd richten deze technieken zich op het contourherstel van de borst. De holte waar weefsel is weggeopereerd wordt netjes gesloten. Eventueel verplaatst de chirurg het overgebleven weefsel. Zo voorkomt de chirurg dat de vorm van de borst na de aanvullende radiotherapie verdwijnt. 

Het uiteindelijke cosmetisch resultaat kan pas worden beoordeeld na de bestraling. De bestraling maakt meestal onderdeel uit van een borstsparende behandeling. Soms krijgt u daarna nog een plastisch chirurgische ingreep.

Onderzoek richt zich op het vooraf goed kunnen inschatten van hoeveel borstklierweefsel in de borst wordt weggehaald en welk cosmetisch resultaat u kunt verwachten. Deze inschatting wordt gemaakt op basis van de grootte van de borst, de grootte van de tumor en de locatie van de tumor in de borst.

Borstverkleining als borstsparende behandeling

Een borstverkleining is een voorbeeld van een oncoplastische ingreep waarbij de oncologisch chirurg en de plastisch chirurg samen opereren. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg de schildwachtklier en het aangedane borstweefsel. Hierna maakt de plastisch chirurg van het overgebleven borstweefsel weer een mooi gevormde borst, ook wel contoursparend genoemd.

De littekens zijn vaak dezelfde als na een gewone borstverkleining. Na deze ingreep blijven meestal geen drains achter en kunt u na 1 of 2 nacht(en) naar huis.

Door deze techniek blijft de vorm van de borst goed behouden, ook na de bestraling. Ongeveer een half jaar na de bestraling, als de vorm en het volume van de bestraalde borst stabiel zijn, kan eventueel de andere kant worden aangepast. Dit kan met een ‘normale’ borstverkleining. Zo zijn de borsten weer even groot.

Nadeel van oncoplastische reductie

Het nadeel van deze techniek is, dat als de tumor niet volledig is verwijderd, u alsnog wordt geopereerd. Daarbij wordt de borst soms toch verwijderd. Vraag bij uw verzekeraar of u de kosten van een oncoplastische reductie vergoed krijgt.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: maart 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Borstkankervereniging Nederland, Dr. Koppert, L.B. (chirurg-oncoloog)