Nazorg en controle bij borstkanker

Tmc over deze informatie

Na de behandeling blijft u nog jaren onder controle bij uw arts. Bij de controles kijkt de arts vooral of de ziekte is teruggekomen en of er misschien een tweede nieuwe tumor in de borst zit. De arts doet jaarlijks beeldvormend onderzoek. Omdat het risico op plaatselijke terugkeer de eerste 5 jaar het grootst is, wordt u in die periode vaker gecontroleerd. 

Voor onderzoek naar een nieuwe of teruggekeerde tumor is een jaarlijkse mammografie genoeg. Dit geldt ook voor onderzoek naar een tumor in de andere, gezonde borst. Na 5 jaar krijgt u weer een bevolkingsonderzoek naar borstkanker waarbij 1 keer per 2 jaar een mammogram wordt verricht. Als u borstparend bent geopereerd, wordt een mammogram 1 keer per 2 jaar via uw huisarts aangevraagd. Als u jonger was dan 45 jaar op het moment dat borstkanker werd vastgesteld, blijft u op een mammapolikliniek onder controle tot uw 50e. 

Klachten

Heeft u klachten, dan wordt daar verder onderzoek naar gedaan. Wees daarom alert op de signalen van uw lichaam. En neem bij veranderingen contact op met uw huisarts of specialist.

Laat u onderzoeken bij klachten die steeds erger worden en langer dan 3 weken duren. Bijvoorbeeld bij pijn of kortademigheid. Uit onderzoek kan ook blijken dat de klachten niets met borstkanker te maken hebben.

Laat het ook onderzoeken als u nieuw knobbeltje of andere verandering(en) aan de behandelde borst ontdekt. Is de ziekte teruggekomen? Of heeft u een tweede tumor zonder uitzaaiingen op afstand? Dan komt u opnieuw in aanmerking voor een in opzet genezende behandeling.

De controles hebben als doel lokale recidieven of afwijkingen in de borst bijtijds op te sporen. Een lokaal recidief betekent dat de borstkanker in het operatiegebied zit. Bij een regionaal recidief zit de tumor in de borstwand, de oksel, in het kliergebied onder het sleutelbeen of naast het borstbeen. 

Als een plaatselijk recidief gevonden wordt, wordt ook altijd gericht onderzoek naar uitzaaiingen gedaan.

Bij een lokaal recidief wordt wel altijd aanvullend onderzoek gedaan om te kijken of er uitzaaiingen zijn in andere organen. In een derde van de gevallen zijn die uitzaaiingen er. Een recidief betekent dat de ziekte terug is na de behandeling.

De tumor kan ook op afstand teruggekomen zijn. Dan is een tumorcel via lymfe of bloed vervoerd en is ergens anders in het lichaam weer uitgegroeid tot een tumor: een uitzaaiing.

Uitzaaiingen op afstand zijn moeilijk op te sporen. Als er tumorcellen zijn losgeraakt en gaan zwerven, duurt het lang voordat deze gevonden worden. De uitgezaaide cellen moeten al een nieuwe tumor hebben gevormd van een halve tot een hele centimeter om te kunnen worden herkend. Alleen in de longen is een tumor sneller te zien, omdat die door luchthoudend weefsel wordt omringd.

Kans op terugkeer

De kans op een terugkerende tumor is afhankelijk van vele factoren, waaronder:
  • leeftijd
  • de grootte van de eerdere (primaire) tumor
  • het aantal lymfeklieruitzaaiingen van de primaire tumor
  • specifieke tumoreigenschappen als hormoon- en HER2/neu-gevoeligheid. Als een tumor terugkeert, gebeurt dat in 60% van de gevallen binnen 3 jaar na de eerste behandeling. 

Welke behandeling mogelijk is bij terugkeer van de tumor, hangt af van de plek waar de ziekte terugkeert.

Een in opzet genezende behandeling is vaak nog mogelijk bij een zogenoemd locoregionaal of plaatselijk recidief, een terugkeer van de tumor in de borst, de borstwand, de oksel of in het kliergebied rond het sleutelbeen of het borstbeen. 

Een in opzet genezende behandeling is niet meer mogelijk bij een afstandsrecidief: de ziekte is uitgezaaid in bijvoorbeeld botten, lever, longen of hersenen. Een palliatieve behandeling is dan nog wel mogelijk. Deze richt zich op het remmen van de ziekte, het verminderen of voorkomen van klachten. 

De ontdekking van een recidief is aangrijpend. Van uw behandelaars mag u verwachten dat zij u zo uitgebreid mogelijk informeren over kansen en bedreigingen. Daarnaast is het vanzelfsprekend dat u goede mentale ondersteuning nodig hebt tijdens en na de nieuwe behandeling.

Locoregionaal recidief

Een locoregionaal recidief bestaat uit dezelfde soort kankercellen als de oorspronkelijke tumor. Dat geldt ook voor afstandsuitzaaiingen. De nieuwe tumoren ontstaan uit dochtercellen van de oorspronkelijke tumor die in het lichaam zijn achtergebleven na de behandeling. Locoregionale recidieven en uitzaaiingen hebben daarom vaak dezelfde kenmerken als de oorspronkelijke tumor. Overigens kunnen kankercellen in de loop van de tijd wel eigenschappen kwijtraken, bijvoorbeeld hormoongevoeligheid. Daardoor kan een recidief of uitzaaiing zich toch anders gedragen dan de primaire tumor, bijvoorbeeld agressiever.

Een locoregionaal recidief wordt meestal ontdekt tijdens de routinecontroles door lichamelijk onderzoek en/of beeldvorming. Na een borstsparende behandeling kunt u de terugkeer ook zelf ontdekken. U voelt dan een knobbel in de borst als u zichzelf onderzoekt. Een cytologische punctie of histologisch biopt kan de diagnose bevestigen.

Bij een plaatselijk teruggekeerde tumor wordt ook altijd onderzoek naar uitzaaiingen gedaan. Mogelijke onderzoeken zijn dan:
  • longfoto of CT-scan van de borstkas
  • echo van de lever of CT-scan van de buik
  • botscan
  • PET-scan
  • bloedonderzoek (opsporen van tumormarkers)
  • MRI

Nieuwe primaire borstkanker

Het is ook mogelijk dat u nieuwe primaire borstkanker krijgt. Deze heeft niets met de eerdere ziekte te maken. Van die eerdere ziekte bent u mogelijk volledig genezen, maar u heeft gewoon de pech een tweede keer borstkanker te krijgen. De tumor zal dan verschillen van de eerdere ziekte en zich ook anders gedragen, waardoor ook het behandelplan anders kan zijn. Onderzoek moet uitwijzen of het gaat om een nieuwe tumor in de borst of een terugkerende of een nieuwe borstkanker.

Nazorg

Uit het lichamelijk onderzoek of het gesprek met uw arts of verpleegkundige kan blijken dat u gebaat bent bij bepaald nazorg. Deze zorg is bedoeld om de kwaliteit van leven te verbeteren en de levensduur te verlengen. Voorbeelden van nazorg zijn:
  • begeleiding door een fysiotherapeut om (weer) conditie op te bouwen
  • begeleiding door een diëtiste om op een door u gewenst gewicht te komen en/of te blijven
  • begeleiding door een psycholoog of maatschappelijk werker voor psychosociale zorg
  • behandeling van de late gevolgen van de behandeling tegen kanker

Om uw behoefte aan nazorg in kaart te brengen, kan de arts of verpleegkundige gebruik maken van de Lastmeter of van OncoKompas2.0.


Lastmeter

De Lastmeter is een vragenlijst die u invult en vervolgens met uw arts of verpleegkundige bespreekt. Uit uw antwoorden op de vragen wordt duidelijk van welke problemen of zorgen u op dat moment last heeft. En of u behoefte heeft aan extra ondersteuning. De Lastmeter wordt bij voorkeur op verschillende momenten in het hele zorgproces ingevuld.


OncoKompas2.0

Met OncoKompas2.0 kunt u zelf uw kwaliteit van leven in kaart brengen. Hiervoor beantwoordt u vragen over lichamelijk, geestelijk en sociaal functioneren, uw leefstijl en zingeving. Zo nodig krijgt u het advies professionele hulp te zoeken. U kunt alleen via uw arts of verpleegkundige toegang krijgen tot Oncokompas2.0.