Risicofactoren van borstkanker

Tmc over deze informatie

Er is vrij veel bekend over risicofactoren bij borstkanker, maar het is zeker niet zo dat als een risicofactor op een vrouw van toepassing is, zij ook borstkanker krijgt. Omgekeerd is het ook vaak moeilijk vast te stellen wat de oorzaak is geweest als iemand borstkanker krijgt. Meestal dragen verschillende risicofactoren samen bij aan een verhoogd risico. 

Bekend is dat:
  • Borstkanker vooral voorkomt bij vrouwen van 50 jaar en ouder in Westerse landen. 
  • Ongeveer 5 tot 10% van alle vrouwen met borstkanker de ziekte heeft gekregen door een erfelijke aanleg. 
  • Vrouwelijke geslachtshormonen een zeer belangrijke rol spelen bij het ontstaan van borstkanker. Het gaat met name om oestrogeen, maar ook progesteron. Hoe langer borsten blootgesteld zijn aan deze hormonen, hoe groter de kans op borstkanker. Er is een (licht) verhoogde kans op borstkanker voor vrouwen die:
    - vroeg zijn gaan menstrueren
    - laat in de overgang zijn gekomen
    - weinig of geen kinderen hebben
    - geen of kort borstvoeding hebben gegeven
    - overgewicht hebben tijdens en na de overgang
    - dagelijks alcohol gebruiken (meer dan 1 glas per dag)
    - weinig of niets aan lichaamsbeweging doen
    - de anticonceptiepil slikken
    - hormoonpreparaten gebruiken (langer dan 4 jaar) vanwege overgangsklachten
    - dicht borstklierweefsel hebben
    - DES moeder zijn
    - op jonge leeftijd (voor hun 40e) op de borst bestraald zijn

Weinig of geen kinderen hebben

Vrouwen die nooit zwanger zijn geweest, hebben meer risico op borstkanker dan vrouwen die wel kinderen hebben. Belangrijk is de leeftijd waarop de vrouw haar eerste kind krijgt. Vergeleken met vrouwen zonder kinderen hebben vrouwen die hun eerste kind voor hun 32e krijgen een lager risico. Vrouwen met  een eerste kind tussen het 32-35e jaar hebben ongeveer evenveel risico. Vrouwen met  een eerste kind na hun 35e zelfs een iets hoger risico. Het krijgen van een groter aantal kinderen gaat met een lager risico gepaard. 

Geen of kort borstvoeding hebben gegeven

Het geven van 4 tot 12 maanden borstvoeding vermindert de kans op borstkanker. Het risico vermindert verder bij langere duur (opgeteld over alle borstvoedingperiodes bij elk kind). Ook hierbij is het effect is gunstiger naarmate de vrouw jonger is als ze borstvoeding geeft.

Vroege menstruatie

Bij menstruatie vóór het 12e jaar, heeft een vrouw meer kans op borstkanker.  

Late overgang

Vrouwen die na hun 55e jaar in de overgang komen, hebben meer kans op borstkanker dan vrouwen die vóór hun 45e jaar in de overgang zijn. De leeftijd van de overgang hangt samen met de afnemende werking van de eierstokken. Vrouwen bij wie de eierstokken op jonge leeftijd zijn weggehaald, komen daardoor vroeg in de overgang en hebben minder kans op borstkanker.

Overgewicht tijdens en na de overgang

Vetweefsel produceert nog wel oestrogeen, ook na de overgang en als de eierstokken geen hormonen meer produceren. Als een volwassen vrouw in gewicht toe blijft nemen, neemt ook haar risico op borstkanker toe, vooral als zij hierdoor overgewicht krijgt.

Gebruik van anticonceptiepil 

De anticonceptiepil bestaat uit oestrogeen en progesteron. De pil verandert de hormoonhuishouding. Dit kan tot een tijdelijk licht verhoogd risico op borstkanker leiden (alleen tijdens gebruik). 

Voor meer informatie over pilgebruik en het risico op borstkanker, kunt u terecht bij Borstkankervereniging Nederland:

Erfelijke aanleg bij borstkanker

Bij vrouwen met een erfelijke aanleg wordt borstkanker vaker relatief jong vastgesteld: voor het 50e jaar. Meestal hebben meerdere directe bloedverwanten in verschillende generaties borstkanker. Of ze hebben het gehad. Bijvoorbeeld moeder en zussen. Ook als zowel borstkanker als eierstokkanker bij 1 persoon of in een familie voorkomen, dan kan dat erfelijk zijn.

Vermoedt uw arts dat in aanleg voor borstkanker in uw familie erfelijk is? Dan verwijst hij u door naar:
  • een Klinisch Genetisch Centrum
  • een Polikliniek ErfelijkeTumoren