Behandeling en bijwerkingen

Bestraling (uitwendig) bij baarmoederhalskanker

Opslaan

Hoe werkt bestraling?

Bestraling is de behandeling van kanker met straling. Het doel is kankercellen te vernietigen en tegelijk gezonde cellen zoveel mogelijk te sparen. Bestraling is een plaatselijke behandeling: het deel van het lichaam waar de tumor zit of eerst zat wordt bestraald.  Een ander woord voor bestraling is radiotherapie.

De straling komt uit een bestralingstoestel. De straling gaat van buitenaf door de huid heen. De radiotherapeut bepaalt nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek waar je wordt bestraald. De radiotherapeutisch laborant voert de bestralingen uit.

Bestraling bij baarmoederhalskanker

Bestraling kan op verschillende manieren ingezet worden:

  • als een behandeling die in opzet genezend is
  • als aanvullende behandeling
  • om de ziekte te remmen of klachten te verminderen

Heb je baarmoederhalskanker in een meer gevorderd stadium, dan word je in eerste instantie bestraald en niet geopereerd. De bestraling is in opzet genezend. De volgende plekken worden bestraald:

  • baarmoeder
  • eileiders
  • eierstokken
  • bovenste deel van de vagina
  • lymfeklieren in het bekken

Meestal word je inwendig en uitwendig bestraald. Veel vrouwen krijgen bestraling in combinatie met chemotherapie of hyperthermie.

Duur bestralingsbehandeling

Meestal duurt een bestralingsbehandeling 4 tot 6 weken en word je 5 keer per week bestraald. Je krijgt per keer een aantal minuten een dosis straling.

Krijg je uitwendige bestraling aanvullend op een andere behandeling? Dan begint de bestraling meestal 4 tot 6 weken na de operatie.

Voor uitwendige bestraling hoef je niet opgenomen te worden.

Bijwerkingen bestraling bij baarmoederhalskanker

Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunt u last hebben van de volgende bijwerkingen: 

  • Vaker plassen of blaasontsteking. Bij bestraling van de onderbuik krijgt ook de blaas straling. Daarom moeten sommige vrouwen vaker plassen. En heeft u een grotere kans op blaasontsteking.
  • Buikkrampen. Bij bestraling van de onderbuik krijgen ook de darmen straling. Daarom kunt u last krijgen van buikkrampen. Ook kan uw ontlasting anders zijn dan normaal. De poep kan slijmerig zijn er kan wat bloed bij zitten.
  • Vervroegde overgang. Bent u nog niet in de overgang, dan gebeurt dit na bestraling van de eierstokken. Soms kan uw arts van tevoren 1 of beide eierstokken verplaatsen naar een plek buiten het bestraalde gebied.

U kunt soms lang last hebben van klachten. Bijvoorbeeld vermoeidheid of blaas- en darmproblemen. Uw arts kan u hiervoor medicijnen voorschrijven.

Pelottes

Vooral een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling kan leiden tot verkleving en littekenweefsel in de top van de vagina. In de loop van de tijd kan de vagina hierdoor nauwer, korter en minder elastisch worden. Hierdoor is seksuele gemeenschap (penetratie) lastig of zelfs niet meer mogelijk.

U kunt de vernauwing van de vagina zoveel mogelijk voorkomen door pelottes te gebruiken. Pelottes zijn holle staafjes van kunststof die u in de vagina inbrengt. De pelottes zijn er in verschillende lengtes en diktes. Door regelmatig pelottes in te brengen, houdt u de vagina soepel en gaat u verkleving en vorming van littekenweefsel tegen.

Door het gebruik van de pelottes in het 1e jaar na de behandeling:
  • blijft gemeenschap mogelijk
  • voorkomt u zoveel mogelijk pijn bij gemeenschap
  • kan de arts de vagina beter onderzoeken tijdens controle

Bestraling bij kanker

Deze video laat zien hoe uitwendige bestraling in zijn werk gaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: maart 2013

Dit artikel is geschreven door kanker.nl, KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Prof. dr. Creutzberg, C. L. (radiotherapeut), Prof. dr. Kruitwagen, R.F.P.M. (gynaecoloog), Dr. Bekkers, R.L.M. (gynaecoloog), Dr. Bloemers, C.W.M. (radiotherapeut)