Baarmoederverwijdering bij baarmoederhalskanker (uterusextirpatie)

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

Heb je baarmoederhalskanker in een vroeg stadium? En is de tumor klein en beperkt tot de baarmoederhals? Dan kan een operatie waarbij de arts je baarmoederhals en baarmoeder verwijdert een behandeling zijn. Deze operatie heet een uterusextirpatie.

Of deze operatie geschikt is voor jou, hangt af van de kenmerken van de tumor. Je arts bespreekt met je welke operatie het beste bij jouw situatie past.

Lees op deze pagina over:

Wat is een uterusextirpatie?

Bij een uterusextirpatie haalt de arts tijdens een operatie je baarmoeder en baarmoederhals weg. Het steunweefsel rondom de baarmoederhals blijft hierbij zitten.

Hoe gaat een uterusextirpatie?

De arts kan de baarmoeder op drie manieren verwijderen:

  • Via de vagina.
  • Via de buik met een kijkoperatie. De baarmoeder gaat dan via de vagina naar buiten.
  • Via een snee in de buik. De baarmoeder gaat dan via de buik naar buiten.

De arts bespreekt vóór de operatie welke operatiemethode in jouw situatie het beste is.

Lymfeklieren weghalen of schildwachtklierprocedure

De arts haalt tijdens de operatie vaak ook de lymfeklieren in het kleine bekken weg. Dit heet een lymfeklierdissectie. Een patholoog onderzoekt of er kankercellen in zitten.

Soms doet de arts eerst een schildwachtklierprocedure. Als er geen kankercellen in de schildwachtklier(en) zitten, is een lymfeklierdissectie niet nodig. 

Eierstokken weghalen of niet?

Als je al in de overgang bent geweest, dan kun je samen met je arts besluiten voor de zekerheid ook je eierstokken weg te laten halen.

Ben je nog niet in de overgang? Dan kunnen je eierstokken meestal blijven zitten. Je kan wel je eileiders laten verwijderen. Je arts bespreekt met je wat in jouw situatie de beste optie is.

Lymfeklieren weghalen tijdens de operatie

Zitten er kankercellen in de lymfevaten in de buurt van de tumor ? Dan haalt de arts soms uit voorzorg ook de lymfeklieren in het kleine bekken weg. Dit heet een lymfeklierdissectie.

Risico’s en complicaties bij een uterusextirpatie

Risico’s van de operatie zijn:

  • Nabloeding in de buikwand of in de top van de vagina. Daardoor kan het herstel langer duren. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig.
  • Een infectie. Dan kun je antibiotica krijgen.
  • Een bloedpropje in je been (trombose).

Gevolgen van een uterusextirpatie

Gevolgen van de operatie kunnen zijn:

  • Een blaas die minder goed werkt. Je verliest af en toe wat plas. Lees meer over plasklachten bij baarmoederhalskanker.
  • Veranderingen bij seks. Het orgasme voelt voor sommigen anders aan. 
  • Last krijgen van dikke benen, een dikke buik of dikke schaamlippen door lymfoedeem. Dit gebeurt als je lymfeklieren zijn weggehaald. Lees meer over lymfoedeem bij baarmoederhalskanker.
  • In de overgang komen. Dit gebeurt als je eierstokken weggehaald zijn en je nog niet in de overgang zat. Je kunt medicijnen (hormonen) gebruiken om je klachten minder hevig te maken

Na de operatie kun je niet meer zwanger worden, omdat je geen baarmoeder meer hebt. Heb je een kinderwens? Bespreek dit voor de operatie met je arts. 

Bespreek de gevolgen met je arts of verpleegkundige

Heb je behoefte aan extra begeleiding of hulp, vraag dan om een verwijzing. Bijvoorbeeld naar een (bekkenbodem)fysiotherapeut, oedeemtherapeut of psycholoog. Kijk voor adressen van zorgverleners bij jou in de buurt in onze gids Hulp bij kanker.