Behandeling bij niet-spierinvasieve blaaskanker

Blaasspoeling bij blaaskanker

Opslaan

Mogelijk is bij jou een niet-invasieve blaastumor weggehaald met een TURT-behandeling, Dan is er een risico van 60 tot 70% dat de tumor binnen een jaar terugkeert. Dit heet een recidief. 

Om het risico op een recidief bij niet-spierinvasieve blaaskanker zo klein mogelijk te maken krijg je meestal na de TURT-behandeling als aanvullende behandeling een blaasspoeling. Dit vergroot de kans dat de behandeling succesvol is.

Hoe gaat een blaasspoeling?

Bij een blaasspoeling brengt de arts medicijnen in de blaas. Een ander woord hiervoor is blaasinstillatie.

De behandeling vindt plaats op de polikliniek. De arts brengt eerst een blaaskatheter in. Dat is een slangetje dat via de plasbuis in de blaas gaat. Via de katheter loopt alle urine uit de blaas. Daarna brengt een gespecialiseerd verpleegkundige het medicijn in de blaas. Ook dat gaat via de katheter. Het medicijn is opgelost in een vloeistof. Is het medicijn ingebracht, dan mag de katheter er weer uit.  Je mag dan naar huis.

Na de blaasspoeling plas je de vloeistof gewoon uit. Dit gebeurt binnen 1 tot 2 uur. De mogelijke resten medicijnen kunnen schadelijk zijn voor anderen. Daarom krijg je in het ziekenhuis een aantal adviezen en instructies mee. Mannen kunnen bijvoorbeeld beter zittend plassen. Dat voorkomt spetteren.

Risicogroep

Je kunt 1 of meer blaasspoelingen krijgen. Hoeveel blaasspoelingen je krijgt en met welk medicijn hangt af van de risicogroep waarin de tumor hoort:

  • laagrisico
  • matigrisico
  • hoogrisico

De risicogroep zegt iets over de kans op succes van de behandeling, het risico op terugkeer van de tumor en de kans op doorgroei van de tumor naar de spier van de blaas.

Hoeveel blaasspoelingen?

Patiënten met een laagrisico blaastumor krijgen meestal 1 spoeling binnen 12 tot 24 uur na de TURT. 

Patiënten met een matigrisico of een hoogrisico blaastumor krijgen na de TURT meerdere blaasspoelingen. Dit kan tot 3 jaar na de TURT doorgaan.

Met welk medicijn?

Er zijn 2 soorten medicijnen die als blaasspoeling gegeven kunnen worden. Het ligt aan de risicogroep welk medicijn je krijgt:

  • Blaasspoeling met chemotherapie: medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen. Dit zijn cytostatica. Het medicijn bij blaasspoelingen heet mitomycine. Patiënten met een laagrisico blaastumor krijgen 1 spoeling met mitomycine. 
  • Blaasspoeling met BCG, een vorm van immunotherapie. BCG is een vaccin tegen tuberculose dat ook werkt bij blaaskanker. Patiënten met een hoogrisico blaastumor krijgen BCG.

Een matigrisico blaastumor wordt behandeld met mitomycine óf BCG.

Terugkeer tumor

Bij 50 tot 70% van de patiënten met een behandeld niet-spierinvasief blaascarcinoom komt de tumor na behandeling terug. Een teruggekeerde tumor heet een recidief. De kans op terugkeer is het grootst in de hoogrisicogroep.

Is de tumor teruggekomen, dan kun je  opnieuw een TURT krijgen. De TURT wordt gebruikt om vast te stellen of de tumor wel/niet in de spier is gegroeid en om iets te kunnen zeggen over de agressiviteit van de kankercellen. De TURT wordt ook gebruikt als behandeling.

Bijwerkingen blaasspoeling

De meest voorkomende bijwerkingen van een blaasspoeling zijn:

  • bloed in de urine
  • vaak moeten plassen 
  • pijn tijdens het plassen

Deze bijwerkingen komen vaker voor bij spoeling met BCG dan met mitomycine. 

Daarnaast kunnen spoelingen met mitomycine allergische huidreacties veroorzaken. Bijvoorbeeld verkleuring van de handpalmen. Deze worden dan rood.

Na het stoppen van de behandeling herstelt het slijmvlies van de blaas zich. De klachten verdwijnen meestal 1 dag na de laatste spoeling.

Wanneer contact opnemen met je huisarts

Neem contact op met je huisarts als:

  • de klachten langer duren
  • je je niet lekker voelt en koorts boven 38 °C en/of zwellingen in de gewrichten krijgt.

Soms is het dan nodig om verdere spoelingen uit te stellen of te stoppen met de spoelingen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: augustus 2016

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.