Mogelijke behandelingen bij kleincellige longkanker zijn:
Chemoradiatie
Is kleincellige longkanker niet uitgezaaid naar organen verder weg? Dan krijg je vaak chemoradiatie. Chemoradiatie is chemotherapie samen met bestraling.
Lees meer over chemoradiatie bij longkanker.
Operatie
Is de tumor klein en zijn er geen uitzaaiingen? Dan kun je soms geopereerd worden. De arts haalt dan je hele long weg. Of een deel van je long. De operatie heeft als doel om je te genezen. Na de operatie van kleincellige longkanker krijg je bijna altijd nog een behandeling met chemotherapie.
Lees meer over operatie bij longkanker.
Chemotherapie
Heb je kleincellige longkanker met uitzaaiingen? Dan krijg je soms chemotherapie. Deze behandeling kan ervoor zorgen dat je langer leeft met je ziekte. En dat je minder last hebt van klachten.
Lees meer over chemotherapie bij longkanker.
Bestraling
Als behandeling met chemoradiatie goed heeft gewerkt, kun je – uit voorzorg - bestraling van je hersenen krijgen. De arts bespreekt dit met je. Doel: de kans op uitzaaiingen in de hersenen in de toekomst verkleinen en de kans op genezing vergroten.
Soms word je bestraald als je uitzaaiingen hebt. Doel van de behandeling is dan om minder last te hebben van klachten.
Lees meer over bestraling bij longkanker.
Behandelingen tegen kortademigheid en benauwdheid
Door longkanker kun je kortademig of benauwd zijn. Bijvoorbeeld omdat de tumor in de weg zit. Of je longen minder goed werken na de behandeling. Vaak kun je hiervoor een behandeling krijgen.
Lees meer over behandelingen bij kortademigheid en benauwdheid.