Onderzoeken

DNA-onderzoek bij longkanker

Opslaan

Er zijn verschillende soorten longkanker. Bij de soort adenocarcinoom wordt ook het DNA van de longkankercellen onderzocht. Er zijn namelijk een aantal veranderingen in het DNA (mutaties) bekend die de oorzaak zijn van het adenocarcinoom.

Het DNA-onderzoek wordt gedaan met weefsel van de biopsie, vocht van de longpunctie of met wat bloed. Als er een mutatie gevonden wordt, zit die meestal in 1 van de volgende genen: EGFR, ALK en KRAS. Soms zit de mutatie in BRAF-gen of het ROS1-gen.

Bij een mutatie in de genen EGFR, ALK, BRAF en ROS1 krijg je een behandeling met doelgerichte therapie. Voor mutaties in het KRAS-gen is er geen doelgerichte therapie beschikbaar. Je krijgt dan chemotherapie en/of immunotherapie.

Renée over DNA-onderzoek bij longkanker

In deze video vertelt Renée hoe DNA-onderzoek uitwees welke behandeling het meest geschikt is.

Mutaties in andere genen

Er zijn een aantal mutaties die weinig bij longkanker voorkomen, maar wel vaker bij andere kankersoorten. Vanuit die kankers is voor deze mutaties doelgerichte therapie ontwikkeld. Die medicijnen hebben misschien ook effect bij mensen met longkanker.

Het gaat om afwijkingen in de genen HER2, MET en RET. Heb je 1 van deze mutaties? Vraag de arts dan om een verwijzing naar een gespecialiseerd centrum. Misschien kun je deelnemen aan een wetenschappelijk onderzoek.

Soms ook bij plaveiselcelcarcinoom

Meestal worden deze mutaties gevonden bij het type adenocarcinoom. Soms komen er ook mutaties in specifieke genen voor bij het plaveiselcelcarcinoom. Maar voor deze afwijkingen vaak nog geen doelgerichte therapie beschikbaar.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2019

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Longkanker Nederland