Erfelijkheid en prostaatkanker

Opslaan

Prostaatkanker komt vaak voor. Als meer mannen in 1 familie prostaatkanker hebben, is dit meestal toeval.

Soms is een erfelijke aanleg de oorzaak van prostaatkanker. Dat is bij ongeveer 1 op de 10 tot 20 mannen met prostaatkanker zo.

Erfelijke aanleg voor kanker

Kanker zelf is niet erfelijk, de aanleg voor kanker wel. Erfelijke aanleg betekent dat iemand door een verandering in een gen een groter risico op kanker heeft. De verandering is meestal door 1 van de ouders doorgegeven.

Veranderingen in de genen bij prostaatkanker

Van een aantal genen weten we dat een verandering erin een verhoogde kans geeft op prostaatkanker. De bekendste van deze genen zijn BRCA2 en HOXB13. Waarschijnlijk spelen ook andere genen een rol in de erfelijke aanleg voor prostaatkanker.

Een verandering in het BRCA2-gen geeft bij mannen niet alleen een verhoogde kans op prostaatkanker, maar ook op borstkanker. Lees verder over borstkanker bij mannen.

Erfelijke aanleg voor prostaatkanker opsporen

Bij de diagnose prostaatkanker is er geen standaardtest om een erfelijke aanleg op te sporen. De meeste mannen krijgen prostaatkanker ook niet door erfelijkheid.

Om een erfelijke aanleg vast te stellen, wordt vooral gekeken of er prostaatkanker in de familie zit. Het moet dan gaan om:

  • 3 of meer verwante familieleden met prostaatkanker. Verwant wil zeggen: met dezelfde voorouders, dus niet de schoonfamilie.
  • 2 of meer eerstegraads of tweedegraads familieleden die prostaatkanker hebben gekregen voor hun 55e. Eerstegraads betekent: vader en zoon, of 2 broers. Tweedegraads: grootvader en kleinzoon.
  • In 3 of meer generaties na elkaar hebben mannen prostaatkanker. Dat kan zowel in de familielijn van de vader, als van de moeder.

Voldoet een familie aan 1 van deze kenmerken? Dan is er een kans dat er sprake is van een erfelijke aanleg voor prostaatkanker.

Controle-onderzoek bij een vermoeden voor erfelijke aanleg

Mannen uit zo’n familie komen in aanmerking voor een controle-onderzoek. Het controle-onderzoek gebeurt meestal bij mannen tussen 50 en 75 jaar. Bij de controle laat de huisarts het PSA in het bloed meten.

Mannen met een bewezen verandering in het BRCA2-gen komen al eerder op controle. Voor hen is het controle-onderzoek vanaf 45 jaar.

Is bij een man uit zo’n familie al bekend dat hij een niet-agressieve prostaatkanker heeft? Dan krijgt hij vaak een ander soort controle-onderzoek, voor het actief volgen van de tumor.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: maart 2020

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Prostaatkankerstichting