Behandeling en bijwerkingen

Bestraling (inwendig) bij baarmoederhalskanker

Opslaan

Bestraling kan op verschillende manieren ingezet worden:

  • als een behandeling die in opzet genezend is
  • als aanvullende behandeling
  • om de ziekte te remmen of klachten te verminderen

Heb je baarmoederhalskanker in een meer gevorderd stadium, dan word je in eerste instantie bestraald en niet geopereerd. De bestraling is in opzet genezend. De volgende plekken worden bestraald:

  • baarmoeder
  • eileiders
  • eierstokken
  • bovenste deel van de vagina
  • lymfeklieren in het bekken

Meestal word je inwendig en uitwendig bestraald. Veel vrouwen krijgen bestraling in combinatie met chemotherapie of hyperthermie.

Inwendige bestraling

Inwendige bestraling wordt gegeven bij verschillende tumoren, op plaatsen die vrij gemakkelijk te bereiken zijn. Een ander woord voor bestraling is radiotherapie. 

De arts kan je inwendige bestraling adviseren als onderdeel van de bestraling. Of als enige behandeling. Zijn advies hangt af van het stadium van de kanker.

Je kunt inwendige bestraling krijgen:

  • met een afterloading apparaat
  • als permanente implantatie

Een ander woord voor inwendige bestraling is brachytherapie. Brachy is Grieks voor dichtbij.

Bronhouders

Bij inwendige bestraling plaatst de arts radioactief materiaal in of bij de baarmoeder en/of het bovenste deel van de vagina. Je wordt van binnenuit bestraald. Hiervoor brengt de arts holle buisjes in. Een ander woord voor deze buisjes is bronhouders. Je wordt hiervoor plaatselijk verdoofd of krijgt narcose.

Afterloading

Tijdens de inwendige bestraling ben je in een kamer met speciale voorzieningen vanwege de straling. Daar sluit de arts je aan op een afterloading apparaat. Dit apparaat brengt radioactiviteit over naar de bronhouders. De radiotherapeut berekent nauwkeurig hoeveel straling je nodig hebt.

Is de bestraling klaar, dan koppelt de arts het afterloading apparaat los en verwijdert hij de bronhouders. Je bent daarna vrij van straling.

Bijwerkingen inwendige bestraling

Veel vrouwen hebben geen last van bijwerkingen. Maar u kunt bij inwendige bestraling last krijgen van:

  • gevoeligheid bij het plassen: dit duurt meestal een dag, soms een paar dagen
  • soms kortdurend vaginale afscheiding of licht bloedverlies
  • soms kortdurend vaker aandrang om te poepen
  • na enkele weken kan het slijmvlies van de vagina wat droger en soms ook stugger worden. Meestal merkt u hier niets van. Zo nodig kunt u bij gemeenschap een glijmiddel gebruiken.

Krijgt u de inwendige bestraling tijdens of kort na een uitwendige bestraling? Dan kunt u ook last hebben van de bijwerkingen van de uitwendige bestraling. Door de combinatiebehandeling heeft u meer last van droogheid en stugheid van de vagina. Ook kan een vernauwing van de vagina ontstaan. Om dit te voorkomen kunt u het beste pelottes gebruiken.

Pelottes

Vooral een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling kan leiden tot verkleving en littekenweefsel in de top van de vagina. In de loop van de tijd kan de vagina hierdoor nauwer, korter en minder elastisch worden. Hierdoor is seksuele gemeenschap (penetratie) lastig of zelfs niet meer mogelijk.

U kunt de vernauwing van de vagina zoveel mogelijk voorkomen door pelottes te gebruiken. Pelottes zijn holle staafjes van kunststof die u in de vagina inbrengt. De pelottes zijn er in verschillende lengtes en diktes. Door regelmatig pelottes in te brengen, houdt u de vagina soepel en gaat u verkleving en vorming van littekenweefsel tegen.

Door het gebruik van de pelottes in het 1e jaar na de behandeling:
  • blijft gemeenschap mogelijk
  • voorkomt u zoveel mogelijk pijn bij gemeenschap
  • kan de arts de vagina beter onderzoeken tijdens controle

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: december 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Bekkers, R.L.M. (gynaecoloog), Dr. Bloemers, C.W.M. (radiotherapeut), Prof. dr. Creutzberg, C. L. (radiotherapeut), Prof. dr. Kruitwagen, R.F.P.M. (gynaecoloog)