Gevolgen

Gevolgen van bestraling

Opslaan

Straling heeft invloed op kankercellen, maar ook op gezonde cellen in het gebied dat bestraald wordt. De meeste bestralingstechnieken zijn erop gericht om zo min mogelijk gezonde weefsels mee te bestralen. En dus zo min mogelijk bijwerkingen te veroorzaken.

Bijwerkingen en gevolgen van bestraling hangen af van welke gezonde weefsels meebestraald worden.

Bijwerkingen van bestraling

Weefsels met cellen die snel delen, geven ook snel bijwerkingen. Vaak binnen een aantal weken. Gelukkig herstellen de gezonde cellen zich meestal binnen een aantal dagen tot weken, zodat bijwerkingen weer verdwijnen.

Lees meer over bijwerkingen van bestraling.

Blijvende gevolgen van bestraling

Weefsels met cellen die langzamer delen reageren ook later op de bestraling. Hieronder een overzicht van langzaam delende weefsels en mogelijke gevolgen van bestraling op langere termijn.

Spieren

Door bestraling kunnen spieren op den duur strakker worden. Soms geeft dat op de lange termijn stijfheid en pijnklachten. Bijvoorbeeld in de borstwand na bestraling voor borstkanker.

Vetweefsel

Vetcellen die door de bestraling beschadigd zijn, gaan pas lang na afloop van de bestraling dood. Bij bestralingsbehandeling van borstkanker worden vetcellen in de borst meebestraald.

Na de bestraling kan de behandelde borst wat kleiner worden en stugger aanvoelen. De bestraalde borst wordt ook niet groter als de vrouw zwaarder wordt. Het verschil in grootte tussen beide borsten kan dan toenemen.

Botten

Na een hoge dosis bestraling op een bot kan dit soms bros worden en 'spontaan' breken. Dit komt maar heel zelden voor.

Door bestraling verandert namelijk de samenstelling van het botweefsels: minder botcellen en meer tussenstof en kalk. Juist de botcellen zorgen voor flexibiliteit en stevigheid van het bot.

Hersenen

Bestraling van de hersenen kan leiden tot cognitieve problemen. Cognitie betekent ‘kennis’ of ‘weten’. Meestal gaat het om problemen met het geheugen en/of de concentratie.

Zenuwweefsel

Heel zelden raakt bij een heel hoge dosis bestraling een zenuw beschadigd en valt deze na verloop van jaren uit. Hierdoor kan het gevoel en soms ook de kracht van bijvoorbeeld een arm en hand verminderen.

Haarvaten

Haarvaten zijn de allerkleinste bloedvaatjes. In een gebied dat een hoge dosis bestraling heeft gehad, gaat meestal een deel van de haarvaten verloren. Meestal blijven er voldoende over, maar het kan leiden tot slechter doorbloede weefsels of littekenvorming.

Dit kan leiden tot:

  • Een grotere kans op problemen met de wondgenezing bij een operatie in een gebied dat eerder is bestraald.
  • Bloedverlies bij de ontlasting na bestraling van prostaatkanker: ook het slijmvlies van de darm krijgt dan straling en wordt kwetsbaar. In het slijmvlies zitten bloedvaatjes. Een laser kan de bloedende haarvaatjes dichten. 
  • Vernauwing van de slokdarm door littekenvorming: door dit extra weefsel kunnen vernauwingen ontstaan. Mogelijk kan de slokdarm opgerekt worden. Bespreek dit met je arts.

Speekselklieren

Na bestraling van tumoren in het hoofd- of halsgebied kunnen de speekselklieren soms minder speeksel produceren. Hierdoor kun je een droge mond krijgen en kan het moeilijk zijn het gebit goed te verzorgen.

Nieren

Een hoge bestralingsdosis op de nieren kan problemen met de nierfunctie veroorzaken.

Hart

Door bestraling van het hart is het risico op een hartinfarct 10 tot 15 jaar na de bestraling licht verhoogd. Dit risico wordt verminderd door een gezonde leefstijl en niet roken.

Longen

Bestraling van een groot deel van de long kan soms na 2 tot 6 maanden een droge kriebelhoest veroorzaken die niet overgaat. Dit heet een bestralingslongontsteking. Als behandeling kun je een prednisonkuur krijgen.

Milt

De milt is een orgaan in de buik dat onderdeel is van het afweersysteem. Ligt de milt in het bestraalde gebied, dan kan het orgaan mogelijk minder goed afweercellen aanmaken. Je hebt dan een hoger risico op infecties. Mogelijk krijg je extra vaccinaties en leef-adviezen.

Hyperbare zuurstoftherapie

Mensen die last hebben van langetermijngevolgen van bestraling, kunnen baat hebben bij hyperbare zuurstoftherapie. Hierbij gaan patiënten in een drukcabine bij een omgevingsdruk van 2,5 atmosfeer 100% zuurstof inademen.

Hyperbare zuurstoftherapie is niet voor alle klachten een zinvolle behandeloptie. Bespreek met je arts of je hiervoor in aanmerking kan komen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2018

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Prof. dr. Incrocci, L. (radiotherapeut), Dr. Lips, I. M. (radiotherapeut), Drs. Ven, S. van de (overige deskundige)