Behandeling en bijwerkingen

Bestraling (uitwendig) bij keelkanker

Opslaan

Bestraling is de behandeling van kanker met röntgenstraling. Een ander woord voor bestraling is radiotherapie. Het doel is kankercellen te vernietigen en tegelijk gezonde cellen zo veel mogelijk te sparen. Bestraling is een plaatselijke behandeling: het deel van uw lichaam waar de tumor zit wordt bestraald. 

Er zijn 2 soorten bestraling: 

  • inwendig: u wordt van binnenuit bestraald
  • uitwendig: u wordt door de huid heen bestraald

Meestal wordt u uitwendig bestraald, dus vanaf buiten. Soms krijgt u een combinatie van deze behandelingen

Bestraling kan bij keelkanker een in opzet genezende, een aanvullende of een palliatieve behandeling zijn. Is de bestraling een aanvullende behandeling, dan krijgt u deze meestal na de operatie. Bij tumoren in een vergevorderd stadium krijgt u eventueel  chemotherapie naast bestraling. Dit heet chemoradiatie. Zo wordt de kans op genezing groter. 

Soms is het zo dat er geen genezing meer mogelijk is omdat de tumor te uitgebreid is. Of omdat er uitzaaiingen zijn in de rest van uw lichaam. U kunt dan een palliatieve behandeling krijgen. Een palliatieve behandeling heeft als doel uw klachten te verhelpen of verminderen. 

Met een palliatieve behandeling kan: 

  • pijn worden bestreden
  • kortademigheid minder worden
  • problemen met het doorslikken van voedsel minder worden

Zo’n palliatieve bestraling duurt meestal korter, bijvoorbeeld 2 tot 3 weken. Ook is de bestraling minder intensief. De bijwerkingen zijn daardoor vaak minder hevig.

Bestraling (uitwendig) bij kanker van de mond- of keelholte

Voor de behandeling begint, bepaalt de arts door middel van een CT-scan of simulator nauwkeurig de plek die wordt bestraald. Een simulator is een röntgenapparaat dat bestraling nabootst.

Meestal duurt een bestralingsbehandeling 4 tot 7 weken. Dit hangt onder andere af van de grootte van de tumor. In die periode wordt u een aantal keer per week bestraald, een aantal minuten per keer. Voor bestraling wordt u niet in het ziekenhuis opgenomen. 

Het kan zijn dat uw arts u voorstelt om de tumor 2 keer per dag te bestralen. Dit geeft vooral bij grotere tumoren soms betere resultaten. Maar de bijwerkingen zijn dan vaak ook heviger.

Bestralingsmasker

De bestraling moet heel nauwkeurig gebeuren. Het is daarom belangrijk dat u uw hoofd niet beweegt tijdens de bestraling. En dat uw hoofd of hals elke keer in dezelfde houding ligt. Omdat dit niet makkelijk is, wordt voor u een masker op maat gemaakt. Dit is een kunststof afdruk van uw hoofd of hals. 

De laborant legt het masker vlak voor de bestraling over uw gezicht en hals en maakt het masker vast aan de bestralingstafel. Uw mond en neus blijven vrij. Zo kunt u normaal ademhalen. 

Op het masker worden markeringen gemaakt van de plek waar u bestraald wordt. Zo krijgt u elke keer bestraling op precies dezelfde plek, en krijgt u geen inktstrepen op uw gezicht of hals.

Bestralingsmasker

Een patiënt met een bestralingsmasker (bron: UMCU).

Gebit

Ligt uw gebit in het gebied dat bestraald wordt? Voordat de bestraling begint, zal een tandarts uw gebit controleren op ontstekingen. Ontstekingen moeten eerst worden behandeld. Ze kunnen tijdens en na de bestraling problemen geven.

Er wordt een röntgenfoto van tanden en kaken gemaakt. Dit is meestal al na het eerste polikliniekbezoek bij de KNO-arts voor u geregeld. Ook als u een gebitsprothese heeft, wordt er een foto gemaakt van uw kaken. Zo kan de arts eventuele resten van tandwortels en verborgen ontstekingen opsporen. 

De tandarts van het ziekenhuis doet de gebitscontrole. Hij bekijkt of behandeling nodig is. Vaak schakelt hij ook een kaakchirurg en/of mondhygiënist in. De mondhygiënist reinigt voor de bestraling uw gebit goed. Ook kan hij u tips geven voor een goede mondverzorging. 

Bestraling kan het gebit en het mondslijm beschadigen. Dit komt doordat straling de productie en de samenstelling van het speeksel verandert. De beschermende werking van het speeksel wordt daardoor minder. Om uw gebit te beschermen tegen tandbederf, neemt de tandarts afdrukken van uw gebit. Hiermee maakt hij speciale fluoridebitjes. Met deze bitjes geeft u zichzelf voor, tijdens en na de bestraling regelmatig een fluoridebehandeling. 

Na de bestraling blijft u onder controle van een mondhygiënist. Zo blijft uw gebit in een zo goed mogelijke conditie. Vaak zal de fluoridebehandeling met de bitjes lang na de behandeling  nodig blijven.

Moet u later een tand of kies laten trekken? Vertel dan uw tandarts of eventuele kaakchirurg dat u bestraald bent. Na een bestraling heeft u bij een dergelijke tandheelkundige ingreep een verhoogde kans op een kaakinfectie.

Bijwerkingen bestraling bij kanker van de mond- of keelholte

Bijna alle patiënten die worden bestraald bij de mond of keel krijgen te maken met bijwerkingen. Welke bijwerkingen en hoeveel last u ervan heeft, hangt vooral af van: 

  • de grootte van de plek die bestraald wordt
  • de hoeveelheid straling

Een aantal bijwerkingen is tijdelijk. Maar er zijn bijwerkingen waar u last van kunt blijven houden. 

  • Veel patiënten krijgen last van slikproblemen. Soms is een neussonde of maagfistel nodig zodat u nog voldoende voedingsstoffen en vocht binnenkrijgt. De klachten kunnen op de lange termijn ook blijvend zijn. Daarom krijgt u vaak (preventieve) slikoefeningen van de logopediste. Daarmee is de kans op blijvende problemen minder. En kan de noodzaak van sondevoeding worden uitgesteld of zelfs voorkomen worden.
  • Bijna alle patiënten krijgen in de loop van de behandeling minder eetlust. Na de behandeling verandert dit meestal weer.
  • Tijdens de bestraling kunnen de speekselklieren worden beschadigd. Daardoor neemt de speekselproductie af en wordt het speeksel taaier. Doordat u minder speeksel aanmaakt, krijgt u meer last van een droge mond en keel. U kunt hierdoor moeilijker eten, slikken en praten. Sommige patiënten krijgen last van slijmvorming. Hierdoor blijft het voedsel hangen en gaan zij kokhalzen. Na de bestraling blijft u deze klachten houden. Na verloop van tijd kunnen speekselklieren wel een beetje gaan herstellen. En dankzij moderne bestralingstechnieken kan de arts de dosis op de speekselklieren meestal verlagen. Daarmee neemt de kans op een droge mond en de ernst daarvan af, ook op langere termijn. Sommige mensen hebben baat bij kunstspeeksel. Dit kan de arts, tandarts of mondhygiënist u voorschrijven. Zij kunnen u hierover meer informatie geven.
  • Uw smaak wordt minder, verandert of kan helemaal verdwijnen. Eten kan bijvoorbeeld metaalachtig gaan smaken. Een vieze smaak in de mond kan heel overheersend zijn. Ook de reuk neemt soms af. Dit kan na een tijd herstellen. Maar het kan ook dat u een deel van de klachten houdt.
  • Door bestraling van de mond en keelslijmvliezen kunnen wondjes ontstaan die pijnlijk zijn en het slikken moeilijker maken. Uw mond en tong kunnen rauw en pijnlijk voelen. Ook kunt u vervelende ontstekingen krijgen van het slijmvlies. Deze klachten ontstaan tijdens of enkele dagen tot weken na de bestralingsbehandeling. Hoe lang u last heeft van de klachten is afhankelijk van de intensiteit van de behandeling. Met een goede mondhygiëne houdt u de kans op ontstekingen zo klein mogelijk. Poets na elke maaltijd met een zachte tandenborstel. Spoel of spray uw mond zeer regelmatig met een zout-soda-oplossing: 1 theelepel zouten 1 theelepel soda lost u op in 1 liter water 1 theelepel zout. Afgekoelde kamillethee werkt ook. De radiotherapeut kan medicijnen voorschrijven die de klachten verminderen en de ontsteking tegengaan. 
  • Na bestraling kunnen bloedvaten in de kaak of het slijmvlies blijvend beschadigd zijn. Dit kan leiden tot het afsterven van het bot. Dit heet radionecrose of osteoradionecrose. Hierdoor is soms een operatie nodig. Ook wordt hyperbare zuurstoftherapie toegepast (meer informatie hierover vindt u bij nieuwe ontwikkelingen).
  • Problemen met eten komen veel voor. Daarom kan het nuttig zijn hierover te praten met een diëtist tijdens en na de behandeling. Gemiddeld valt een hoofd-halspatiënt 10% af en het is vaak moeilijk om dit gewicht er weer bij te krijgen.
  • Door de veranderingen in de speekselvorming kunt u sneller gaatjes in uw tanden krijgen. Dit heet bestralingscariës. De tandarts of mondhygiënist kan u adviseren hoe u bestralingscariës zo veel mogelijk kunt voorkomen.
  • U kunt tijdelijk een geïrriteerde huid hebben. Na een aantal bestralingen wordt de huid rood, droger en kan stuk gaan. Deze klachten zijn het hevigst tijdens en vlak na het einde van de bestralingsbehandeling. Met enkele weken nemen ze af. De arts of laborant vertelt hoe u uw huid het beste kunt verzorgen.
  • Door de bestraling en soms een operatie ontstaat schade aan de lymfebanen. Hierdoor kan lymfe minder goed worden afgevoerd en houdt uw lichaam onder de huid vocht vast. U kunt dan een opgezet gezicht en/of een opgezette hals krijgen. Dit heet lymfoedeem. Fysiotherapie in de vorm van lymfedrainage kan helpen bij herstel.
  • Veel patiënten hebben tijdens en na de bestralingsperiode last van vermoeidheid.
  • De bestraling kan zorgen voor (tijdelijk) verlies van uw spraak.
  • Bestraling kan op de lange termijn aanleiding geven tot vernauwing van de halsvaten met een verhoogd risico op herseninfarcten.
  • Op de lange termijn kan verlittekening (fibrose) ontstaan waardoor de hals en keel erg stijf worden en het slikken moeilijker gaat.

Tijdens de bestralingsbehandeling controleert de bestralingsarts u geregeld. Vaak ziet u ook andere zorgverleners bij de controle. Bijvoorbeeld de mondhygiënist, diëtist en logopedist. Bijwerkingen van de bestralingsbehandeling kunnen zwaar voor u zijn. Daarom wordt hier veel aandacht aan besteed.

U heeft waarschijnlijk nog een tijd last van de bijwerkingen van de bestraling. Vooral praten en eten is in deze periode moeilijk. Meestal worden de bijwerkingen na een tijd minder.

Hoe snel u herstelt hangt onder andere af van: 

  • hoe uitgebreid de bestraling is
  • of u wel of geen chemotherapie krijgt

U moet soms uw eetgewoontes blijvend aanpassen. Bijvoorbeeld door vloeibare en/of gemalen voeding te gaan eten.

Veel patiënten merken dat hun conditie langzaam weer beter wordt. Ze leren omgaan met de beperkingen door de behandeling. Er bestaan revalidatieprogramma’s voor mensen met kanker om uw conditie weer op te bouwen.

Meer informatie en adviezen voor mondverzorging kunt u lezen onder gevolgen.

Sondevoeding 

Kunt u tijdens en na de behandeling kort of voor langere tijd niet eten? Bijvoorbeeld vanwege operatiewond in de mond- of keelholte of door de bijwerkingen van de bestraling of chemoradiatie. Dan krijgt u tijdelijk sondevoeding. Lees meer over voeding onder gevolgen.

Spreek- en slikklachten

Door bestraling kan het gevoel in uw mond en keel veranderen. Ook hoe u uw lippen, tong, kaak, gehemelte en/of keel beweegt, kan veranderen. Verder kan door bestraling verlittekening (fibrose) ontstaan. Hierdoor worden de hals en keel erg stijf. Tenslotte neemt de speekselproductie vaak af en wordt het speeksel taaier. Al deze gevolgen kunnen ervoor ervoor zorgen dat het slikken moeilijker gaat. Lees meer over spreek- en slikklachten onder gevolgen.

Bestraling bij kanker

Deze video laat zien hoe uitwendige bestraling in zijn werk gaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2013

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Prof. dr. Hilgers, F.J.M. (KNO-arts), Otto (ervaringsdeskundige), Prof. dr. Brekel, M. van den (KNO-arts), Prof. dr. Bree, R. de (KNO-arts), Dienst, E. van (ervaringsdeskundige), Poem (ervaringsdeskundige)