Gevolgen

Vervroegde overgang

Opslaan

Door de chemotherapie kun je vervroegd in de overgang komen. Je kunt dan klachten krijgen die horen bij de overgang. Bijvoorbeeld:

  • botontkalking
  • drogere vagina
  • moeite met klaarkomen
  • nachtelijk zweten
  • opvliegers

Verstoort de chemotherapie de functie van de eierstokken, waardoor je vervroegd in de overgang bent gekomen? Dan kun je misschien baat hebben bij hormoonvervangende medicijnen. Deze middelen bevatten hormonen en helpen tegen de gevolgen van een verstoorde hormoonproductie. Bijvoorbeeld tegen botontkalking.

Of de functie van de eierstokken afneemt, hangt af van:

  • leeftijd
  • soort kanker
  • soort en dosis chemotherapie

Heb je een hormoongevoelige tumor? Dan kun je deze medicijnen niet altijd krijgen. De toegediende hormonen kunnen namelijk eventueel achtergebleven kankercellen tot groei aanzetten.

Bespreek met de arts wat je het beste kunt doen tegen deze overgangsverschijnselen.

Botontkalking

Ben je door de behandeling van kanker eerder in de overgang gekomen, dan heb je een grotere kans op botontkalking. Een ander woord voor botontkalking is osteoporose.

Soms is het nodig een botdichtheidsmeting te laten doen. Hiermee wordt gemeten wat de mate van botontkalking is. Zo kan de arts kijken of je medicijnen nodig hebt.

Adviezen

  • Probeer voldoende te bewegen: 5 keer per week half uur wandelen of fietsen
  • Zorg voor gezonde voeding, eventueel in overleg met een diëtist
  • Drink voldoende: 1½ tot 2 liter per dag. Dit zijn 16 kopjes of 14 bekers.
  • Overleg met de arts of verpleegkundige of je extra calcium en vitamine D kunt gebruiken

Bovenstaande adviezen zijn algemene adviezen. In jouw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met de arts of verpleegkundige. Neem bij twijfel ook altijd contact op met je zorgverlener.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2013

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Baars, J.W. (medisch oncoloog), Gils, I. (oncologieverpleegkundige), Koenen, A. (oncologieverpleegkundige)