Chemotherapie

Chemotherapie is de behandeling van kanker met cytostatica. Dit zijn medicijnen die kankercellendoden of hun celdeling remmen. Daardoor kan de kanker genezen of kunnen tumoren kleiner worden. Chemotherapie is samen met een operatie en bestraling de meest gebruikte manier om kanker te behandelen.

Chemokuur

Chemotherapie krijgt u meestal via een infuus in een ader (intraveneus). Dit kan een paar minuten tot enkele dagen duren, afhankelijk van de soort chemotherapie. Daarna volgt een rustperiode van enkele weken. Zo’n cyclus heet een chemokuur. Een behandeling bestaat meestal uit 4, 6 of 8 chemokuren.

Chemotherapie kan ook in tabletvorm of via een onderhuidse injectie gegeven worden.

Lees meer over de toediening van chemotherapie.

Werking en bijwerkingen

Chemotherapie werkt vooral op cellen die snel delen. De meeste tumorcellen delen snel.

Nadat de medicijnen zijn toegediend, verspreiden ze zich via het bloed door het hele lichaam. Zo kunnen ze bijna overal de kankercellen bereiken.

Chemotherapie heeft ook effect op de celdeling van gezonde cellen. Daardoor kunnen diverse bijwerkingen optreden. Vooral sneldelende cellen zijn gevoelig voor chemotherapie. Zoals haarcellen, bloedvormende cellen, slijmvliescellen en huidcellen.

Er zijn verschillende soorten cytostatica. Welke soort u krijgt, hangt af van de soort kanker.

Combinatietherapie

Behandeling met 1 soort cytostatica heet monotherapie. Soms bestaat de chemokuur uit een combinatie van cytostatica. Dat heet combinatietherapie. De combinatie versterkt vaak de werking van de afzonderlijke middelen.

Soms krijgt u een combinatietherapie van chemotherapie en een ander soort behandeling. Zoals doelgerichte therapie of bestraling. Met uw arts bespreekt u welke aanpak voor u de beste is.

Chemotherapie bij kanker

Deze video legt uit hoe chemotherapie in zijn werk gaat.