Wat is…?

Erfelijke aanleg

Opslaan

Kanker zelf is niet erfelijk, de aanleg voor kanker wel. Iemand met een erfelijke aanleg voor kanker loopt meer risico op het krijgen van een bepaalde soort kanker. Soms is er door erfelijke aanleg een hoger risico op meerdere soorten kanker. Een erfelijke aanleg kan van ouder op kind worden doorgegeven.

Bij een erfelijke aanleg gaat het om het doorgeven van een verandering in het erfelijk materiaal (DNA). Zo’n verandering heet ook wel een mutatie. Lees meer over DNA en mutaties. Of over doorgeven van erfelijke aanleg.

Bij ongeveer 5% van alle mensen met kanker is speelt erfelijke aanleg een rol in het ontstaan van de ziekten. De precieze bijdrage van erfelijkheid aan het ontstaan van kanker verschilt per tumorsoort. Voor sommige tumorsoorten is de bijdrage kleiner dan 5%, bijvoorbeeld voor baarmoederhalskanker. Voor andere soorten is dit hoger: bij borstkanker bij mannen ontstaat dit bij wel 10% door erfelijke aanleg.

Verwantschap

Bij onderzoek naar erfelijke aanleg voor kanker in een familie speelt verwantschap een rol. Verwantschap wil zeggen: wat de relatie tussen 2 familieleden is.
 

  • Eerstegraads verwantschap: er is een directe bloedlijn tussen de familieleden, bijvoorbeeld ouder-kind of broer-zus
  • Tweedegraads verwantschap: er zit een schakel tussen, zoals bij grootouder-kleinkind of neef-oom

Verwantschappen in een familie worden in kaart gebracht met een stamboom. Met deze stamboom kan stamboomonderzoek worden gedaan. Zo kan worden bepaald hoe groot de kans voor een familielid is op een erfelijke aanleg voor kanker. Dit heet een patroon van overerving.

Kenmerken erfelijke aanleg

De volgende kenmerken wijzen op een erfelijke aanleg voor kanker:

  • Dezelfde soort kanker komt voor bij 2 of meer verwanten uit verschillende generaties. Bijvoorbeeld borstkanker bij een tante en een zus.
  • De ziekte ontstaat op jongere leeftijd dan gebruikelijk is. Welke leeftijd jonger dan gemiddeld is, verschilt per kankersoort. 
  • Er zitten meerdere tumoren in 1 orgaan die los van elkaar zijn ontstaan. Bijvoorbeeld meerdere dikkedarmtumoren.
  • Er zitten tumoren in 2 dezelfde organen. Bijvoorbeeld een tumor in beide borsten.
  • Twee keer een melanoom bij dezelfde persoon.
  • Een specifieke combinatie van verschillende soorten kanker komt voor bij 1 persoon of binnen 1 familie. Bijvoorbeeld borst- en eierstokkanker of dikkedarm- en baarmoederkanker.

Hoe meer van bovenstaande kenmerken van toepassing zijn, hoe groter de kans dat er sprake is van een erfelijke aanleg. Of iemand ook echt een erfelijke aanleg heeft, wordt vastgesteld met DNA-onderzoek.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: augustus 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Drs. Leegte, L.K. (genetisch consulent), Prins-Cornelisse, J.E. (verpleegkundig specialist klinische genetica)