Kanker in de familie

Tmc over deze informatie

Kanker is een veelvoorkomende ziekte. De kans dat kanker bij meerdere personen in één familie voorkomt, is dus vrij groot.

Kanker zelf is niet erfelijk, de aanleg voor kanker wel. Iemand met een erfelijke aanleg voor kanker loopt meer risico op het krijgen van een bepaalde soort kanker. Bij ongeveer 5% van alle mensen met kanker is een erfelijke aanleg de belangrijkste oorzaak van de ziekte.

De bijdrage van erfelijkheid aan het ontstaan van kanker verschilt per soort kanker. Voor sommige soorten is die bijdrage veel kleiner dan 5%, bijvoorbeeld voor baarmoederhalskanker. Voor andere soorten is dit veel hoger is, bijvoorbeeld een bepaald type schildklierkanker.

De erfelijke aanleg voor een bepaalde soort kanker kan van ouder op kind worden doorgegeven. De overerving verloopt meestal volgens een bepaald patroon. Dit patroon heet autosomaal dominante overerving. Hierover kunt u meer lezen in het artikel over erfelijke aanleg.

Vaker kanker in één familie

Als in één familie verschillende bloedverwanten kanker hebben of hebben gehad, kan dit te maken hebben met:
  • Toeval: vooral als het om verschillende soorten kanker gaat. Bijvoorbeeld wanneer een vader prostaatkanker heeft en zijn dochter dikkedarmkanker. (Sommige combinaties van kankersoorten wijzen juist wel op erfelijkheid, zie ‘Kenmerken erfelijke aanleg’ hieronder)
  • Gewoonten: als meerdere familieleden een gewoonte hebben die het risico op een bepaalde soort kanker verhoogt. Zo kan in een familie met veel rokers vaker longkanker voorkomen dan in een familie zonder rokers. 
  • Lichamelijke eigenschappen: mensen uit een familie met een lichte huidskleur zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor te veel zonlicht. Zij lopen daardoor meer risico op huidkanker dan mensen uit een familie met een donkere huid. 
  • Een erfelijke aanleg voor kanker: een verhoogde gevoeligheid voor het ontstaan van een bepaalde soort kanker, die van ouder op kind wordt doorgegeven. Bijvoorbeeld wanneer een moeder en haar 2 dochters op jonge leeftijd borstkanker hebben of hebben gehad.

Bij het onderzoeken van erfelijke aanleg voor kanker in een familie speelt verwantschap een rol. Er wordt dan ook altijd een stamboomonderzoek gedaan. Hierin wordt het patroon van overerving uitgezocht. De klinisch geneticus of een genetisch consulent kijkt naar:
  • eerstegraads verwantschap: er is een directe bloedlijn tussen de familieleden, bijvoorbeeld ouder-kind of broer-zus
  • tweedegraads verwantschap: er zit een schakel tussen, zoals bij grootouder-kleinkind, neef-nicht of neef-oom

Soorten kanker en erfelijkheid

De meest bekende voorbeelden van kankersoorten waarbij erfelijkheid een rol kan spelen zijn:
  • alvleesklierkanker. Bij erfelijke melanoom met een specifieke mutatie is ook een verhoogd risico op alvleesklierkanker, van 15 tot 20%. En alvleesklierkanker kan voorkomen bij de ziekte van Von Hippel-Lindau
  • borstkanker: Het kan ook voorkomen in combinatie met andere kankersoorten, zoals eierstokkanker.
  • carcinoïd: Het kan onder andere voorkomen bij het MEN-1-syndroom
  • eierstokkanker: In combinatie met borstkanker of in combinatie met darmkanker
  • dikkedarmkanker. Er zijn meerdere vormen van erfelijke aanleg voor dikkedarmkanker, bijvoorbeeld FAP, MAP en het Lynch-syndroom
  • baarmoederkanker: Het kan voorkomen bij het Lynch-syndroom en het PTEN-hamartoom tumor syndroom
  • melanoom
  • maagkanker. Bij een specifiek type maagkanker (erfelijk diffuus type) is ook de kans op borstkanker verhoogd.
  • schildklierkanker: Dit kan voorkomen bij MEN2 en het PTEN-hamartoom tumor syndroom
  • prostaatkanker. Ongeveer 5 tot 10% van alle mannen met prostaatkanker heeft de ziekte gekregen door een erfelijke aanleg.
  • retinoblastoom: Een zeldzame oogtumor bij jonge kinderen
  • nierkanker: Hierbij gaat het om niercelkanker en een Wilms tumor (een zeldzame niertumor bij jonge kinderen)

Erfelijke syndromen

Bij een groot aantal, soms zeldzame erfelijke syndromen is het risico op bepaalde soorten kanker sterk verhoogd. Bij een syndroom gaan verschillende ziekteverschijnselen vaak met elkaar samen. Voorbeelden van erfelijke syndromen waarbij ook kwaadaardige tumoren (kanker) voorkomen:

Familiaire kanker

Komt in een familie een bepaalde vorm van kanker vaker voor, dan kan er ook sprake zijn van familiaire kanker. Hierbij wordt geen erfelijke aanleg aangetoond die het risico op de kankersoort vergroot. En het patroon van overerving is niet duidelijk. Maar er kan voor gezonde familieleden wel een verhoogde kans op die kanker bestaan.

De conclusie is dan meestal dat erfelijkheid waarschijnlijk wel een rol speelt bij het ontstaan van de kanker. Maar andere factoren hebben ook invloed gehad, zoals leefomstandigheden. Er kan ook gewoon sprake zijn van toeval.