Toediening

Toediening van chemotherapie

Opslaan

Chemotherapie kun je op verschillende manieren krijgen:

  • via de mond: tabletten of capsules
  • onder de huid of in een spier: injectie
  • rechtstreeks in een ader: injectie of infuus
  • via de huid: crème
  • in het ruggenmerg: met een injectie
  • in een lichaamsholte: katheter (flexibel slangetje)

Chemokuur

Chemotherapie krijg je  meestal in de vorm van een kuur. Dit betekent dat je altijd een periode medicijnen krijgt en een periode niet. Je krijgt bijvoorbeeld enkele dagen of een week medicijnen en heeft daarna 3 weken rust. Je krijgt zo’n chemokuur meestal een paar keer achter elkaar.

Het toedienen van de medicijnen kan 5 minuten duren, maar ook een paar dagen. Dat verschilt per soort chemotherapie. Je kunt de chemokuur soms krijgen op de dagbehandeling van het ziekenhuis. In sommige gevallen moet je voor een kuur langere tijd opgenomen worden in het ziekenhuis. Slik je tabletten of capsules, dan kun je die thuis innemen.

Duur van de behandeling

Hoe lang de behandeling duurt, hangt af van:

  • het doel van de chemotherapie
  • het schema waarin je de medicijnen krijgt
  • de dosering van de medicijnen
  • het soort medicijnen
  • het resultaat van de behandeling
  • hoe erg mogelijke bijwerkingen zijn

Speciale infusen

Krijg je chemotherapie via een infuus? Dan moet je over een langere periode vaak worden geprikt. Het aanprikken van een ader kan steeds moeilijker worden. Ook kunnen de aangeprikte bloedvaten gaan ontsteken.

De arts adviseert dan soms een hulpmiddel: een centraal veneuze katheter. Dit is een flexibel slangetje. Het einde van de katheter eindigt in een groot bloedvat.

Er zijn 2 soorten katheters mogelijk:

  • een katheter die helemaal in je lichaam zit
  • een katheter waarvan een deel buiten het lichaam ligt

Katheter die in je lichaam zit

Het flexibele slangetje zit vast aan een plat, rond kastje. Het kastje heeft een doorsnede van 1,5 centimeter en is gemaakt van kunststof, titanium of roestvrij staal. Het slangetje en het kastje heten samen de infuuspoort. De infuuspoort blijft onder de huid zitten zolang dit voor de behandeling nodig is.

De arts brengt het slangetje en kastje  in. Hij plaatst het in het bovenste deel van de borstkas of in de arm. Onder de huid heeft de infuuspoort een siliconenmembraan. Dit is een soort rubberen laagje. Dit membraan kan eenvoudig door de huid worden aangeprikt. Zo komen de medicijnen direct in de bloedbaan. Ook kan zo bloed worden afgenomen.

Deze katheter wordt ook port-a-cath genoemd, of TIT: totaal implanteerbaar toedieningssysteem.

Katheter waarvan een deel buiten het lichaam ligt

De arts plaatst deze meestal katheter in een bloedvat onder je sleutelbeen. Maar de katheter kan ook in de hals of arm worden ingebracht. De variant die in de arm wordt ingebracht heet PICC: perifeer ingebrachte centrale katheter.

Een deel van de katheter ligt buiten het lichaam. Dit deel kan worden aangesloten op een infuus. Hierdoor hoeft niet door de huid geprikt te worden. Zo komen medicijnen direct in de bloedbaan. Ook kan zo bloed  worden afgenomen.

Welke katheter?

Beide katheters kun je voor langere periode dragen. Een verpleegkundige van het ziekenhuis of thuiszorg zal de katheter regelmatig ‘doorspuiten’. Zo worden infecties en verstopping voorkomen.

De keuze tussen deze katheters hangt af van de soort chemotherapie en de duur van de behandeling. het aantal chemokuren dat je krijgt. De arts of verpleegkundige bespreekt dit met je.

Bij het plaatsen van de katheter krijg je een plaatselijke verdoving. Of je krijgt een roesje. Bij een roesje raak je heel ontspannen of val je in een lichte slaap.

Plaatselijke toediening

Chemotherapie wordt soms plaatselijk gegeven. Dat betekent dat alleen de plaats waar de tumor zit wordt behandeld met chemotherapie. Voorbeelden van plaatselijke toediening zijn:

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: december 2016

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Baars, J.W. (medisch oncoloog), Drs. Berenschot, H.W.A. (hematoloog), Gils, I. (oncologieverpleegkundige), Houwer, H. (oncologieverpleegkundige), Koenen, A. (oncologieverpleegkundige)