Verschillende vormen

Inwendige bestraling

Opslaan

Bij inwendige bestraling krijg je bestraling van binnenuit. De bestralingsarts plaatst radioactief materiaal in je lichaam, dichtbij of in de tumor. Dit radioactieve materiaal geeft straling af. Een ander woord voor inwendige bestraling is brachytherapie. Brachy is Grieks voor dichtbij.

Je kunt inwendige bestraling krijgen:

  • via een radioactieve bron die tijdelijk in je lichaam geplaatst wordt
  • met radioactief materiaal dat in je lichaam blijft zitten: permanente implantatie

Een voordeel van inwendige bestraling is dat de arts een hoge dosis straling kan geven op een klein gebied. Dit geeft minder risico op schade aan het gezonde weefsel eromheen dan bij uitwendige bestraling.

Inwendige bestraling wordt minder vaak gegeven dan uitwendige bestraling. Voor het geven van deze vorm van bestraling is veel ervaring nodig. Daarom wordt inwendige bestraling in een beperkt aantal ziekenhuizen en bestralingscentra gegeven. Soms is voor een inwendige bestraling opname in het ziekenhuis nodig.

Bij welke kankersoorten?

Inwendige bestraling kan bij de volgende kankersoorten worden toegepast als behandeling:

  • baarmoederhalskanker
  • baarmoederkanker
  • blaaskanker
  • prostaatkanker
  • slokdarmkanker
  • bepaalde tumoren in het hoofd-halsgebied

De arts adviseert soms een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling.

Door inwendige bestraling aan de geslachtsorganen kun je onvruchtbaar worden.

Inwendige bestraling met een tijdelijk radioactieve bron

Als je inwendige bestraling krijgt, is dit meestal met een tijdelijk radioactieve bron.

Hiervoor zijn 2 apparaten nodig:

  • bronhouders: holle buisjes of slangetjes 
  • afterloading apparaat waarin de radioactieve bron is opgeborgen

De bestralingsarts plaatst de bronhouders in de holte of in het weefsel waar de tumor zit. Of waar kankercellen zitten die mogelijk nog zijn achtergebleven na een operatie.

Voor plaatsing van de bronhouders ga je meestal onder narcose of je krijgt een plaatselijke verdoving. Kan de tumor makkelijk bereikt worden, dan is een verdoving niet nodig. Bijvoorbeeld bij baarmoederkanker of baarmoederhalskanker.

Daarna maakt de bestralingsarts een CT-scan of MRI-scan van het gebied dat bestraald wordt. Op de beelden van de scan ziet de arts de precieze plek van de bronhouders. En tekent hij nauwkeurig in waar de bestraling moet komen. Met de informatie van de scan berekent de arts hoelang het radioactieve materiaal op welke plaatsen in de bronhouders moet blijven.

Met deze gegevens wordt het afterloading apparaat ingesteld. Dit is een computergestuurd apparaat waarin de radioactieve bron is opgeborgen.

De bronhouders worden met slangen aan het afterloading apparaat verbonden. Via deze slangen kan het radioactieve materiaal van het afterloading apparaat naar de bronhouders en terug. De bestraling gaat verder automatisch.

Duur van de behandeling

Hoelang de inwendige bestraling met een tijdelijk radioactieve bron duurt, kan verschillen, van 10 minuten  tot een paar dagen. De totale hoeveelheid straling kan in 1 keer gegeven worden, of in stappen waarbij er tussendoor gestopt wordt.

Waar de arts voor kiest, hangt af van onder andere:

  • hoeveel straling in hoeveel tijd (dosistempo)
  • sterkte van de stralingsbron
  • tumorsoort 

Zolang de stralingsbronnen in je lichaam zitten, blijf je in een speciale behandelruimte. De kamer ziet eruit als een gewone patiëntenkamer. Maar vanwege de straling heeft de kamer speciale voorzieningen: dikke muren, een dikke deur en meetinstrumenten. Dit is om anderen te beschermen tegen de radioactiviteit. Soms moet je tijdens de inwendige bestraling in bed blijven. Zo blijven de stralingsbronnen zo goed mogelijk op dezelfde plaats zitten.

Vrij van straling

Heb je de totale dosis straling gehad? Dan koppelt de bestralingsarts het afterloading apparaat los en verwijdert hij de bronhouders. Dit doet meestal geen pijn. Je hebt hiervoor geen verdoving nodig. Soms moet de arts de bronhouders in de operatiekamer verwijderen. Dan krijg je wel een verdoving.

Zodra het radioactieve materiaal uit je lichaam is, ben je vrij van straling. Je kunt dan weer gewoon contact hebben met anderen.

Inwendige bestraling met permanente implantatie

Permanente implantatie wordt vooral gebruikt bij de behandeling van prostaatkanker. Bij permanente implantatie plaatst de arts ook radioactief materiaal in of dichtbij de tumor. Het radioactief materiaal bestaat uit jodiumzaadjes.

De jodiumzaadjes blijven de rest van het leven in je lichaam aanwezig. De sterkte van de radioactieve straling neemt geleidelijk af. Na een paar dagen is de straling buiten het lichaam al niet meer te meten.

De hoeveelheid radioactiviteit in je lichaam is niet gevaarlijk voor de gezondheid van anderen. Soms moet je een paar dagen in het ziekenhuis blijven voordat de hoeveelheid straling genoeg is verminderd. Het duurt ongeveer 6 maanden voordat de straling in de prostaat helemaal is verdwenen. Voor die periode krijg je een aantal leefregels mee.

Lees verder over behandeling met inwendige bestraling bij prostaatkanker.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2018

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Prof. dr. Incrocci, L. (radiotherapeut), Dr. Lips, I. M. (radiotherapeut), Drs. Ven, S. van de (overige deskundige)