Behandelplan bij bestraling

Opslaan

Voor het begin van een behandeling, bespreekt de behandelend arts je dossier met andere specialisten. Dat gebeurt in een multidisciplinair overleg, dat bestaat uit een team van gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen. In veel ziekenhuizen in Nederland zijn ook specialisten vanuit een academisch ziekenhuis bij het multidisciplinaire overleg betrokken.

In dit overleg brengen de specialisten een advies uit over de keuze van behandeling. Dit is meestal een operatie, chemotherapie, bestraling en/of een combinatie daarvan. De behandelend arts spreekt dit advies samen met je door.

Voorgestelde behandeling met bestraling

Krijg je een advies voor behandeling met bestraling, dan krijg je een afspraak op de polikliniek radiotherapie. Tijdens die afspraak vertelt de bestralingsarts uitgebreid over de voorgestelde behandeling.

De bestralingsarts zal je onder andere vertellen:

  • welk gebied bestraald moet worden
  • met welke soort straling en met welke techniek je het beste bestraald kan worden
  • de totale dosis straling die je moet krijgen 
  • hoe vaak je bestraling moet krijgen
  • bijwerkingen van de bestraling

Het behandelplan hangt af van:

  • het doel van de bestraling: genezende of palliatieve bestraling
  • de soort kanker en hoe gevoelig deze is voor straling
  • op welke plaats in het lichaam de tumor zit
  • de uitgebreidheid van de kanker
  • welk gezond weefsel en organen in de buurt van de tumor liggen
  • je lichamelijke conditie

Een behandelplan is maatwerk. Ook jouw persoonlijke situatie speelt een rol. Laat je daarom goed informeren over de behandelmogelijkheden zodat je samen met je behandelend arts een weloverwogen besluit kunt nemen.

Onvruchtbaar na bestraling

Door behandeling met bestraling kun je verminderd vruchtbaar of zelfs onvruchtbaar worden. Heb je een kinderwens, bespreek dit met de bestralingsarts. De bestralingsarts zal wellicht naar je kinderwens vragen. Anders is het goed om dit zelf aan de orde te stellen.

Meer informatie over onvruchtbaarheid door bestraling en mogelijke maatregelen hiertegen.

CT-scan

Voordat de behandeling met bestraling begint, krijg je bijna altijd een CT-scan op de afdeling radiotherapie. De CT-scanner maakt een 3-dimensionale afbeelding van het deel van het lichaam waar de tumor zit.

Met de informatie van de CT-scan kan de arts een bestralingsplan maken. Daarom heet deze scan een plannings-CT.

Bij de CT-scan worden stipjes of streepjes op je lichaam gezet met speciale inkt. Soms met kleine tatoeagepuntjes. Deze lijnen zorgen ervoor dat je tijdens de bestralingen in precies dezelfde houding ligt als bij de CT-scan. Daarom moeten deze lijnen op je lichaam blijven.

Ademhaling

Soms maakt de arts een CT-scan waarbij op verschillende momenten van de ademhaling afbeeldingen worden gemaakt. Zo kan hij of zij de beweging van de tumor door de ademhaling vastleggen en hiermee rekening houden bij de bestraling. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij longkanker en bij tumoren in de bovenbuik. Zo’n scan noemen artsen een 4-dimensionale afbeelding.

Ook kan de arts je vragen om uw adem even in te houden tijdens het maken van de CT-scan en tijdens alle bestralingen. Beweegt de tumor op de ademhaling mee, dan kan door het inhouden van de adem hiermee rekening worden gehouden. Bij borstkanker in de linkerborst vraagt de arts ook meestal om de adem even in te houden. Het hart komt daardoor tijdelijk verder van het te bestralen gebied te liggen.

Bestralingsplan

Vaak combineert de bestralingsarts de beelden van de CT-scan met beelden van andere scans. Bijvoorbeeld een MRI-scan of PET-CT-scan. Door de beelden samen te voegen, kan de arts de grens tussen de tumor en andere weefsels beter bepalen.

Op de beelden van de CT-scan tekent de bestralingsarts nauwkeurig in waar de tumor zich bevindt en waar eventuele doorgroei van tumorcellen of uitzaaiingen kunnen zitten. Dit is het doelgebied: waar de bestraling moet komen. Ook tekent hij waar zo min mogelijk straling moet komen, bijvoorbeeld in gezond weefsel of kwetsbare organen.

Nadat de intekening klaar is, berekenen de laboranten met behulp van computerprogramma’s het bestralingsplan. Hierbij is het belangrijk dat het doelgebied de voorgeschreven dosis bestraling krijgt en de omliggende weefsels juist een zo laag mogelijke dosis. De bestralingsarts controleert of dit plan aan alle eisen voldoet.

Het bestralingsplan wordt daarna ingevoerd in het bestralingstoestel, zodat je iedere keer op dezelfde manier wordt bestraald.

Bepalen van doelgebied

Het doelgebied is de plaats in het lichaam die bestraling krijgt. Onder het doelgebied vallen:

  • de tumor
  • uitzaaiingen in de lymfeklieren, indien aanwezig 
  • gebieden rondom de tumor of lymfeklieren waar de kankercellen mogelijk naartoe kunnen

Voor de zekerheid wordt ook een deel gezond weefsel rondom het doelgebied bestraald. Dit heet de marge.

Het nemen van een marge heeft 2 redenen:

  • mogelijke uitbreiding van de tumor die niet zichtbaar is op scans
  • veel tumoren zitten niet altijd op precies dezelfde plek. Ze kunnen bijvoorbeeld bewegen door de ademhaling of de beweging van voedsel in de maag en darmen.

De bestralingsarts bepaalt het doelgebied aan de hand van:

  • gegevens van het lichamelijk onderzoek
  • het operatieverslag, indien bestraling een aanvullende behandeling is
  • het rapport van de patholoog
  • uitslagen van beeldvormende onderzoeken, zoals mammografie, CT-scan, MRI-scan en PET-scan
  • beelden van de plannings-CT

Medicijngebruik en bestraling

Bij het eerste bezoek vraagt de bestralingsarts welke medicijnen je gebruikt. Meestal kun je deze medicijnen blijven gebruiken.

Als je tíjdens de behandelingsperiode met bestraling nieuwe medicijnen voorgeschreven krijgt door een andere arts moet je dit melden aan de bestralingsarts. Ook als die medicijnen bedoeld zijn om de bijwerkingen van de bestraling te verminderen.

Controle van het gebit

Heb je  een tumor in het hoofd-halsgebied en ligt je gebit in het gebied dat bestraald wordt? Dan laat de arts voordat de bestraling begint je gebit controleren op eventuele ontstekingen. Deze kunnen na de bestraling namelijk moeilijker genezen. Mogelijk moet je eerst bij de tandarts of mondhygiënist langs voor behandeling.

Masker bij bestraling hoofd

Wordt je hoofd of hals bestraald? Dan krijg je een bestralingsmasker. Het masker zorgt ervoor dat je hoofd of hals bij elke bestraling in precies dezelfde houding ligt. Zo kan de arts je nauwkeurig bestralen. De lijnen om de juiste houding te vinden worden op het masker getekend en niet op het hoofd.

Soms zijn ook andere hulpmiddelen nodig bij de bestraling. Dit is afhankelijk van de plek die bestraald moet worden. De bestralingsarts of de bestralingslaborant kan je meer uitleg geven of dat nodig is en waarom.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2018

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Prof. dr. Luca Incrocci, radiotherapeut-oncoloog en seksuoloog, Erasmus MC Rotterdam, Dr. Irene Lips, radiotherapeut-oncoloog, LUMC Leiden, Drs. Saskia van de Ven, radiotherapeut-oncoloog in opleiding, UMC Utrecht