Operatie van de oorspeekselklier

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

De KNO-arts maakt eerst een snee in de huid. Deze snee loopt voor het oor naar beneden, buigt onder het oorlelletje af naar achteren en loopt dan naar beneden onder de kaakhoek. Zo’n ruime snee is nodig om goed zicht te krijgen op de oorspeekselklier en de aangezichtszenuw die daar dwars doorheen loopt. Als het mogelijk is, maakt de arts de snee in een bestaande huidplooi. Dan valt het litteken na de operatie minder op.

Daarna zoekt de KNO-arts de aangezichtszenuw op. Deze zenuw loopt dwars door de oorspeekselklier heen. In deze speekselklier splitst de zenuw zich in verschillende takken naar de spieren van het gezicht. De arts zoekt alle zenuwvertakkingen van de aangezichtszenuw op zodat hij weet waar ze lopen. Hij probeert de kans op schade aan de zenuw zoveel mogelijk te beperken. 

Vervolgens verwijdert hij de gehele oorspeekselklier. Hierbij probeert hij de aangezichtszenuw zo min mogelijk aan te raken. Soms moet hij deze zenuw deels of geheel wegnemen om de tumor goed te kunnen verwijderen.

Vaak is ook verwijdering van de halslymfeklieren nodig. Omdat er kans bestaat op uitzaaiing(en) van de tumor naar deze lymfeklieren.

Aan het eind van de operatie brengt de arts meestal een drain (slangetje) aan in het wondgebied. Dit is nodig om het teveel aan wondvocht af te voeren. De drain wordt na 2 tot 3 dagen verwijderd. 

De duur van de operatie is tussen de 1 en 4 uur. Hoe lang de operatie duurt, hangt er vanaf hoe ver de tumor is uitgebreid. En van de plaats van de tumor.

Na de operatie volgt meestal bestraling.

Gevolgen van de operatie

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan, zoals een nabloeding of een infectie van de wond. Een operatie van de oorspeekselklier kan nog een aantal gevolgen hebben:

  • verlamming van de aangezichtszenuw
  • gevoelloosheid van de oorschelp
  • syndroom van Frey

Tijdelijke verlamming van de aangezichtszenuw

Door de operatie kan een tijdelijke verlamming van de aangezichtszenuw aan de geopereerde kant van het gezicht ontstaan. 

De aangezichtszenuw zorgt dat de spieren van het gezicht aanspannen. En is belangrijk voor het bewegen van spieren in uw gezicht (de mimiek). Als de aangezichtszenuw aan de geopereerde kant van het gezicht (tijdelijk) slecht of niet werkt, raakt die kant van uw gezicht (deels) verlamd. Hierdoor kunt u uw oog niet goed sluiten en/of heeft u een hangende mondhoek. Meestal werkt de zenuw na enkele weken tot maanden weer goed. 

Soms moet de arts de aangezichtszenuw wegnemen tijdens de operatie. Dan raken de gezichtsspieren aan de kant van die zenuw wel blijvend verlamd. Soms zal de arts tijdens de operatie direct een hersteloperatie uitvoeren om de mimiek te verbeteren.

Door de aangezichtsverlamming is het soms niet mogelijk het oog (helemaal) te sluiten. De oogbol kan dan uitdrogen. Hierdoor kan een oogontsteking optreden. Klachten zijn een pijnlijk, tranend, rood oog. Een oogontsteking kan behandeld worden met een horlogeglasverband en/of oogdruppels. Een horlogeglasverband is een oogpleister met een plastic ruitje waardoor er voor het oog een soort vochtig kamertje ontstaat.

Tijdelijke gevoelloosheid van de oorschelp

Tijdens een operatie aan de oorspeekselklier neemt de arts vaak de ‘gevoelszenuw’ van de oorschelp weg. Na de operatie is uw oorschelp gevoelloos. Meestal keert het gevoel in de oorschelp voor het grootste deel weer terug na een paar maanden. Maar blijft de oorlel gevoelloos.

Syndroom van Frey

Bijna alle patiënten krijgen enkele weken tot maanden na de operatie het zogenaamde syndroom van Frey, hoewel verreweg de meeste patiënten hier niets van merken. 

Dit is een aandoening waarbij de zweetklieren op de wang geactiveerd worden in plaats van de speekselklieren. Mensen met het syndroom van Frey krijgen een rode, zweterige huid in het geopereerde gebied wanneer ze voedsel zien of ruiken. Hoeveel last iemand heeft van deze aandoening, verschilt van persoon tot persoon.

Het syndroom van Frey is een gevolg van de operatie. Bij het verwijderen van (een deel van) de oorspeekselklier raken zenuwtakjes beschadigd die belangrijk zijn voor de speekselproductie. Na de operatie vergroeien deze zenuwtakjes met zenuwuiteinden van zweetkliertjes in de wang. Hierdoor ontstaat een soort ‘kortsluiting’. De prikkel voor de aanmaak van speeksel (zoals eten of denken aan eten) leidt tot zweetproductie van de wang aan de geopereerde kant van het gezicht.

Behandeling is mogelijk door plaatselijke injecties met Botox. Dit middel blokkeert de zenuwactiviteit gedurende 6-9 maanden (soms langer). Vaak is het effect na meerdere behandelingen blijvend.

Colofon

Met medewerking van:

Dr. Arvid Kropveld

Keel-neus-oorarts, ETZ

Drs. Stijn van Weert

Chirurg, Amsterdam UMC (locatie VUmc)

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: januari 2015