Behandeling en bijwerkingen

Radio-embolisatie bij leverkanker

Opslaan

Patiënten met een tumor groter dan 5 cm die geen operatie en geen transarteriële chemo-embolisatie kunnen krijgen, komen mogelijk in aanmerking voor radio-embolisatie. Radio-embolisatie is een vorm van inwendige bestraling. Deze behandeling wordt ook wel selectieve interne radiatie (SIRT) genoemd.

Radio-embolisatie (RE) is een behandeling waarbij radioactieve bolletjes via de leverslagader in een levertumor worden gespoten. Deze bolletjes lopen vast in de allerkleinste bloedvaatjes in en rond de levertumoren. Ze geven hun straling daardoor dichtbij de tumor af. De behandeling werkt ongeveer 3 maanden en kan soms herhaald worden.

Radio-embolisatie is een palliatieve behandeling. Doel is het remmen van de ziekte en/of het verminderen of voorkomen van klachten. 

Voorwaarde voor behandeling met radio-embolisatie is dat de lever nog redelijk goed functioneert. Ook mogen er geen andere uitzaaiingen in het lichaam aanwezig zijn.

Werking transarteriële chemo-embolisatie en radio-embolisatie

In deze video legt dr. Mark Burgmans (radioloog) uit hoe transarteriële chemo-embolisatie en radio-embolisatie werken.

Vooronderzoek met angiografie

Soms is het vooraf aan de behandeling met radio-embolisatie nodig een angiografie te doen. Bij een angiografie maakt de arts bloedvaten zichtbaar op een beeldscherm. Zo krijgt de arts informatie over de bloedvoorziening van een tumor.

Verloop van het onderzoek

Voor het onderzoek krijg je contrastvloeistof via de lies in een slagader ingespoten.
  
Tijdens het onderzoek lig je op je rug op een onderzoekstafel. De arts geeft je een verdovingsprikje in de lies. Daarna prikt hij de slagader aan. Met röntgenstraling kan de arts op een beeldscherm zien wat hij doet.

De arts brengt een dun slangetje via de slagader naar de bloedvaten in het gebied dat hij gaat onderzoeken. Een ander woord voor zo’n slangetje is een katheter. Daarna spuit hij contrastvloeistof bij je in en maakt hij foto’s. De contrastvloeistof kan een warm gevoel geven. Dit gaat snel over.

Aan het einde van het onderzoek spuit de arts een testmiddel in. Dit is een middel dat licht radioactief is, maar geen schadelijke effect heeft op je lichaam of de tumor. Met het testmiddel kan de arts voorspellen waar de bolletjes met radioactief materiaal terecht zullen komen. 

Na de angiografie 

Na afloop van het onderzoek krijg je een scan die laat zien waar het testmiddel terecht is gekomen. Het is belangrijk dat dit in de tumor komt, en niet in bijvoorbeeld de darm of longen. Op basis van de scan bepaalt de arts of de behandeling met radio-embolisatie daadwerkelijk kan plaatsvinden.

Na het onderzoek maakt de arts het gaatje dicht dat hij/zij geprikt heeft in de slagader. Dit kan door het gaatje voor 10 tot 20 seconden dicht te drukken, of met een vaatplugje. Het vaatplugje sluit het gaatje in de slagader af en lost vanzelf op. Het plaatsen van het plugje kan gevoelig zijn (ongeveer 15 seconden). Soms krijg je een drukverband in de lies om een nabloeding te voorkomen. Je moet nog enkele uren plat blijven liggen. Je mag het been in die tijd niet buigen.

Voorbereiding

Voor het onderzoek mag je een paar uur niet eten of drinken. Ook moeten je liezen geschoren zijn.
 
Gebruik je bloedverdunners? Dan vertelt de arts je dat je daar een paar dagen van tevoren mee moet stoppen. Ook vertelt hij je wanneer je ze weer in mag nemen.

Je wordt voor dit onderzoek een 1 of 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen.

Hoe gaat een behandeling met transarteriële radio-embolisatie

De behandeling met transarteriële radio-embolisatie vindt 1 of 2 twee weken na de angiografie plaats.

Voor de behandeling mag je een paar uur niets eten of drinken.

Radioactieve bolletjes inspuiten

De procedure is dezelfde als bij de angiografie. Je wordt eerst verdoofd. Daarna brengt de arts via de liesslagader een slangetje in tot in de leverslagader. Zit het slangetje op de goede plek, dan kan de arts radioactieve bolletjes inspuiten.

De bolletjes bevatten de radioactieve stof yttrium-90 of holmium-166. Ze zijn klein genoeg om door de leverslagaders te stromen, maar te groot om door de kleine bloedvaten in de tumor te gaan. Ze komen vast te zitten in de kleine bloedvaten om de tumor heen.

De behandeling duurt 1-2 uur. Na de behandeling krijg je opnieuw een drukverband of vaatplugje in de lies. En moet je een aantal uren plat blijven liggen.

Inwendige bestraling van de tumor

De radioactieve bolletjes komen romdom de tumor vast te zitten en geven daar hun straling af. Daardoor is op de plaats van de tumor een hogere straling mogelijk dan bij uitwendige bestraling. Bovendien is er relatief weinig schade aan het gezonde leverweefsel.

In de eerste 2 weken na de behandeling geven de bolletjes de meeste straling aan de tumor af (meer dan 97%). Het effect van de behandeling duurt ongeveer 3 maanden.

Controle na de behandeling

Direct na de behandeling krijg je een scan om te bevestigen dat de bolletjes op de juiste plek zijn gekomen. Verder word je enkele uren in de gaten gehouden. Mogelijk krijg je bijwerkingen of complicaties waarvoor je medicijnen moet krijgen.

Leefregels

De radioactieve straling blijft beperkt tot de lever. Er is geen meetbare radioactiviteit buiten het lichaam. Toch moet je de eerste 24 uur na de behandeling een aantal voorzorgsmaatregelen nemen:

  • je handen na toiletbezoek grondig wassen
  • gemorste lichaamsvloeistoffen, zoals bloed, urine, of ontlasting opruimen en in het toilet afvoeren

Voor alle zekerheid krijg je  enkele leefregels mee naar huis.

Hoe lang in het ziekenhuis?

Je moet na de behandeling nog 1 à 2 dagen in het ziekenhuis blijven. Eenmaal thuis pakken de meeste patiënten snel hun normale dagelijkse activiteiten op.

Bijwerkingen transarteriële radio-embolisatie

Transarteriële radio-embolisatie heeft meestal weinig bijwerkingen. De meeste patiënten ervaren na de behandeling:

  • een zeurend gevoel in de bovenbuik
  • misselijkheid
  • vermoeidheid

Vaak is dat een dag na de behandeling verdwenen.

Post-embolisatiesyndroom

Sommige patiënten hebben meer last van bijwerkingen doordat ze het post-embolisatiesyndroom ontwikkelen. Dat geeft de volgende klachten:

  • buikpijn
  • lichte koorts
  • vermoeidheid
  • misselijkheid
  • een daling van het aantal witte bloedlichaampjes

Deze bijwerkingen zijn meestal tijdelijk. De koorts duurt hoogstens een week. De vermoeidheid kan enkele weken aanhouden. De misselijkheid en buikpijn zijn met medicijnen te behandelen.

Wanneer contact opnemen met je arts?

Heb je last van een bijwerking? Neem dan contact op met je arts of verpleegkundige. Bijwerkingen zijn zelden levensbedreigend. Toch is het belangrijk om de arts zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van ongewenste reacties. Je arts kan je misschien geneesmiddelen voorschrijven om je klachten te verlichten.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: december 2016

Dit artikel is geschreven door kanker.nl, KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Burgmans, M.C. (radioloog), Dr. Klümpen. H.J. (medisch oncoloog), Prof. dr. Verhoef, C. (chirurg), Dr. Erpecum, K.J. van (MDL-arts), Prof. dr. Man, R.A. de (MDL-arts), Dr. Sprengers, D. (MDL-arts), Dr. Prevoo, W. (radioloog), Drs. Schapers, G. (ervaringsdeskundige), Dr. Snijders. A. (overige deskundige)