Re-integreren: spoor 1 en spoor 2

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

Heb je door kanker tijdelijk niet kunnen werken? En ben je na je behandeling weer voldoende hersteld om je werk weer op te bouwen? Dan komt er een moment dat je voorzichtig weer aan het werk gaat (re-integreert). Dat kan bij je eigen organisatie zijn of bij een andere organisatie.

Re-integreren bij je eigen werkgever heet spoor 1. Als je gaat werken bij een andere werkgever heet dat spoor 2.

Soms is al snel duidelijk dat je niet terug kunt keren in je eigen functie of bij je eigen werkgever. Soms wordt dat pas later duidelijk.

Bekijk de informatie die op jou van toepassing is:

Of bekijk op een andere pagina tips om je werk weer op te bouwen.

Terug in je oude baan (spoor 1)

Als het kan, keer je terug in je oude baan. En bouw je daar je uren en taken weer langzaam op. Hoe je dat doet, bespreek je vooraf met je leidinggevende en met de bedrijfsarts.

Bespreek regelmatig met je leidinggevende en de bedrijfsarts hoe het gaat en pak het plan van aanpak voor re-integratie erbij.

Als het nodig is, kun je het plan samen aanpassen. Bijvoorbeeld als blijkt dat je minder uren kunt werken dan gedacht. Of als blijkt dat sommige taken je beter afgaan dan andere. Maar ook als er aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld een rustigere werkplek, andere taken, andere werktijden, meer pauzes of (vaker) thuiswerken.

Terug bij zelfde werkgever, andere functie (spoor 1)

Soms lukt het niet om terug te keren in je oude baan. Dat kan allerlei redenen hebben. Misschien vraagt je werk meer energie dan je nu hebt. Of is het fysiek te zwaar. Soms zijn concentratie- of geheugenproblemen een belemmering. Soms merk je dat het werk niet meer bij je past, na alles wat je meemaakte.

Ook voor je werkgever kunnen er redenen zijn waarom terugkeer in je oude functie niet lukt. Bijvoorbeeld:

  • Als jouw werk inmiddels door iemand anders is overgenomen.
  • Als de organisatie veranderd is.
  • Als jouw werk niet geschikt is om rustig op te bouwen.
  • Als je functie niet meer bestaat.

In dat geval kun je misschien ander werk doen binnen dezelfde organisatie. Dat kan prettig zijn omdat je de mensen, cultuur en manier van werken al kent. Vaak geeft het rust en vertrouwen om in een bekende omgeving opnieuw je plek te vinden.

Maak dan duidelijke afspraken. Bijvoorbeeld over:

  • Welke functie of taken je oppakt.
  • Wat het doel is, bijvoorbeeld: tijdelijk om te herstellen of dat je in deze functie blijft.
  • Evaluatiemomenten.
  • Wat dit betekent voor je loon, contract en arbeidsvoorwaarden.

Heb je vragen, betrek dan je leidinggevende, de bedrijfsarts en/of iemand van HR. Zij kunnen met je meedenken over wat passend werk is.

Re-integreren bij een andere werkgever (spoor 2)

Soms lukt het niet om weer bij je eigen werkgever aan de slag te gaan na je behandeling. Bijvoorbeeld omdat je oude werk fysiek of mentaal niet lukt. Of nog niet lukt. Het kan ook zijn dat je werkgever geen passend werk meer voor je heeft. Dan kun je re-integreren bij een andere werkgever: spoor 2.

Bij spoor 2 wordt gekeken naar werk bij een andere werkgever. Je werkgever doet dit samen met jou en de bedrijfsarts. Als je niet kunt terugkeren in je eigen organisatie, krijg je hulp bij het vinden van passend werk ergens anders. Vaak krijg je daarbij begeleiding van een re-integratiebureau.

Een spoor 2‑traject heeft verschillende kanten.

Wat kan helpen:

  • Dat je een frisse start maakt.
  • Dat je nieuw werk ontdekt dat beter bij je past (qua belastbaarheid of interesses).
  • Dat je meer afstand kunt nemen van de periode waarin je ziek was.

Wat lastig kan zijn:

  • Je bent niet in een vertrouwde werkomgeving.
  • Je kent je nieuwe collega’s niet.
  • De manier van werken is anders.
  • Opnieuw beginnen kan je onzeker maken, zeker als je nog niet helemaal hersteld bent.
  • Het inwerken in een nieuwe werkomgeving kan je veel energie kosten.

Afspraken goed vastleggen

Het is belangrijk om afspraken over re-integreren bij een andere werkgever goed vast te leggen. Bijvoorbeeld:

  • Gaat het om tijdelijk of vast werk?
  • Bij tijdelijk werk: hoe lang?
  • Wanneer en hoe wordt er geëvalueerd?
  • Wie begeleidt je?
  • Wat betekent het voor je loon en je contract?

Overleg hierover met je werkgever en de bedrijfsarts.

Spoor 1 en 2 combineren

Veel mensen met kanker krijgen het advies om naast spoor 1 ook alvast te starten met spoor 2: passend werk zoeken bij een andere werkgever met hulp van een re-integratiebegeleider. Zo’n tweesporenaanpak heeft voordelen en nadelen. Een voordeel is dat je je kansen op passend werk vergroot. Een nadeel is dat dit extra energie kan kosten.

Wat kun je doen?

  • Bespreek met de bedrijfsarts, werkgever en eventueel een arbeidsdeskundige wat haalbaar is. Kijk eerlijk naar je belastbaarheid en energie.
  • Zorg voor een duidelijke planning. Spreek af hoeveel tijd en energie je besteedt aan spoor 1 en aan spoor 2.
  • Geef het op tijd aan als het te zwaar wordt. Bespreek dit met je werkgever, bedrijfsarts of casemanager.
  • Vraag om ondersteuning als dat nodig is, bijvoorbeeld van een (gespecialiseerd) re-integratiebureau.
  • Houd gesprekken en afspraken goed bij. Dat geeft overzicht en kan helpen bij het re-integratietraject.

Weer aan het werk met een uitkering via het UWV

Krijg je een uitkering van het UWV, dan is het UWV meestal verantwoordelijk voor je re-integratie. Ze kijken samen met jou hoe en wanneer je weer aan het werk kunt.

Het UWV kan een re-integratiebureau vragen om je te begeleiden naar een nieuwe baan bij een nieuwe werkgever.

Wat kun je doen?

  • Geef zelf aan wat je kunt en wilt, en wat (nog) niet lukt.
  • Vertel wat je nodig hebt om je werk goed te kunnen doen.
  • Zorg ervoor dat afspraken worden vastgelegd.
  • Vraag het UWV of je begeleiding kunt krijgen van een re-integratiebureau dat ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker of mensen die kanker hebben gehad. Bekijk welke re-integratiebureaus er zijn voor mensen met kanker.