Vermoeidheid

Tmc over deze informatie
Door chemotherapie kunt u last krijgen van vermoeidheid. U kunt voortdurend een gevoel van uitputting hebben. Lichamelijke inspanning kan meer moeite kosten. U kunt ook last krijgen van concentratieverlies en geheugenproblemen.

De meest voorkomende klachten zijn:
  • gebrek aan energie
  • lusteloosheid
  • minder belangstelling voor de omgeving
  • prikkelbaarheid
  • stemmingswisselingen
  • slaperigheid

Na de behandeling kunnen deze klachten nog lang aanhouden. Soms enkele maanden, soms zelfs nog jaren.

Adviezen

Op het moment zelf

  • Probeer de vermoeidheid en de beperkingen te accepteren. U ertegen verzetten kost extra energie. Dat kan de vermoeidheid juist erger maken.
  • Accepteer het verschil tussen wat u wilt en wat u kunt.
  • Besef dat nu minder mogelijk is dan voor uw behandeling. Ga niet over uw grenzen heen. Dat kan juist voor extra vermoeidheid zorgen.
  • Wees u ervan bewust dat negatieve gedachten u niet helpen, maar de vermoeidheid erger kunnen maken.

Vermoeidheid herkennen

  • Breng in kaart hoe u uw dagen besteedt, wanneer u vermoeid raakt en hoe die vermoeidheid voelt. Bijvoorbeeld met een agenda of dagboek. Zo krijgt u inzicht in de momenten waarop u moe bent en overvalt de vermoeidheid u minder.
  • Probeer uw lichaam weer te vertrouwen, hoe moeilijk dit ook is.
  • Misschien zegt u wel eens dat u te moe bent voor een activiteit, terwijl u eigenlijk geen zin heeft. U kunt beter eerlijk zijn. Zo krijgt u een zo goed mogelijk beeld van uw vermoeidheid.

Vermoeidheid verminderen

  • Zorg voor een regelmatig slaapritme. Daar heeft u meer aan dan langer slapen. Misschien sliep u tijdens de behandeling meer. Probeer dat toch weer af te bouwen.
  • Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag en over de week. Wissel lichamelijke en geestelijke activiteiten af. Doe dit ook met makkelijke en moeilijke activiteiten.
  • Bouw rustpunten in. Zet uw telefoon op stil. En zo mogelijk ook de deurbel.
  • Bepaal zelf uw prioriteiten. Laat dat niet aan anderen over.
  • Probeer de afwisseling in activiteiten uit. Ga door als u normaal gesproken zou rusten. Rust ook eens uit midden in een activiteit. Zo leert u uw grenzen kennen.
  • Word actiever of juist minder actief.
    o Sommige mensen zijn geneigd te pieken. Zodra het maar even gaat, putten zij zichzelf uit met allerlei activiteiten. Net zolang tot ze niet meer kunnen. Hierdoor blijft u moe. Probeer wat stappen terug te doen. Daarna kunt u stap voor stap uw grens verleggen.
    o Sommige mensen zijn juist te voorzichtig in de dingen die ze doen. U kunt juist beter zo snel mogelijk meer gaan doen, maar wel stap voor stap.
  • Doe aan lichaamsbeweging. Dat is goed voor uw conditie, spijsvertering en lichaamsgewicht. Ook zorgt beweging voor een betere stemming. Bouw lichamelijke activiteiten langzaam en systematisch op. Bijvoorbeeld wandelen of fietsen. Zet u er toe. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent. En hoe sneller u herstelt als u moe bent. Ook kunt ook deelnemen aan een revalidatieprogramma.
  • Eet goed en gezond.
  • Door de vermoeidheid kunnen sombere gevoelens ontstaan Als deze uw dagelijks leven gaan beïnvloeden, bespreek dit dan met uw behandelende arts. Uw arts kan bekijken of een medisch maatschappelijk werker of psycholoog u kan helpen deze gevoelens zo’n plek te geven.

Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw arts of verpleegkundige. Neem bij twijfel ook altijd contact op met uw zorgverlener.