Soorten chemotherapie

Tmc over deze informatie
Er bestaan veel verschillende soorten chemotherapie. Sommige soorten bestaan al tientallen jaren, andere zijn pas kort geleden ontwikkeld. Een aantal soorten chemotherapie kan bij veel verschillende tumoren worden gegeven. Andere medicijnen zijn specifiek voor 1 of een paar soorten kanker.

Chemotherapie wordt onderverdeeld in 6 categorieën:
  • alkylerende middelen
  • antimetabolieten
  • antimitotische cytostatica
  • antitumor-antibiotica
  • topo-isomeraseremmers
  • overige cytostatica

Iedere categorie heeft een ander werkingsmechanisme: de manier waarop de chemotherapie de kankercellen aanvalt.

Alkylerende middelen

Alkylerende middelen maken breuken in het DNA van de kankercel. Door die breuken kan het DNA niet verdubbelen. Die verdubbeling is nodig om een cel te laten delen. Zo kan de tumor dus niet verder groeien.

Deze medicijnen maken de breuken op een speciale manier: ze binden aan het DNA van de kankercel met een molecuul dat een alkylgroep heet. De alkylgroep verandert de structuur van het DNA, waardoor er breuken ontstaan.

De volgende alkylerende middelen zijn o.a. beschikbaar voor de behandeling van kanker:
  • bendamustine
  • busulfan
  • chloorambucil
  • cyclofosfamide
  • dacarbazine
  • ifosfamide
  • lomustine
  • melfalan
  • procarbazine
  • streptozocine
  • temozolomide
  • thiotepa

Antimetabolieten

Ook antimetabolieten verstoren de verdubbeling van het DNA. Een antimetaboliet is een stofje dat erg lijkt op een metaboliet, maar de werking ervan mist.

Metaboliet is de vakterm voor een onderdeel van de stofwisseling. Alle cellen, ook kankercellen, zijn eigenlijk kleine stofwisselingsfabriekjes. Ze zetten bepaalde stoffen om in andere stoffen. Metabolieten zijn ook nodig om het DNA te verdubbelen. Komt er een antimetaboliet in de cel, dan gebruikt de cel die antimetaboliet voor de stofwisseling. Maar de antimetaboliet heeft geen werking. Daardoorkan de verdubbeling van het DNA niet plaatsvinden.

Antimetabolieten die bij de behandeling van kanker worden gebruikt:
  • azacitidine
  • capecitabine
  • cytarabine
  • cladribine
  • clofarabine
  • decitabine
  • fludarabine
  • fluorouracil
  • gemcitabine
  • mercaptopurine
  • methotrexaat
  • nelarabine
  • pemetrexed
  • tegafur/gimeracil/oteracil
  • tioguanine

Antimitotische cytostatica

Antimitotischecytostatica kunnen tumorcellen op een aantal manieren ontwrichten. Ze remmen vooral de celdeling (mitose). Ook verstoren ze de aanmaak van bepaalde eiwitten.

Antimitotische cytostatica zijn:
  • cabazitaxel
  • docetaxel
  • paclitaxel
  • vinblastine
  • vincristine
  • vinflunine
  • vinorelbine

Antitumor-antibiotica

Antitumor-antibiotica zijn antibiotica die speciaal op tumorcellen zijn gericht. Ze remmen de aanmaak van nieuw DNA in de tumorcellen.

'Gewone' antibiotica remmen de celdeling van ongewenste bacteriën in het lichaam. Antitumor-antibiotica en 'gewone' antibiotica worden allebei gemaakt van bepaalde soorten bacteriën en schimmels.

Beschikbare antitumor-antibiotica:
  • bleomycine
  • dactinomycine
  • daunorubicine
  • doxorubicine
  • epirubicine
  • idarubicine
  • mitomycine
  • mitoxantron
  • pixantron
Antitumor-antibiotica kunnen hartklachten veroorzaken.

Topo-isomeraseremmers

Topo-isomeraseremmers zijn een groep cytostatica die de werking van het eiwit topo-isomerase remmen. Topo-isomerase speelt een rol bij het oprollen en uitrollen van het DNA. Uitgerold is een DNA-streng van 1 cel wel 2 meter lang. Om de DNA-streng in een cel te laten passen, wordt de streng op een speciale manier opgerold.

Als een cel gaat delen, wordt het DNA eerst verdubbeld. Bij de verdubbeling van het DNA rolt topo-isomerase de streng stukje voor stukje uit. Topo-isomeraseremmers blokkeren dit proces. Hierdoor kan het DNA niet goed worden gekopieerd en kan de cel niet delen.

Topo-isomeraseremmers waarmee u behandeld kunt worden:
  • etoposide
  • irinotecan
  • teniposide
  • topotecan

Overige cytostatica

Een aantal soorten chemotherapie kunnen niet goed worden ingedeeld in 1 van de andere categorieën. Ze vallen in de groep overige cytostatica.

Het zijn de volgende middelen:
  • amsacrine
  • brentuximab-vedotin
  • carboplatine
  • cisplatine
  • eribuline
  • oxaliplatine
  • trabectedine

Platinumbevattende chemotherapie

Een belangrijke subgroep van de overige cytostatica zijn de medicijnen die platinum bevatten: carboplatine, cisplatine en oxaliplatine. Veel mensen die behandeld worden met chemotherapie krijgen 1 van deze middelen toegediend.

Platinum is een zilverachtig metaal. Net als chemotherapie van de groep ‘alkylerende middelen’ veroorzaakt het extra verbindingen in het DNA. Hierdoor kan het DNA niet worden verdubbeld en kan de celdeling niet plaatsvinden.

Een belangrijke bijwerking van platinumbevattende chemotherapie is zenuwklachten (neuropathie).