Gevolgen

Problemen met de ontlasting

Opslaan

De ontlasting kan veranderen als een deel van de endeldarm verwijderd is. Je kunt vaker ontlasting hebben of problemen hebben met het ophouden van de ontlasting. Ook kan de ontlasting dunner zijn en kun je last hebben van diarree. Deze problemen worden het LAR (Low Anterior Resectie)- syndroom genoemd. Meestal is dit een tijdelijk probleem. 

Klachten kunnen tijdelijk zijn

Het eerste jaar na de operatie kan de functie van de darm nog verbeteren. Maar het kan ook zijn dat er langer na de operatie problemen aanhouden met de ontlasting. Bespreek de problemen met je arts. Soms kun je medicijnen krijgen tegen de klachten. Ook kan een ander dieet, bekkenbodemfysiotherapie of darmspoeling helpen.

Diarree

Heb je veel last van diarree of gaat de diarree niet over, bespreek dit dan met de arts. Je kunt dan medicijnen krijgen. Een diëtist kan tips geven tegen diarree en begeleiden bij problemen die te maken hebben met voeding.

Verlies van ontlasting

Na de operatie van de endeldarm is het vaak lastiger om de ontlasting op te houden. Dit is een vervelend probleem. Je kunt telkens kleine beetjes ontlasting verliezen. 

Het verlies van controle over de ontlasting kan meerdere redenen hebben:

  • De sluitspier van de anus werkt minder goed als de zenuwen beschadigd zijn bij de operatie
  • Beschadigde zenuwen kunnen ook zorgen voor minder gevoel van aandrang
  • Bestraling 
  • Diarree is moeilijker op te houden

Normaalgesproken werkt de endeldarm als volgt: de ontlasting wordt in de endeldarm opgeslagen. Als hij vol is, gaat er een seintje naar de hersenen. Vervolgens voel je aandrang en kun je poepen. Bij endeldarmkanker gaat dit niet altijd goed. 

Bespreek het met je arts als je hier last van hebt. Hij kan of zij kan je doorsturen naar een diëtist of bijvoorbeeld een bekkenbodemfysiotherapeut. Een dieet met veel vezels of bekkenbodemtraining kan helpen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Buijsen, J.D. (radiotherapeut), Dr. Roodhart, J.M.L (medisch oncoloog), Dr. Spaander, V.M.C.W. (MDL-arts), Dr. Tanis, P.J. (chirurg-oncoloog)