Behandeling en bijwerkingen

Chemotherapie bij eierstokkanker

Opslaan

Voor een aantal vrouwen met eierstokkanker in stadium I of II A is alleen een operatie genoeg. Maar meestal is chemotherapie een belangrijk onderdeel van uw behandeling.

Aanvullende chemotherapie bij eierstokkanker

U kunt chemotherapie krijgen als aanvullende behandeling voor of na de operatie. Daarmee vermindert de kans op terugkeer van de ziekte. 

Chemotherapie na de operatie

Dit heet een adjuvante behandeling. U krijgt dan chemotherapie als:

  • De arts al het tumorweefsel dat zichtbaar was, heeft verwijderd tijdens de operatie: complete debulking. Het doel is dan om uitzaaiingen te bestrijden, die er misschien nog zitten maar niet te zien zijn.
  • De arts zoveel mogelijk tumorweefsel heeft verwijderd tijdens de operatie. Er zit hooguit nog een klein beetje tumorweefsel: incomplete debulking. U krijgt dan chemotherapie om dat laatste beetje tumorweefsel te vernietigen.

Chemotherapie voor de operatie

Dit heet een neo-adjuvante behandeling. Is de tumor te ver uitgebreid om goed genoeg te kunnen verwijderen bij een operatie? Dan krijgt u eerst chemotherapie. Het doel is dan om de tumor te verkleinen, zodat de arts hem later beter kan weghalen. 

Meestal krijgt u 3 kuren. Werkt dit voldoende, dan zal de arts daarna opereren om alsnog zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen. Zo’n operatie na chemotherapie heet een interval debulking. Daarna krijgt u nog 3 chemokuren.

Hoe minder tumorweefsel achterblijft, hoe groter de kans op succes bij een vervolgbehandeling met chemotherapie.

Intraperitoneale chemotherapie bij eierstokkanker

Sommige vrouwen krijgen de medicijnen ook rechtstreeks in de buikholte toegediend. Dit gebeurt via een buikkatheter: een dunne slang die tijdens de operatie wordt achtergelaten. Soms plaatst de arts deze katheter later via een kijkoperatie. Dit heet intraperitoneale behandeling. Het wordt gegeven in combinatie met de chemotherapie via het infuus.

De toevoeging van intraperitoneale chemotherapie vermindert de kans op terugkeer van de ziekte bij vrouwen met een stadium III bij wie al het tumorweefsel is verwijderd.

Intraperitoneale chemotherapie wordt slechts in een klein aantal ziekenhuizen gedaan:

  • Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam
  • Radboudumc in Nijmegen
  • Universitair Medisch Centrum Utrecht

Behandeling recidief eierstokkanker

Wordt de ziekte weer actief nadat u eerder succesvol bent behandeld met een operatie en chemotherapie? Dan kunt u opnieuw chemotherapie krijgen. Zo’n terugkeer van de ziekte heet een recidief. Een herhaalbehandeling met chemotherapie kan de ziekte opnieuw terugdringen of verdere uitbreiding van de ziekte zo lang mogelijk tegenhouden. Dit is een palliatieve behandeling.

Soms kan u (opnieuw) geopereerd worden als de eierstokkanker terugkomt.

Chemokuren bij eierstokkanker

De meest toegepaste chemokuur als aanvullende behandeling is:

  • Een combinatie van carboplatine en paclitaxel.
    U krijgt deze chemotherapie via een infuus in een bloedvat in uw arm op dag 1. Daarna volgen 3 weken rust. Dit wordt 6 keer herhaald.
  • Bij intraperitoneale chemotherapie krijgt u cisplatine in combinatie met paclitaxel.
    U krijgt dan op dag 1 en 8 paclitaxel via een infuus in een bloedvat in uw arm. Op dag 2 krijgt u cisplatine intraperitoneaal. Ook deze kuur wordt 6 keer herhaald.

Komt de ziekte terug, dan zijn er meerdere behandelingen die u kunt krijgen. Zo’n behandeling heet een tweedelijns behandeling of behandeling van een recidief. Chemokuren die u onder andere kunt krijgen:

  • opnieuw carboplatine of cisplatine met of zonder paclitaxel
  • wekelijks paclitaxel
  • carboplatine met gemcitabine en doxorubicine
  • doxorubicine
  • ook is een combinatie met doelgerichte therapie mogelijk

De keuze hangt af van meerdere factoren, die de arts bij iedere vrouw bekijkt.

Bijwerkingen van chemotherapie bij eierstokkanker

U kunt bij chemotherapie last krijgen van verschillende bijwerkingen. Welke bijwerkingen u krijgt en hoe ernstig deze zijn hangt af van de soort medicijnen en de manier van toediening. Uw arts of verpleegkundige vertelt welke bijwerkingen u kunt verwachten. Zij kunnen u adviseren hoe u hiermee om kunt gaan.

Vaker voorkomende bijwerkingen of bijwerkingen die ernstig kunnen zijn:

  • allergische reactie, wat klachten geeft zoals huiduitslag, jeuk of kuchen
  • tintelingen en doof gevoel in de vingers en/of tenen: neuropathie, het kan zich uitbreiden naar de armen en benen
  • verminderde aanmaak van rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes
  • diarree
  • grieperig gevoel, spierpijn
  • haaruitval
  • leverfunctiestoornis, wat bijvoorbeeld kan leiden tot extreme vermoeidheid of geelzucht
  • misselijkheid en braken
  • nierfunctiestoornis, wat bijvoorbeeld klachten geeft zoals droge mond, droge huid, weinig kunnen plassen
  • oorsuizingen
  • pijnlijke mond en lippen
  • reuk is sterker of juist minder sterk (alleen bij cisplatine)
  • smaak verandering of vermindering (alleen bij cisplatine)

Bent u misselijk of geeft u veel over? Dan kunt u hier meestal medicijnen voor krijgen. Vraag uw arts hiernaar.
Bent u klaar met de chemokuur, dan worden de bijwerkingen meestal minder. Maar u kunt na de behandeling nog lang moe blijven.

Bij intraperitoneale chemotherapie kan de buikkatheter verstoppen en er kan een infectie ontstaan.

Chemotherapie

Deze video legt uit hoe chemotherapie in zijn werk gaat.

Hoe werkt chemotherapie?

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dit zijn medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door uw lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen de kankercellen bereiken.

Behandeling met chemotherapie is in de vorm van een kuur. U krijgt een periode medicijnen en een periode niet. De chemokuur krijgt u meestal een paar keer achter elkaar.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2016

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl, Olijf, netwerk vrouwen met gynaecologische kanker.

Met medewerking van

Prof. dr. Massuger, L.F.A.G. (gynaecoloog), Prof. dr. Verheijen, R.H.M. (gynaecoloog), Dr. Witteveen, P.O. (medisch oncoloog)