Operatie bij schaamlipkanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

De eerste behandeling bij schaamlipkanker is meestal een operatie. Deze behandeling heeft als doel om te genezen. Na de operatie is soms nog aanvullende bestraling van de vulva of de liezen nodig. 

Hoe gaat de operatie bij schaamlipkanker?

De gynaecoloog verwijdert de tumor en een randje gezond weefsel daaromheen. Dit maakt de kans groter dat alle kankercellen na de operatie inderdaad weg zijn.

Soms kan het ook nodig zijn om (delen van) de kleine en grote schaamlippen, clitoris, plasbuis en/of de anus te verwijderen. 

Soms plaatst de plastisch chirurg een stuk weefsel van de bil of het bovenbeen op de plek van de verwijderde schaamlippen om de wond goed te kunnen sluiten. 

Operatiegebied schaamlipkanker

Verwijderen van de lymfeklieren in 1 of beide liezen

Schaamlipkanker kan naar de liezen uitzaaien. Daarom verwijdert de gynaecoloog ook 1 of meerdere lymfeklieren in 1 of beide liezen.

Vaak is een schildwachtklierprocedure mogelijk. Dit is een manier om te kijken of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zitten. Zitten er geen kankercellen in de schildwachtklier, dan gaat de arts ervan uit dat de andere lymfeklieren ook schoon zijn. De arts hoeft dan geen andere  lymfeklieren meer te verwijderen. 

Soms is een schildwachtklierprocedure niet mogelijk. Bijvoorbeeld omdat de tumor groter is dan 4 cm, of omdat de tumor uit meerdere afwijkingen bestaat. Dan verwijdert de gynaecoloog alle lymfeklieren uit de liezen. Zo'n lymfeklieroperatie is een stuk ingrijpender dan de schildwachtklierprocedure. Ook zijn er meer bijwerkingen op de langere termijn, zoals lymfoedeem.

Het verwijderen van de lymfeklieren gebeurt vaak tijdens de operatie aan de vulva, maar soms ook tijdens een tweede operatie.

Weefselonderzoek na de operatie

Een patholoog onderzoekt onder de microscoop of er kankercellen zitten in het weggenomen weefsel, in de randen ervan en in de lymfeklieren. De uitslag van dit onderzoek geeft belangrijke informatie over het stadium van de ziekte. En of er aanvullende behandeling nodig is.

Blijken er nog kankercellen in de randen van het weggenomen weefsel te zitten? Dan is meestal een tweede operatie nodig. Soms is een operatie niet mogelijk. Dan bestaat de behandeling meestal uit bestraling van de plek waar de tumor zit. 

Urinekatheter

Tijdens de operatie plaatst de gynaecoloog vaak een urinekatheter om de urine af te voeren. De arts brengt dit slangetje tijdens de operatie in de blaas. Meestal kan de katheter de dag na de operatie verwijderd worden.

Soms is het nodig de katheter wat langer te laten zitten, bijvoorbeeld omdat de plasbuis betrokken was bij de operatie. De katheter blijft dan 7 tot 10 dagen zitten. Soms zelf nog wat langer; je gaat dan met de katheter naar huis. 

Drains

Wanneer de arts alle lymfeklieren in de liezen heeft verwijderd, brengt hij of zij  tijdens de operatie drains aan bij de wond in de lies. Deze slangetjes voeren lymfevocht af. Te veel vocht maakt de wondgenezing namelijk moeilijker. De drains worden verwijderd als er nog maar weinig vocht uit komt. Dit duurt gemiddeld 14 dagen. 

Bijwerkingen en gevolgen van de operatie bij schaamlipkanker 

Het belangrijkste probleem direct na de operatie is de wondgenezing. De wonden aan de vulva en in de liezen ontsteken vaak en genezen moeilijk. Soms gaan de wonden later weer open. Vaak is dan intensieve verzorging nodig. Meestal gebeurt dit door een wijkverpleegkundige.

Zijn de lymfeklieren in de lies verwijderd, dan kan zich later vocht in de benen gaan ophopen. Dit heet lymfoedeem. Het risico op lymfoedeem is groter als er veel lymfeklieren zijn verwijderd. Ook bestraling van 1 of beide liezen na de operatie vergroot het risico op lymfoedeem.

Operatie om klachten te verminderen 

Soms kan een operatie alleen klachten verhelpen of verminderen. Dit heet een palliatieve operatie. Zo'n operatie is vaak minder uitgebreid dan een operatie waarvan je kunt genezen. 

Colofon

Met medewerking van:

Dr. Cor de Kroon

Gynaecoloog-oncoloog, LUMC

Dr. Maaike Oonk

Gynaecoloog-oncoloog, UMCG

Dr. Mariëtte van Poelgeest

Gynaecoloog-oncoloog, LUMC

Paula Groenendijk

Verpleegkundige, LUMC

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: juli 2020