Heb je een vorm van MPN, dan krijg je soms immunotherapie. Er zijn verschillende soorten immunotherapie bij MPN. Ze werken iets verschillend, maar remmen allemaal de aanmaak van extra bloedcellen.
Op deze pagina lees je over:
Hoe gaat immunotherapie bij een vorm van MPN?
Bij MPN krijg je soms immunotherapie. Bijvoorbeeld het medicijn interferon-alfa. Je krijgt dit medicijn met een prik in je arm (injectie onder de huid). Interferon-alfa remt de aanmaak van extra bloedcellen. Ook kan het helpen tegen jeuk of een vergrote milt.
Soms krijg je een andere soort immunotherapie. Je slikt dan capsules. Bijvoorbeeld met het medicijn thalidomide of lenalidomide. Deze medicijnen krijg je meestal in combinatie met prednison.
De immunotherapie remt de aanmaak van extra bloedcellen, en helpt soms ook tegen bloedarmoede.
Bijwerkingen van immunotherapie
Immunotherapie kan bijwerkingen geven. De bijwerkingen verschillen per medicijn. Je arts of verpleegkundige bespreekt welke bijwerkingen je kunt krijgen. En hoe je hier het best mee omgaat.
Sommige klachten kun je lang houden. Of gaan nooit meer over. Lees verder over blijvende klachten bij MPN.