Vaak worden MPN bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld bij een bloedonderzoek voor iets anders. Om zeker te weten of je vorm van MPN hebt, zijn een aantal onderzoeken nodig. Lees wat je kunt verwachten.
De onderzoeken krijg je meestal bij een hematoloog. Een hematoloog is een arts met veel kennis van ziektes van het bloed.
Onderzoeken om te kijken of je een MPN hebt:
- bloedonderzoek – om te kijken naar het aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. En of je milt en lever goed werken.
- beenmergonderzoek – de arts haalt een beetje beenmerg en bot weg voor onderzoek.
- DNA-onderzoek – om te kijken of er een fout (een mutatie) in je genen zit. De oorzaak van MPN is vaak een fout in het DNA van de stamcellen.
- echografie van je buik – om te zien hoe groot je lever en milt zijn. Door MPN kan de lever of milt veel groter zijn.
Je hoort van je arts welke onderzoeken je krijgt, en waarom. Niet altijd zijn alle onderzoeken nodig.
De uitslag (diagnose)
Zijn de uitslagen van de onderzoeken er, dan heb je een gesprek met je arts. Je hoort dan:
- de uitslagen van de onderzoeken en de diagnose
- of er meer onderzoeken nodig zijn
- welke behandelingen je kunt krijgen
Een gesprek met je arts kan lastig zijn. Er is bijvoorbeeld te weinig tijd om al je vragen te stellen. Of je arts gebruikt woorden die je niet kent. Misschien merk je dat je niet alle informatie van je arts kunt onthouden. Het helpt om goed voorbereid naar het gesprek te gaan.
Mogelijke behandelingen
Je arts vertelt vaak al kort welke behandeling(en) er mogelijk zijn. Meestal krijg je daarna nog een tweede gesprek waarin de arts of verpleegkundig specialist het behandelplan met je bespreekt.