Ieder jaar hing mijn vader hem op z’n vaste plek aan de kast in de huiskamer: het kaboutertje met maar één arm. De andere was gebroken. Klem gezeten had ‘ie, in een kartonnen doos. Tussen de rest van de kerstspullen. “Kabouter mist armpje af”, zo hebben we hem gedoopt. Vonden we passend, die naam…