Calling all angels

Een ziekenhuis werkt nogal relativerend. Terwijl ik in de apotheek in afwachting was van een nieuwe lading medicatie, zat links van mij een jonge moeder met op haar arm een dreumes die op zijn leeftijd al te veel op zijn bordje leek te hebben gehad. Rechts zat een meneer met op zijn rug twee flessen zuurstof Spaans benauwd te zijn. En bij mijn entree van de wachtruimte van de chemo-afdeling van het Haagse ziekenhuis waar ik word behandeld, passeerde ik twee verpleegkundigen die een bed vervoerden met daarin een doodzieke patiënt. Aan zijn gelaatskleur en aan zijn kapsel te zien was hij al heel wat kuren verder. Ze leken me er allemaal ernstiger aan toe te zijn dan ik. 

Hep u óók kankâh dan?

Hij was net een wekker die afliep, op het bankje naast me in de wachtruimte van de DIT. Over de schok die de diagnose botkanker in de week ervoor bij ‘m teweeg had gebracht vertelde hij. Over hoe erg hij het vond dat slechts een van de twee vriendinnen die met hem waren meegekomen mee naar binnen mocht bij de chemobehandeling. En over een goeie vriend die een vergelijkbaar traject achter de rug had. Over dat hij zo’n lijdensweg voor zichzelf niet voor zich zag en dat ‘ie in de afgelopen week aan de slag was gegaan met een euthanasieverklaring. Dat ‘ie tien jaar geleden namelijk al eens een andere diagnose had gekregen die ook allesbehalve fraai was en dat het dus al mooi was, deze reservetijd. En dat ‘ie zo zenuwachtig was: voor het traject in het algemeen en voor deze eerste chemo in het bijzonder. “Nou meneer, dan kunnen we elkaar een hand geven”, zei ik, “ik ben hier ook voor het eerst”. “O ech mevrâh?”, antwoordde hij in het plat Haags. “Hep u óók kankâh dan?”

Bagger met een rietje

Ik wenste ‘m sterkte toen hij werd opgehaald door de verpleegkundige. 
Beide vriendinnen mochten met ‘m mee. Voor deze ene keer.
Ik mijmerde nog even door. 
Over de hardheid in de toon van het woord kanker.
Over het feit dat een op de twee (!) mensen ooit in zijn leven de diagnose kanker krijgt.
Dat ik een van die twee ben. 
Dat het gebeurt in míjn leven: mijn lichaam verraden door een insluiper die op eigen houtje weefsel heeft beschadigd, het immuunsysteem heeft omzeild en zich heeft verspreid.

Daar blijkt helemaal niets relativerends aan.
Bagger met een rietje is het. 
En een klotetraject tot en met.

Onvoorspelbaar

Drie maanden ben ik inmiddels verder. Na twee chemo’s uit fase twee sta ik nog altijd overeind en kijk ik verwonderd om me heen: in afwachting van de stoomwals die al het leven in de afgelopen acht weken uit me heeft geperst, maar die vooralsnog een andere afslag lijkt te hebben genomen.

Dat is fijn. Heel fijn.
En raar. Hartstikke raar.

Want het blijkt een kunst, me te verhouden tot alle rampspoed van de afgelopen maanden en het gegeven dat de wereld ineens weer gewoner voor me wordt. Want hoe doe ik dát nu weer, de draad daar waar het kan ‘gewoon’ maar weer een beetje oppakken, in de wetenschap dat er voorlopig nog helemaal niets ‘gewoon’ is in de maanden die komen gaan.

Onvoorstelbaar, dat wat was.
Onvoorspelbaar, dat wat komt.

Omdat het nog altijd afwachten is hoe mijn lichaam reageert op de behandeling;
omdat er nog niets te zeggen valt over de operatie over een paar maanden en de gevolgen dáár weer van;
omdat ik in de komende week bij wijze van bonus een extra bezoek aan het ziekenhuis breng voor de scan die uitsluitsel moet geven over een andere ‘opgelichte plek’ in mijn lichaam;

Kome wat komt

In de laatste week deed ik mee aan “Heilige Nachten”, een (online) ‘retraite’ in de twaalf dagen tussen Kerst en Driekoningen. Het is de periode die in veel culturen wordt gezien als ‘tijd tussen de tijd’. Het oude jaar is afgelopen, maar het nieuwe is nog niet begonnen. Over ontvankelijkheid ging het. En over overgave. Over precies datgene dus, waartoe ik me in deze hele reis heb te verhouden. Omver geblazen werd ik dan ook, door zowel de tekst als de muziek van Calling all Angels, door de Wailin Jennys:

https://open.spotify.com/track/32edCe1fDM4LgvBeisQJMQ?si=8c60f661fc4a42…

Calling all angels
Walk me through this one
Don't leave me alone
Calling all angels
Calling all angels
We're tryin', we're hopin'
But we're not sure how this goes

Kome wat komt.

 

 

 

 

 

 

 

1 reactie