De filosofie van de heuvel
Wil niet
Niet de ‘opnameherinnering’ per sms in mijn telefoon;
Niet het wekelijkse ritje naar het ziekenhuis;
Niet het bloedprikken;
Niet het gepruts in mijn aderen met infuusnaalden;
Niet de yoghurtshake met toegevoegde eiwitten;
Niet de aanblik van mijn kale kop en mijn gele gezicht na toediening van de chemo;
Niet mijn ‘wil ik heel graag, maar voorlopig kan ik helemaal niks toezeggen’;
Niet het inlezen in alles waar ik me eigenlijk verre van wil houden;
Niet het onderzoeken van scenario’s voor borstreconstructie;
Niet mijn zorgen in de donkerte van de nacht;
Slapen wil ik en weer opgewekt wakker worden.
Omdat in de nacht nog nooit iemand op goeie gedachten is gekomen.
Lachen om de boze droom.
Vallen en erna weer opstaan.
Net als vroeger.
Kusje erop.
Over.
De filosofie van de heuvel
Een paar jaar geleden kreeg ik na een trektocht in de Himalaya alwaar ik mijn tanden stuk beet op het hooggebergte van vrienden De filosofie van de heuvel van Ilja Leonard Pfeiffer. Een boek waarin de schrijver van ruim 100 kilo en zijn vriendin op een dag om kwart voor vijf ‘s middags besluiten om vanuit Leiden naar Rome te fietsen. Zij op een sportieve mountainbike, hij op een tweedehands Batavus racefiets uit 1980, gekocht bij de fietsenmaker op de hoek.
Het wordt een lichtelijk krankzinnige tocht door afgelegen streken, over heuvels en bergen, met hevige regenbuien en bloedhete zomerdagen, met stukken over de snelweg en met aanvallen van wilde zwijnen. Ze fietsen dwars door Frankrijk naar het Zuiden, ongetraind en onvoorbereid op een heuvellandschap waarin een gemiddelde Nederlandse fietser die gewend is aan de polder zich kleurenblind trapt. En als je weet dat Pfeiffer een grootverbruiker is van wijn en shagg, dan is de aankomst in Rome eenenveertig dagen later een prestatie van formaat.
Niet alleen fysiek, maar ook in mentaal opzicht is de tocht een uitputtingsslag. Zijn ‘filosofie van de heuvel’ ontwikkelt de schrijver vanaf zijn kennismaking met de ‘bergen’ in Zuid-Limburg om het klimmen van de heuvels een beetje te verzachten. Bij iedere beklimming ontvouwt de filosofie zich een stukje verder:
“Dat was eigenlijk de eerste stap in de ontwikkeling van mijn filosofie, dat ik besloten had dat het beter maar een mentale kwestie moest zijn. Dan zou ik een kans maken. Aan mijn overgewicht kon ik op dat moment niet onmiddellijk iets doen, maar een filosofie viel wel te bedenken.”
Hij probeert het eerst met trucjes: de heuvel is eigenlijk plat, de heuvel is gewoon deel van het landschap. Maar met verzuurde benen en met verschrompelde longen in je borst werkt dat ineens een stuk minder goed. De enige juiste filosofie: het erkennen van het bestaan van de heuvel – hij is echt. Dat heeft geen enkele reden, “dat is”. In de wetenschap dat zich na die ene heuvel gewoon weer een nieuwe aandient. En erna nog een. En erna nóg een. Het enige devies: doortrappen.
Vieren wat er te vieren valt
Een diagnose borstkanker, dat is erkennen dat het is zoals het is.
Een reden is er niet. Niet alles valt te duiden, te controleren of te verklaren.
Ik doe wat ik kan, de rest gebeurt.
Op 13 maart a.s. krijg ik de MRI die moet gaan uitwijzen óf en zo ja, wát de chemobehandelingen hebben gedaan op de tumor en de lymfeklieren en welke gevolgen dat vervolgens heeft voor de operatie een paar weken later. Uitkauwen dus, de zes chemobehandelingen die ik tot die tijd nog te gaan heb. En daarna weer verder zien.
Met de behandeling van morgen ben ik op de helft van de tweede kuur van alle chemo’s. Nog niet aan de overkant, maar wel ver genoeg om even stil te staan. Op dit ‘tussenpunt’ daarom komend weekend een klein feestje hier in huis. Omdat ik besloten heb dat het beter maar een mentale kwestie moet zijn, nu ik op het fysieke aspect geen enkele invloed heb.
Een feestje om te vieren wat er te vieren valt: het vieren van het op de helft zijn. Met een paar mensen die me lief zijn en die erbij waren, ook op de allerslechtste momenten in de afgelopen weken – vastberaden, doortastend en onvoorwaardelijk. En met wie ik in alle ellende tegelijkertijd eindeloos gelachen heb. Die me hielpen om weer op te staan en die met me meetrappen in de beklimmingen die nog komen gaan.
1 reactie
Wat heb je dit weer prachtig verwoord! Ik wens je een mooi feestje dit weekend en dat er nog heel veel mogen volgen om het leven te vieren. Veel liefs