Reuk- en smaakveranderingen

Tmc over deze informatie
Door de behandeling met chemotherapie (of de ziekte zelf) kan het moeilijk zijn om goed te blijven eten. Veel mensen hebben minder of geen trek. Chemotherapie kan namelijk uw smaak veranderen. Soms is dit blijvend. Er kan ook een afkeer voor bepaalde voedingsmiddelen ontstaan.

Adviezen

  • Probeer verschillende producten uit. Bedenk dat uw eetlust en smaakvoorkeur per dag kunnen wisselen. Dat geldt ook voor uw reuk. Wat de ene keer geen succes is, kan de andere keer wel in de smaak vallen en omgekeerd. Ook kunnen gerechten die u vroeger niet zo lekker vond, nu wel smaken.
  • Het is extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
  • Probeer neutraal smakende voedingsmiddelen zoals pasta, rijst of pap.
  • Friszure voedingsmiddelen, zoals fruit, yoghurt, komkommer, salade en haring smaken vaak goed.
  • Producten waarvan u echt een afkeer heeft gekregen, kunt u beter weglaten. Vaak zijn dat gerechten met een sterke geur, zoals gebakken vlees en koffie. Vervang vlees door vis, kaas, eieren of vegetarische producten. Of verwerk vlees door sauzen, zoals spaghettisaus.
  • Blijf uit de keuken als er wordt gekookt. Dan heeft u minder last van etensgeuren.
  • Gebruik de magnetron als u een maaltijd wilt opwarmen.
  • Temperatuur beïnvloedt de smaak. Kijk op welke temperatuur gerechten het beste smaken. Als warme gerechten u tegenstaan, kunt u een extra broodmaaltijd of salade nemen.
  • Als u bijna geen smaak heeft, kan goed kauwen helpen. Zo komen er meer voedseldeeltjes achter op de tong en kan de geur van het eten zich verspreiden in de mond- en keelholte. U proeft dan beter.
  • Soms smaakt niets. Probeer dan toch iets te eten. Houd voor ogen dat het nodig is voor uw herstel en om uw conditie op peil te houden.
  • Een vieze smaak in de mond kan komen door te weinig drinken. Drink daarom voldoende. U kunt ook pepermuntjes en kauwgom gebruiken om een vieze smaak tijdelijk tegen te gaan.
  • Een goede mondverzorging kan de vieze smaak verminderen.

Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw arts of verpleegkundige. Neem bij twijfel ook altijd contact op met uw zorgverlener.