Angst bij kanker

Tmc over deze informatie

Angst bij kanker komt heel veel voor. Bij patiënten én bij naasten. Dat komt omdat kanker als een dreiging wordt ervaren. De ziekte verstoort het evenwicht, tast gevoelens van veiligheid en onkwetsbaarheid aan en veroorzaakt vaak ingrijpende veranderingen, zowel op lichamelijk, psychisch, sociaal als financieel gebied. Ook brengt kanker veel onzekerheid met zich mee. Veel mensen brengen deze ziekte bovendien in verband met de dood. 

Angst bij kanker is normaal

Angst is een gezonde reactie op kanker. Kanker krijgen is immers een ingrijpende levensgebeurtenis. Bang zijn als je kanker hebt, is dus volstrekt normaal. Dat geldt ook als je naaste kanker krijgt. 

Toch zien veel mensen angst als iets dat er niet mag zijn. Ze hebben er negatieve gedachten over (‘ik moet sterk zijn’, ‘angst is voor watjes’) of denken dat hun angst ‘abnormaal’ is. Sommigen verzetten zich tegen de angst, willen er niet over praten of drukken hem weg.  

Angst komt voor in alle fasen van het ziekteproces

Angst komt voor in alle fasen van het ziekteproces: de diagnose en behandeling, de chronische fase en de palliatief-terminale fase.

Mensen met kanker zijn bijvoorbeeld bang voor:
  • onderzoeken en de uitslag van onderzoeken
  • (nieuwe) behandelingen
  • de gevolgen van behandelingen (bijwerkingen)
  • verlies, bijvoorbeeld verlies van onafhankelijkheid, verlies van controle, verlies van mogelijkheden
  • lichamelijke aftakeling
  • pijn
  • de toekomst
  • verlies van werk
  • veranderingen in hun relatie
  • terugkeer van kanker
  • lijden
  • de dood 
  • geen betekenis meer hebben na de dood


Veel van deze angsten zijn terug te voeren op existentiële angst: angst om de grip op het leven te verliezen. Of angst om betekenisloos te sterven.

Angst verschilt per persoon

Niet iedereen heeft evenveel last van angst. Dat komt omdat ieder mens en iedere situatie verschillend is.

De mate waarin iemand met kanker angst ervaart hangt onder andere af van:
  • iemands persoonlijkheid: mensen met een angstige aanleg zijn ook na kanker vaak angstiger.
  • de ernst van de aandoening
  • de vooruitzichten: bijvoorbeeld de kans op genezing
  • de behandelingen die iemand krijgt voor kanker (hoe ingrijpend deze zijn)
  • wat deze persoon eerder in zijn of haar leven al heeft meegemaakt aan ingrijpende gebeurtenissen
  • de mate waarin iemand steun ontvangt uit zijn of haar omgeving


Dat de een meer angst ervaart dan de ander, wil niet zeggen dat zo iemand ‘overdreven reageert’ of niet goed met de ziekte omgaat. Er is geen goed en fout als het gaat om het verwerken van kanker. Ieder verwerkt de ziekte op zijn eigen manier. 

Angst is niet altijd zichtbaar

Het is niet gemakkelijk om angstgevoelens toe te laten. Daarom vermomt angst zich soms in (negatief) gedrag zoals:
  • boosheid: deze kan tot uiting komen in conflicten, bijvoorbeeld thuis, op uw werk of met behandelaars
  • frustratie
  • verzet
  • zorgelijk gedrag, zoals piekeren en tobben