Problemen met zien

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Na de behandeling van kanker in of rond het oog kun je problemen krijgen met zien. De klachten kunnen tijdelijk zijn, maar soms zijn ze blijvend. Soms is er iets aan de klachten te doen. 

Klachten na een operatie in het oog

Na een operatie aan het oog blijven littekens achter, waardoor het weefsel van het oog verhardt. Hierdoor kan het oog minder goed bewegen, waardoor je minder van je omgeving ziet. Door een operatie aan het oog kun je ook dubbel gaan zien.

Klachten na bestraling van het oog

Bij bestraling van het oog kan er ook straling op het netvlies zijn gekomen. Straling kan het netvlies beschadigen. Het is van tevoren moeilijk te voorspellen of er schade ontstaat en hoeveel. 

Mogelijk krijg je problemen met zien. Een laserbehandeling kan soms helpen, of injecties in het oog met vaatgroeiremmers. Sommige patiënten hebben maar enkele injecties nodig, andere krijgen iedere maand zo’n prik. 

Een laserbehandeling gebeurt met een laserapparaat. Uit dit apparaat komt een superdunne, felle, heldere lichtstraal. Via een microscoop kan de arts deze lichtstraal heel precies op 1 plek richten. Zo kan hij of zij daar het weefsel uitschakelen.

Klachten na verwijdering van het oog 

Wanneer je nog maar 1 oog over hebt om mee te kijken, zie je minder goed diepte. Ook afstanden inschatten kan lastig zijn. Hierdoor kun je bijvoorbeeld moeilijker een trap aflopen. Je ziet de diepte niet. Ook val je sneller of maak je een misstap, bijvoorbeeld bij op- en afstapjes. Het is ook lastiger om dingen te pakken of drankjes in te schenken. Je kunt misgrijpen, dingen omgooien, of je botst ergens tegenaan. 

In het begin kun je ook last hebben van:
•    Moeite om je evenwicht te bewaren
•    Hoofdpijn

Verder komen voor:
•    Problemen met schrijven
•    Problemen met sporten, vooral balsporten
•    Minder goed zien bij slecht licht

De meeste mensen wennen redelijk snel aan het leven met 1 oog. Na 3 tot 6 maanden zijn de meeste activiteiten weer mogelijk, zoals werken, sporten en autorijden.

Tips om het risico op vallen kleiner te maken:

  • Draag stevige schoenen met een goede pasvorm. Denk hierbij aan schoenen met veters, met voldoende steun voor de hielen, een lage, stevige hak en een dunne, stevige zool met reliëf. Draag geen versleten schoenen of loszittende sloffen en loop niet op gladde sokken.
  • Voorkom dat er losliggende matten en vloerkleden in je huis liggen.
  • Haal losliggende snoeren weg en laat niets rondslingeren.
  • Zorg voor voldoende licht in en rond het huis.
  • Plaats dingen die je regelmatig gebruikt binnen handbereik.
  • Gebruik een stevige en stabiele trapladder als je iets op hoogte moet pakken of doen.
  • Loop niet op natte vloeren.
  • Zorg voor voldoende bewegingsruimte, zeker als je hulpmiddelen gebruikt, zoals een stok of rollator.
  • Loop voorzichtig een trap op, zodat je je niet verstapt.
  • Drink liever geen alcohol. Hoe ouder je wordt, hoe gevoeliger je bent voor de negatieve gevolgen van alcohol.
  • Als je last hebt van duizeligheid, sta dan niet te snel op uit je bed of stoel.

Colofon

Met medewerking van:

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: januari 2020