Behandeling en bijwerkingen

Chemotherapie bij maagkanker

Opslaan

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dit zijn medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door het lichaam.

De arts zal adviseren of chemotherapie in jouw situatie zin heeft. Dat doet hij op basis van leeftijd, conditie en functie van hart en nieren.

Chemotherapie in combinatie met een operatie

Word je geopereerd aan maagkanker, dan krijg je vaak chemotherapie voor en na de operatie.

Neo-adjuvante chemotherapie

Meestal krijg je 3 chemokuren. Deze moeten ervoor zorgen dat de vooruitzichten na de operatie beter zijn. Dit heet neo-adjuvante chemotherapie. Neo-adjuvant wil zeggen: voor een andere behandeling.

Operatie

Daarna krijg je een operatie: de chirurg haalt de maag voor een deel of geheel weg. De operatie vindt bij voorkeur tussen 3 en 6 weken na de laatste chemotherapie plaats.

Zit er een tumor bij de uitgang van de maag en bemoeilijkt deze de doorgang van voedsel naar de darmen? Dan kan de arts adviseren om direct met de operatie te starten.

Adjuvante chemotherapie, soms met bestraling

Na de operatie krijg je meestal nog 3 chemokuren. Soms tegelijkertijd met bestraling. De combinatie van chemotherapie en bestraling heet chemoradiatie.

Deze behandeling heet adjuvante chemotherapie of chemoradiatie. Adjuvant betekent: aanvullend op een andere behandeling. De aanvullende behandeling wordt bij voorkeur 6 tot 12 weken na de operatie gestart.

Het doel hiervan is:

  • eventueel achtergebleven kankercellen na de operatie opruimen
  • heel kleine, onzichtbare uitzaaiingen (micrometastasen) vernietigen

Chemoradiatie in plaats van chemotherapie

De arts kan adjuvante chemoradiatie in plaats van chemotherapie adviseren als:

  • de chemotherapie voor de operatie (neo-adjuvant) niet goed aansloeg
  • de maagkanker T-stadium 3 of 4 en N-stadium 2 of 3 heeft of indien de tumor niet in z’n geheel verwijderd kon worden

Veelgebruikte medicijnen bij maagkanker

Veelgebruikte combinaties van cytostatica bij maagkanker zijn:

  • EOF: epirubicine, oxaliplatin en 5-fluorouracil
  • EOX: epirubicine, oxaliplatin en capecitabine
  • DOC: docetaxel, oxaliplatin en capecitabine

Chemotherapie als palliatieve behandeling

Is de maagkanker uitgezaaid en ben je in goede conditie? Dan kun je palliatieve chemotherapie krijgen. Deze kuur bestaat uit oxaliplatin + 5-fluorouracil of capecitabine. Deze behandeling heeft als doel de ziekte te remmen en klachten te verminderen.

Heb je HER2-positieve maagkanker, dan kan het doelgerichte medicijn trastuzumab toegevoegd worden aan de behandeling met chemotherapie. Is een combinatie van chemotherapie en doelgerichte therapie niet geschikt, dan kun je behandeld worden met alleen capecitabine.

Bijwerkingen van chemotherapie bij maagkanker

Of en hoeveel last je krijgt van de bijwerkingen van chemotherapie, hangt onder andere af van:

  • de soorten medicijnen
  • hoeveel medicijnen je krijgt

Je kunt last hebben van de volgende bijwerkingen:

  • haaruitval
  • misselijkheid en overgeven
  • darmklachten
  • verhoogd risico op infecties en bloedingen
  • vermoeidheid

Ben je misselijk of geef je veel over? Meestal zijn hier medicijnen voor. Vraag de arts hiernaar. Ben je klaar met de chemokuur, dan worden de bijwerkingen meestal minder.

Vaak verdwijnen de meeste klachten een paar weken na de behandeling. Maar je kunt nog lang moe blijven. De arts of verpleegkundige geeft advies over hoe je de bijwerkingen kunt beperken.

Chemotherapie

Deze video legt uit hoe chemotherapie in zijn werk gaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juni 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl, Stichting Patiënten Kanker Spijsverteringskanaal.

Met medewerking van

Dr. Bisseling, T.M. (MDL-arts), Dr. Hartgrink, H.H. (chirurg-oncoloog), Prof. Dr. Hillegersberg, R. (chirurg), Dr. Jansen, E.P.M. (radiotherapeut), Leemhuis, J. (ervaringsdeskundige), Dr. Sandick, J.W. van (chirurg)