Melanoom (huidkanker)

Tmc over deze informatie

Melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat uit de pigmentcellen. Deze pigmentcellen heten ook wel melanocyten. Ze bevinden zich in de opperhuid.

Melanomen komen in Nederland steeds vaker voor. Ongeveer 5% van alle huidkankerpatiënten heeft een melanoom. Andere vormen van huidkanker zijn: basaalcelcarcinoom (ongeveer 80%), plaveiselcelcarcinoom (ongeveer 15%) en merkelcelcarcinoom (minder dan 1%)

Moedervlek

Moedervlekken zijn opeenhopingen van pigmentcellen. Gewone moedervlekken zijn licht- tot donkerbruin gekleurde vlekjes of verhevenheden van de huid. De meeste moedervlekken ontstaan tussen het 3de en 20ste levensjaar. Na het 50ste levensjaar kunnen moedervlekken weer verdwijnen. Soms zijn moedervlekken al bij de geboorte aanwezig (aangeboren moedervlekken).

Melanoom

Melanoom betekent letterlijk: zwart gezwel. Vaak zat er al een moedervlek op plek waar het melanoom ontstaat. Maar soms ontstaat een melanoom in een volstrekt ‘gave’ huid. Een melanoom kan doorgroeien in de diepere lagen van de huid.

Kijk voor afbeeldingen van melanomen bij Symptomen bij melanoom.

Waar ontstaat een melanoom?

Melanomen kunnen overal op de huid zitten, maar hebben wel voorkeur voor bepaalde plekken. Bij vrouwen komen melanomen vaker voor op de benen. Bij mannen vooral op de rug. Maar ze komen ook voor op armen, in het hoofdhalsgebied en op delen die nooit in de zon komen zoals voetzolen, handpalmen en slijmvliezen. 

Soms ontstaat een melanoom in een lymfeklier of in een orgaan zonder dat er sprake is van een zichtbaar melanoom van de huid (3-5 %). 

Een melanoom kan ook voorkomen in het slijmvlies van de ogen en binnenin het oog: een oogmelanoom.

Soorten melanoom

Melanoma in situ

Dit is nog geen melanoom, maar een voorstadium ervan. De kankercellen bevinden zich hierbij nog aan de oppervlakte van de huid en zijn nog niet in de diepere lagen gegroeid. In situ betekent op de plaats, het is dus niet verspreid.

Lentigo maligna melanoom

Dit soort ontstaat meestal bij ouderen, op plekken die vaak in de zon komen, zoals de wang. Een lentigo maligna melanoom ontstaat uit een lentigo: een pigmentvlek. Andere namen hiervoor zijn levervlek of ouderdomsvlek. Het is een egaal lichtbruin of donkerbruin gekleurde vlek. Op oudere leeftijd komen heel vaak pigmentvlekken voor in het gezicht. Niet elke bruine vlek op de wang van een ouder iemand is of wordt een lentigo maligna melanoom. Ontstaan er kwaadaardige cellen in een lentigo, dan heet het een lentigo maligna. Het verschil met een gewoon lentigo is te zien doordat het niet egaal gekleurd en grillig van vorm is. De cellen van een lentigo maligna groeien oppervlakkig, op de huid. Gaan de cellen de huid ingroeien, invaseren, dat is het een lentigo maligna melanoom.

Oppervlakkig spreidend melanoom

De meeste melanomen vallen onder deze categorie. Deze melanomen zijn vaak best groot. Ze groeien meestal niet diep in de huid. Een ander woord voor oppervlakkig is superficieel.

Nodulair melanoom

Bij dit type melanoom is er een ophoping van cellen, zoals bij een tumor. Het ziet er uit als een donkergrijs of donkerblauw ‘bobbeltje’ in de moedervlek.

Acrolentigineus melanoom

Dit type melanoom komt voor aan de acra (uiteinden) van het lichaam. Vooral op de handpalm, voetzool en onder de nagels. Het is zeldzaam in Nederland.

Huid

Onze huid heeft meerdere functies:
  • bescherming: de huid beschermt ons lichaam tegen micro-organismen, chemicaliën en ultraviolette (uv-) straling. De huid vormt een barrière tussen onze binnenkant en de buitenwereld. Verlies van vocht en eiwitten wordt door deze barrière ook voorkomen.
  • waarneming: via de huid nemen we signalen uit de omgeving waar. Pijn-, tast- en warmteprikkels worden via de huidzenuwen naar onze hersenen vervoerd. Deze zetten de prikkels om in een waarneming.
  • regeling van temperatuur: de zweetklieren en de kleine bloedvaatjes in de huid leveren een belangrijke bijdrage aan de regulering van de lichaamstemperatuur.

Opbouw van de huid

De huid bestaat uit 3 lagen:
  • opperhuid (epidermis): dit is de buitenste laag van de huid. Deze bestaat voor het grootste deel uit keratinocyten. In de onderste laag van de opperhuid liggen pigmentcellen tussen de keratinocyten. Deze pigmentcellen maken melanine, dat zijn pigmentkorrels. Deze cellen worden ook wel melanocyten genoemd. 
  • lederhuid (dermis): de middelste laag van de huid bestaat voornamelijk uit bindweefselcellen en –vezels. Daarin bevinden zich zweetklieren, haarwortels met talgklieren, bloed- en lymfevaten, zintuigcellen en zenuwuiteinden.
  • onderhuids vetweefsel (subcutis): deze onderste laag dient hoofdzakelijk als steunweefsel en bestaat voornamelijk uit vetcellen.

Huidcellen

De onderste keratinocyten van de opperhuid delen zich. Dit zijn de basaalcellen. Zo ontstaan nieuwe huidcellen. Zij veranderen in ongeveer een maand tijd van vorm. In het begin zijn ze rond of ovaal. Daarna worden ze hoekiger en ten slotte worden ze ook platter. Men spreekt dan van plaveiselcellen.

Uiteindelijk verhoornen de epidermiscellen en sterven ze af. Dit dode, verhoornde materiaal (hoornlaag) vormt de eigenlijke barrière zoals boven genoemd. De hoornlaag wordt ongemerkt afgestoten in de vorm van schilfertjes. De aanmaak van nieuwe cellen en de afstoting van dood materiaal houden elkaar in evenwicht.

De melanocyten in de onderste laag van de opperhuid maken onder invloed van ultraviolette straling het bruine huidpigment melanine aan. Bij een huid die bruint, wordt melanine ter bescherming van de celkern afgegeven aan de andere cellen in de opperhuid.

Doorsnede van de huid

Doorsnede van de huid